Afrikaanse lepelaar Author: Dick Daniels
License: CC BY-SA 3.0

   Leefgebied Afrikaanse lepelaar BirdLife International. 2012. Platalea alba.
The IUCN Red List of Threatened Species 2012.
Accessed on 20 May 2016.
   Afrikaanse lepelaarAuthor: Kjunstorm
License: CC BY 2.0

Vogels

Platalea alba

gb African Spoonbill  de Afrikanischer Löffler  fr Spatule d'Afrique

Leefgebied

Afrikaanse lepelaars komen voor in Afrika, ten zuiden van de Sahara, en op Madagaskar, maar mijden droge gebieden en tropische regenwouden. Ze leven bij ondiepe binnenmeren en plassen en worden ook wel, maar minder vaak, aangetroffen in zout water zoals lagunes langs de kust, zoutpannen en riviermondingen. 

Uiterlijk

De Afrikaanse lepelaar is 90 tot 91 cm lang en weegt 1,3 tot 2,1 kg. De spanwijdte bedraagt 120 tot 135 cm. Net als de andere soorten lepelaars is dit een slanke, sierlijke, witte vogel met een afgeplatte, aan de top verbrede snavel. Kenmerkend voor de Afrikaanse soort zijn de rozerode poten en de kale rode huid tussen het oog en de snavel. Hierin verschilt de soort van de (gewone) lepelaar, die ongeveer even groot is. De Afrikaanse lepelaar is geheel wit.

Wetenswaardigheden

  • Afrikaanse lepelaars hebben rozerode poten en een kale rode huid tussen het oog en de snavel.
  • Ze zwaaien bij foerageren met snavel heen en weer.
  • De jongen worden geboren met een korte snavel.

Voedsel in de natuur

Het voedsel van de Afrikaanse lepelaar bestaat uit diverse soorten vis, weekdieren, amfibieën, schaaldieren, insecten en larven. 

Gedrag

Bij het foerageren jagen ze op de tast en zwaaien ze met de snavel heen en weer in het water. Bij het bemerken van een kleine prooi tussen beide snavelhelften, klappen die razendsnel samen. Lepelaars kunnen ook ’s nachts jagen. Het dier is gedeeltelijke een trekvogel dat wil zeggen dat de soort bij droogte wegtrekt naar nattere gebieden.

Ze nestelen in groepen van 5 tot 20 paren maar soms ook in kolonies van 150 tot 200 paren. Ze krijgen hierbij vaak gezelschap van andere vogels zoals Afrikaanse slangenhalsvogels en reigers.

Predatie

Bekende predatoren van de jongen en eieren zijn kraaien, valkachtigen en slangen

Voortplanting in de natuur

Afrikaanse lepelaar broeden in Botswana en Namibië van februari tot en met augustus en in het  Zuiden van Afrika van juli tot en met november. Het ovale nest bevindt zich boven het water in een boom. Het wordt uitsluitend door het vrouwtje gemaakt van takken en riet, wat door het mannetje wordt aangevoerd, en wordt bekleed met bladeren. In het nest worden 2 tot 5 eieren gelegd die in 25 tot 29 dagen door beide ouders worden uitgebroed.

De jongen worden na het uitkomen van de eieren 20 tot 30 dagen door de ouders verzorgd. Na vijf weken vliegen ze uit. Na 3 jaar zijn ze geslachtsrijp. In het wild worden ze 15 jaar.

Bedreiging

De grootte van de populatie is niet gekwantificeerd. Men veronderstelt dat de soort in aantal stabiel is. Om deze redenen staat de Afrikaanse lepelaar als niet bedreigd op de Rode Lijst van de IUCN. 

Bronnen:

Creative Commons License
This work is licensed under a Creative Commons Attribution-ShareAlike 3.0 Unported License

Paspoort

Naam Afrikaanse lepelaar
Klasse Aves (vogels)
Orde Pelecaniformes (Roeipotigen)
Familie Threskiornithidae (Ibissen en lepelaars)
Geslacht Platalea
Soort Platalea alba
Grootte 90-91 cm 
Spanwijdte 120-135 cm
Gewicht  1,2-2,1 kg
Broedinterval Jaarlijks
Broedtijd Botswana en Namibië:februari-augustus; Zuiden van Afrika: July-november
Nest Boven het water, van takken, riet en bladeren. 
Aantal eieren 2-5 eieren
Broedtijd 25-29 dagen
Uitvliegen 5 weken 
Geslachtsrijp 3 jaar 
Levensduur 15 jaar in het wild
Voeding in de natuur Vis, weekdieren, amfibieën, schaaldieren, insecten en larven
Leefgebied Zuiden van Afrika en West-Madagaskar. 
Groep/solitair  
Fokprogramma -
CITES -
IUCN Niet bedreigd (LC)
Follow Us