Beverrat-wiki-PelegAuthor: Peleg
License: Public Domain


    Leefgebied-beverratOjeda, R., Bidau, C. & Emmons, L. 2013. Myocastor coypus. The IUCN Red List of Threatened Species. Version 2014.2.
Accessed on 05 November 2014.
  Beverrat-wiki-E van HerkAuthor: E van Herk
License: CC BY-SA 3.0


Zoogdieren

Myocastor coypus

gb Coypu  de Biberratte, Nutria  fr Ragondin
nl Nutria

Leefgebied

De beverrat is inheems in Zuid-Amerika. Het verspreidingsgebied loopt van het midden van Bolivia, Paraguay en het zuiden van Brazilië tot aan Tierra del Fuego in het zuiden van Chili. Het zijn voornamelijk laagland dieren, maar in de Andes komen ze tot 1.190 meter hoogte voor.

Dit dier is (waarschijnlijk vanuit Argentinië) in de jaren twintig naar Europa, de Verenigde Staten, Afrika, Japan en het Midden-Oosten gehaald om te worden gefokt voor zijn pels die in kleding wordt verwerkt. De uit deze fokkerijen ontsnapte en losgelaten dieren hebben zich kunnen handhaven en hebben wilde populaties gevormd.

De beverrat leeft voornamelijk in moerassige gebieden, langs traagstromende rivieren, de oevers van meren, trechtervormige riviermondingen en langs de kustlijn. Ze hebben een voorkeur voor stilstaand water met een dichte nieuwe begroeiing. Hoewel ze een voorkeur hebben voor zoet water, komen er in Chili ook populaties voor bij brak en zout water. Ze worden zelden op meer dan 100 meter afstand van water gezien.

Uiterlijk

De beverrat is een groot, op een rat gelijkend knaagdier met een grote, bijna driehoekige kop. De kleine ogen en oren bevinden zich aan de bovenkant van de kop.  De neusgaten en de mond kunnen onder water worden gesloten. De poten zijn kort waarbij de achterpoten langer zijn dan de voorpoten. Aan de achterpoten zitten vijf tenen waarbij de binnenste vier door zwemvliezen verbonden zijn. Aan de voorpoten zitten vier lange, flexibel tenen zonder zwemvliezen en een rudimentaire duim.

De schaars behaarde staart is lang en cilindervormig en loopt uit in een punt. De vacht bestaat uit glanzende bruine en geelbruine dekharen en een grijze ondervacht. De wintervacht is dikker dan de zomervacht. De snuit, kin en de meeste snorharen zijn wit, behalve de bovenste snorharen, die zwart zijn. De snorharen worden tot 13 centimeter lang. Door middel van vet wat uit de vetklieren bij de stuit en de snuit komt wordt de vacht waterafstotend gemaakt. De beverrat besteedt dan ook veel tijd aan het verzorgen van zijn vacht.

De snijtanden zijn breed en aan de voorkant oranje gekleurd. Deze oranje kleur ontstaat omdat er ijzer in de tanden zit. Doordat dit ijzer gaat roesten kleuren de tanden oranje.

De beverrat wordt 36 tot 65 centimeter lang en vier tot negen kilogram zwaar. De staart is 25 tot 45 centimeter lang. Mannetjes worden over het algemeen groter dan vrouwtjes: mannetjes zijn gemiddeld 60 centimeter lang en 6,5 kilogram zwaar, vrouwtjes 59 centimeter lang en 6 kilogram zwaar.

Voortbeweging

Hij zwemt met snelle stroken met de voorpoten en krachtige, afwisselende slagen met de achterpoten.

Wetenswaardigheden

De beverrat heeft verscheidene aanpassingen aan een aquatisch leven. Tussen de tenen op de achterpoten heeft een beverrat zwemvliezen. De ondervacht is waterdicht. De neusgaten en de mond kunnen worden gesloten, en ogen, neusgaten en kleine oren zijn hoog op de kop geplaatst, zodat ze tijdens het zwemmen boven water steken. Beverratten kunnen wel 10 minuten onder water blijven zonder adem te halen.

Eigenlijk is de naam beverrat niet juist. Het is geen rat en ook geen bever. Het dier is meer verwant aan de cavia en het stekelvarken.

Voedsel in de natuur

Het is een echte planteneter, die voornamelijk grassen eet, aangevuld met zegge, scheuten, stengels, vruchten, wortelen en knollen, wortelstokken en vruchten van waterplanten. Soms eet hij ook mosselen. Hij eet tevens zijn eigen ontlasting. Hij is een goede duiker en haalt veel voedsel onder water.

Gedrag

Hij is voornamelijk in de schemering en 's nachts actief. In koude winters en in gebieden zonder predatoren is hij ook overdag actief. Het merendeel van de actieve periode wordt besteed aan voeding, verzorging en zwemmen. 

Ze bouwen burchten die kunnen bestaan uit een eenvoudige tunnel of uit een complex systeem met gangen van 15 meter of meer met kamers met nesten gemaakt van dode grassen. Ook maken ze wel gebruik van verlaten verblijven van muskusratten. In de regel maakt een beverrat de ingang van zijn burcht boven water maar als een verblijf van een muskusrat wordt overgenomen dan laat hij de ingang onder water zitten. Ze maken looppaden door het gras met een straal van 180 meter van hun nest.

De beverrat leeft in familiegroepjes van een volwassen mannetje, de jongen en verwante vrouwtjes, waarvan de woongebieden elkaar gedeeltelijk overlappen. Ook overlappen de woongebieden van de vrouwtjes met dat van het dominante mannetje. Deze groepjes bestaan gewoonlijk uit 2-13 dieren. Jonge volwassen mannetjes leven soms solitair. Zogende vrouwtjes zijn dominant over mannetjes en kunnen zich tegen hen agressief gedragen. In het algemeen blijven beverratten hun hele leven in hetzelfde gebied.

De beverrat kan o.a. communiceren door het maken van geluiden. Zo kan hij met de tanden klapperen en grommende geluiden maken.

Predatie

In Europa zijn de belangrijkste vijanden hermelijnen, kiekendieven en honden, terwijl jongen worden gevangen door verscheidene soorten uilen, buizerds, nertsen, huiskatten en snoeken. Hij kan aan roofdieren ontsnappen door voor enkele minuten onbeweeglijk in het water te blijven liggen. De meeste dieren sterven in Europa aan strenge winters en ziekten. In Zuid-Amerika worden ze o.a. door alligators gedood.

Voortplanting in de natuur

De beverrat kan zich het gehele jaar door voortplanten. Na een draagtijd van 127 tot 138 dagen worden twee tot negen jongen geboren. Ongeveer de helft van de embryo's wordt niet geboren maar geaborteerd en opgegeten. Dit gebeurt voornamelijk als er weinig voedsel te vinden is of als het drachtige vrouwtje in slechte conditie verkeert.

Als hol graaft hij een gang in een steile rivieroever of een dijk, vlak boven de waterspiegel. Deze holen hebben een diameter van twintig centimeter en zijn tot zes meter diep. In het hol maakt hij een plat nest van dode grassen. De nestkamer heeft een diameter van zo'n 30 centimeter.

Enkel het vrouwtje zorgt voor de jongen. Adoptie door een ander vrouwtje komt in gevangenschap geregeld voor. Een vrouwtje heeft acht tot tien tepels in twee rijen, die hoog op de flanken van de beverrat liggen. Hierdoor kan het vrouwtje haar jongen zogen terwijl ze op haar buik ligt. Door de hoge ligging van de tepels kan het vrouwtje ook in het water zogen, maar meestal worden de jongen in het nest gezoogd.

Jongen worden volledig behaard en met de ogen open geboren. Mannetjes wegen bij de geboorte 132 tot 346 gram, vrouwtjes 111 tot 327 gram. Binnen enkele dagen kunnen de jongen zwemmen. Na zes tot tien weken worden ze gespeend. Vrouwtjes zijn na drie tot acht maanden geslachtsrijp, mannetjes na vier tot tien maanden. Dieren die vroeg in het jaar geboren worden zijn eerder geslachtsrijp dan dieren die later in het jaar zijn geboren. Na twee jaar zijn de dieren volgroeid.

De beverrat wordt zes tot acht jaar oud in gevangenschap. In het wild wordt hij niet zo oud.

Bedreiging

In poldergebieden en bij rivieren zijn beverratten een bedreiging voor de dijken die verzwakt worden door de holen die de beverrat in de dijk graaft. Daarom wordt hij actief bestreden door medewerkers van waterschappen of gemeentes. Deze organisaties stellen het op prijs als waarnemingen van deze dieren bij hen worden gemeld.

Net als de muskusrat wordt de beverrat actief bestreden in Nederland, België en andere landen in Europa. In Groot-Brittannië werd het dier in 1989 uitgeroeid. In vergelijking met de muskusrat kan de beverrat minder goed tegen strenge winters. De populatie wordt tijdens zo'n winter gedecimeerd. In Scandinavië is de beverrat hierdoor goeddeels uitgestorven.

Het vlees van de beverrat wordt ook gegeten. Omdat de benaming 'rat' niet zo appetijtelijk klinkt heeft het, net als de muskusrat, de bijnaam waterkonijn gekregen.

Bronnen:
Animal Diversity Web: D'Elia, G. 1999. "Myocastor coypus" (On-line), Animal Diversity Web. Accessed November 06, 2014 at http://animaldiversity.ummz.umich.edu/accounts/Myocastor_coypus/
Wikipedia: https://nl.wikipedia.org/wiki/Beverrat

Creative Commons License
Dit werk valt onder een Creative Commons Naamsvermelding-GelijkDelen 3.0 Unported-licenti

Paspoort

Naam Beverrat
Klasse Mammalia (Zoogdieren)
Orde Rodentia (Knaagdieren)
Familie Myocastoridae (Beverratten)
Geslacht Myocastor
Soort Myocastor coypus
Kop-romplengte 36 - 65 cm, gem. 60.3 cm
Kop-romplengte 36 - 65 cm, gem. 59.3 cm
Staartlengte 25- 45 cm, gem. 37.5 cm
Gewicht man 5 - 10 kg, gem. 6.5 kg
Gewicht vrouw 5 - 10 kg, gem. 6 kg
Paartijd Het hele jaar
Paringsinterval 130 dagen
Draagtijd 4-5 maanden
Nest Nest van dode grassen in een hol.
Geboorte Het hele jaar
Geboortegewicht 225 gram
Aantal jongen 1-13 jongen
Spenen 3 maanden 
Geslachtsrijp man 6 maanden
Geslachtsrijp vrouw 5 maanden
Levensduur 6 jaar in de natuur
Voeding in de natuur Grassen, aangevuld met zegge, scheuten, stengels, vruchten, wortelen, knollen, wortelstokken en vruchten van waterplanten. Soms ook mosselen.
Voeding in dierentuin  
Leefgebied De beverrat is inheems in Zuid-Amerika. Hier komt hij voor in Bolivia, Paraguay, Uruguay, Argentinië, Zuid-Brazilië en Chili.
Groep/solitair Familiegroepjes van verwante vrouwtjes
Fokprogramma -
CITES -
IUCN Niet bedreigd (LC)
   

Follow Us