AdéliepinguïnAuthor: Maksim
License: CC BY-SA 3.0

    Leefgebied AdéliepinguïnBirdLife International 2018. Pygoscelis adeliae.
The IUCN Red List of Threatened Species 2018.
Accessed on 14 November 2019.
    AdéliepinguïnAuthor: Kimberley Collins
License: CC BY-SA 4.0

Vogels

Pygoscelis adeliae

gb Adélie Penguin  de Adeliepinguin  fr  Manchot d'Adélie

Leefgebied

Adéliepinguïns komen alleen voor op Antarctica. Ze broeden op de kusten en op de omliggende eilanden. Het gebied met de grootste populatie ligt in de Rosszee.

Tijdens de wintermaanden leven ze op grote ijsplateaus langs de kust, zodat ze beter toegang tot voedsel hebben. In deze gebieden is er een overvloed aan krill, wat het belangrijkste onderdeel van hun dieet is. Krill voedt zich met plankton dat zich onder het zeeijs bevindt. Tijdens het broedseizoen, meestal vroeg in de lente en in de zomermaanden, trekken de Adéliepinguïns naar de randen van de kusten waar ze hun nesten op ijsvrije grond bouwen. Met het open water vlakbij, bieden deze locaties een vrijwel directe toegang tot voedsel voor zichzelf en hun jongen.

Uiterlijk

Adéliepinguïns zijn met hun lengte van 60 cm één van de kleinere soorten pinguïns. De rug, staart, kop en gezicht zijn zwart. Ze hebben een witte buik en een witte ring rond hun bruine ogen. De veren bedekken de helft van hun snavel, die zwart is met een oranje basis. Ze hebben vaal-witte tot roze poten en voeten met zwarte zolen. Mannetjes en vrouwtjes zien er hetzelfde uit. Ze wegen 3.6 tot 5 kg.

Voortbeweging

Adéliepinguïns kunnen uit het water schieten om een paar meter boven het oppervlak te scheren voordat ze weer naar beneden spatten. Wanneer ze boven het water zijn, halen ze snel adem.

Op het land kunnen ze op verschillende manieren voortbewegen. Adéliepinguïns kunnen rechtop lopen met een waggelende gang, kunnen voorwaarts springen waarbij ze met twee poten tegelijk afzetten en kunnen op hun buik over ijs en sneeuw glijden.

Ze kunnen tot een diepte van 175 meter duiken. Onder water kunnen ze een snelheid van 40 km per uur halen.

Wetenswaardigheden

  • Deze soort is vernoemd naar de vrouw van de Franse poolreiziger Jules Dumont d'Urville.
  • Ze hebben, afgezien van hun nest, geen specifiek territorium wat ze verdedigen.
  • Om op Antarctica te kunnen leven moeten deze pinguïns bestand zijn tegen zeer lage temperaturen.
  • Adéliepinguïns zijn vaak goede indicatoren voor klimaatverandering. Ze beginnen stranden te bewonen die voorheen altijd bedekt waren met ijs, wat suggereert dat Antarctica opwarmt.
  • De kolonies Adéliepinguïns vormen hoogtepunten voor het ecotoerisme op Antarctica.
  • Van de achttiende tot het begin van de twintigste eeuw werden deze pinguïns gebruikt voor voedsel, olie en aas. Hun guano werd gedolven en als meststof gebruikt.
  • Adéliepinguïns zijn erg gevoelig voor menselijke verstoringen. Waar onderzoeksstations werden gebouwd, zoals op Kaap Royds, liepen de aantallen terug. Ze herstelden zich pas toen door strengere regels de menselijke verstoringen afnamen.

Voedsel in de natuur

De primaire voedselbron voor Adéliepinguïns is krill. Ze eten ook vissen, zoals lantaarnvissen en Antarctische zilvervissen. Ook inktvissen en vlo-kreeften maken deel uit van hun gangbare dieet.

Het langer worden van de dagen in het voorjaar stimuleert deze pinguïns om veel te gaan eten om zodoende vet op te slaan dat ze nodig hebben tijdens de broedperiode.

Adéliepinguïns slaan voedsel op en braken het later uit om hun pas uitgekomen jongen te voeden.

Gedrag

Adéliepinguïns zijn een erg sociaal. Binnen hun kleine groep of kolonie hebben ze voortdurend contact met elkaar. Wanneer het broedseizoen begint trekken ze ook samen van de ijsplateaus naar de broedplaatsen. Er is geen sociale structuur binnen de kolonie, maar paartjes beschermen actief hun nest. Adéliepinguïns zijn ook sociale jagers. Ze blijven meestal in groepen omdat dit het risico op predatie vermindert en de efficiëntie van het vinden van voedsel verhoogt.

De communicatie met buren en partners is belangrijk. De meest voorkomende manieren van communiceren met buren zijn baltsgedrag en lichaamstaal. Partners communiceren ook met behulp van baltsgedrag, maar deze vorm is meestal alleen door de partner te herkennen. Mannetjes maken ook defensieve gebaren zoals pikken met de snavel en schreeuwen om het territorium en de partner te verdedigen.

Paartjes gebruiken ook een contactroep om elkaar en hun nakomelingen te kunnen herkennen. Mannetjes en vrouwtjes verdedigen actief hun nestplaats en vechten vaak met hun buren. Adéliepinguïns kunnen angst uiten door hun kopveren op te zetten en ze kunnen bedreiging uiten door opzij te staren met hun kuif omhoog en de ogen naar beneden gericht.

Predatie

Zeeluipaarden zijn de meest voorkomende predatoren en bevinden zich meestal bij de rand van het pakijs. Ze vormen echter nooit een bedreiging voor pinguïns op het strand, omdat zeehonden alleen aan land komen om te slapen of te rusten. Adéliepinguïns hebben geleerd om deze roofdieren te ontwijken door in groepen te zwemmen, dun ijs te vermijden en om binnen 200 m van het strand weinig tijd in het water door te brengen.

Orka's jagen over het algemeen op grotere pinguïnsoorten, maar jagen soms op Adéliepinguïns.

Zuidpooljagers eten eieren en kuikens die onbewaakt zijn of zich aan de randen van crèches bevinden.

IJshoenders eten soms ook onbewaakte eieren.

Voortplanting in de natuur

Mannetjes proberen de aandacht te trekken van vrouwtjes met een lokroep, waarbij ze op ongeveer 4 m afstand van het vrouwtje blijven staan en ze met een gekromde nek de snavel omhoog steken en zich in volle lengte oprichten. Hetzelfde geluid maken ze ook om het territorium van het mannetje binnen de kolonie af te bakenen.

Vroeg in het voorjaar keren Adéliepinguïns terug naar hun broedplaatsen. De mannetjes arriveren het eerst en maken tijdens de broedperiode een nest van stenen dat achteraf door de vrouwtjes geïnspecteerd wordt. Hierbij worden regelmatig stenen van de buren gestolen.

Elk paartje herkent elkaars paringsroep en herkent ook nog de nestplaats van het voorgaande jaar. Deze paartjes herenigen zich gedurende een aantal opeenvolgende jaren tenzij één van de partners niet terugkeert naar de nestplaats.

Ze krijgen meestal twee jongen per broedseizoen, waarbij de groen en bruin gekleurde eieren kort na elkaar worden gelegd.  Het eerste ei is groter en zwaarder dan het tweede. De eieren worden in ongeveer 36 dagen uitgebroed. Tijdens het broeden eten het mannetje en het vrouwtje niets. Pas uitgekomen kuikens worden geboren met donsveren maar kunnen zelf nog niet eten; het zijn semi-nestvlieders.

De eerste 4 weken na het uitkomen van de eieren nemen de ouders afwisselend de zorg voor de jongen op zich, waarna de jongen voor hun eigen bescherming in een soort crèche komen. Gedurende deze periode blijven de ouders hun jongen nog steeds voeren. Na 56 dagen in de crèche worden de meeste jongen onafhankelijk.

Adéliepinguïns die op jongere leeftijd gaan broeden, tussen 3 en 5 jaar, worden minder oud. Echter, Adéliepinguïns die op een eerdere leeftijd proberen te broeden, zijn in latere jaren succesvoller met broeden dan pinguïns die voor het eerst op een leeftijd van 5 tot 6 jaar beginnen te broeden. Adéliepinguïns kunnen 16 jaar oud worden.

Bedreiging

In 2014 werd het aantal broedende Adéliepinguïns geschat op 7,58 miljoen. De populatie wordt als stabiel of licht stijgend beschouwd. Zo stegen het aantal vogels in de broedkolonies van de Rosszee tussen 1981 en 1988 met 3 tot 30 procent. Deze stijging kan verband houden met een betere voedselvoorziening door de opwarming van de zuidelijke oceanen.

Op het Antarctisch Schiereiland, waar deze opwarming minder groot is, zijn de stijgingen ook minder groot. Hier zijn de aantallen licht toegenomen, vooral nadat het rapen van eieren was stopgezet.

In 2017 werd een tot dan toe onbekende populatie van ongeveer 1,5 miljoen Adéliepinguïns ontdekt op de Danger-Islands.

Volgens de Rode Lijst van de IUCN worden Adéliepinguïns beschouwd als "niet-bedreigd".

Bronnen

Creative Commons License
Dit werk valt onder een Creative Commons Naamsvermelding-GelijkDelen 3.0 Unported-licentie.

Paspoort

Naam Adéliepinguïn 
Klasse Aves (Vogels)
Orde Sphenisciformes (Pinguïns)
Familie Spheniscidae (Pinguïns)
Geslacht Pygoscelis
Soort Pygoscelis adeliae
Grootte 60 cm 
Gewicht 3.6 - 5 kg 
Paartijd Lente - zomer (oktober)
Broedinterval Jaarlijks 
Broedtijd 36 dagen
Nest Op de grond van stenen 
Geboorte Lente - zomer  (oktober-december)
Geboortegewicht 2 - 3 kg 
Aantal eieren 2 eieren 
Uitvliegen 60 dagen 
Geslachtsrijp ♂ 4 - 6 jaar 
Geslachtsrijp ♀ 3 - 6 jaar 
Levensduur 16 jaar 
Voeding Krill, lantaarnvissen, Antarctische zilvervissen, inktvissen en vlokreeften. 
Leefgebied Antarctica en omliggende eilanden
Groep/solitair Groep 
Fokprogramma
CITES
EU Listing
IUCN Niet bedreigd (LC, 7 August 2018)
Follow Us