Breedvoorhoofdkrokodil Author: Tuxyso
License: CC BY-SA 3.0


  Leefgebied BreedvoorhoofdkrokodilCrocodile Specialist Group. 1996.
Osteolaemus tetraspis.
The IUCN Red List of Threatened Species 1996
Accessed on 17 January 2018.
  Breedvoorhoofdkrokodil wiki Rufus46Author: Rufus46
License: CC BY-SA 3.0


Osteolaemus tetraspis

gb African dwarf crocodile, broad nosed crocodile, West African dwarf crocodile  de Stumpfkrokodil  fr Crocodile À Front Large, Crocodile À Nuque Cuirassée, Crocodile Nain Africain

Leefgebied

Breedvoorhoofdkrokodillen leven in West-Afrika en West Centraal-Afrika, Angola, Benin, Burkina Faso, Kameroen, de Centraal-Afrikaanse Republiek, Congo, Ivoorkust, de Democratische Republiek Congo, Equatoriaal-Guinea, Gabon, Gambia, Ghana, Guinee, Guinee-Bissau, Liberia, Mali, Nigeria, Senegal, Sierra Leone en Togo. De West-Afrikaanse ondersoort komt meer voor in de westelijke gebieden en de ondersoort O. t. osborni is alleen in Congo te vinden.

Deze krokodillen leven voornamelijk in moerassen en moerasbossen en hebben een voorkeur voor langzaam bewegende waterstromen. Soms worden ze aangetroffen in poelen in savannegebieden, waar ze in het droge seizoen in holen verblijven of zich verbergen onder uitgebreide boomwortelstructuren. Ze komen ook voor in afgelegen poelen in bossen.

Uiterlijk

De breedvoorhoofdkrokodil is een kleine soort, die zelden groter wordt dan 1,6 m,  hoewel de maximale geregistreerde lengte voor deze soort 1,9 meter is. Volwassen exemplaren wegen doorgaans 18 tot 32 kg. De grootste vrouwtjes kunnen echter 40 kg zwaar worden en de grootste mannetjes 80 kg.

Het is een zwaar gepantserde krokodil, met een donkere rug en zijkanten en een geelachtige buik met veel zwarte vlekken. Juvenielen hebben lichtbruine strepen op lichaam en staart en een geelachtige tekening op de kop. De snuit is kort en tamelijk stomp. Van de ondersoort O. t. osborni is weinig bekend. Deze is over het algemeen lichter van kleur en heeft een plattere en slankere snuit. Het kan ook nog een aparte soort blijken te zijn. 

Er zijn twee ondersoorten bekend, die verschillen in uiterlijk en verspreidingsgebied:

  • De West-Afrikaanse ondersoort Osteolaemus tetraspis tetraspis
  • De in Congo levende ondersoort Osteolaemus tetraspis osborni

Voortbeweging

In het water kunnen ze krachtig zwemmen waarbij ze gebruik maken van hun staart. Op het land lopen ze hoog op de poten wat uniek is voor krokodilachtigen. Er zijn meldingen gedaan van een galop toen ze op het land bedreigd werden en terugkeerden naar de veilige omgeving van het water.  

Wetenswaardigheden

  • De breedvoorhoofdkrokodil is de kleinste krokodillensoort ter wereld.
  • Krokodillen houden hun lichaamstemperatuur op peil door te gaan zonnebaden wanneer ze afkoelen en door de schaduw op te gaan zoeken wanneer ze te heet worden.
  • De naam Osteolaemus betekent "benige keel" en is afgeleid van het oude Griekse όστεον (bot) en λαιμός (keel). Het geslacht werd als zodanig genoemd vanwege de osteodermen (harde insluitingen van de huid) die gevonden werden tussen de schubben in de nek en de buik.
  • Tetraspis betekent "vier schilden" en is afgeleid van het oude Griekse τετρα (vier) en ασπίς (schild). Deze soortnaam is gekozen vanwege de achterkant van de nek die vier grote schildachtige schalen heeft.

Voedsel in de natuur

Zoals alle krokodillen (krokodillen, alligators, kaaimannen en gavials) is deze soort een effectief waterroofdier. Ze voeden zich met een breed scala van prooien, waaronder vissen, schaaldieren en amfibieën. Men denkt ook dat deze soort sommige op het land levende prooisoorten eet. Het dieet van de ondersoort in Congo neigt gedurende het hele jaar te veranderen, waarbij ze in het natte seizoen vis eten, wanneer de gezwollen rivieren deze in overvloed aanvoeren. In het droge seizoen eten ze voornamelijk kreeftachtigen. Tijdens het natte seizoen maken ze 's nachts uitgebreide uitstapjes op het land. 

Jonge krokodillen eten waterinsecten, schaaldieren en kleine vissen en beginnen naarmate ze groter worden meer gewervelde dieren te eten.

Gedrag

Het zijn langzame, timide en vooral 's nachts actieve reptielen. Zoals alle krokodilachtigen zijn het bedreven roofdieren van gewervelde dieren en grote ongewervelde dieren zoals schaaldieren. Wanneer de gelegenheid zich voordoet, eten ze ook aas. Foerageren doen ze voornamelijk in of bij het water, maar in gebieden met een aanzienlijke bodembedekking kunnen ze hun voedingspatroon uitbreiden tot op het land, vooral na regenbuien.

Predatie

Door de kleine omvang zijn ze kwetsbaar voor predatie. Daarom heeft deze soort een zwaar gepantserde nek, rug en staart en hebben ze osteodermen op de buik en de onderkant van de nek. 

De eieren en de pas uitgekomen jongen zijn een prooi voor een groot aantal roofdieren waaronder vogels, vissen, zoogdieren en reptielen, inclusief andere krokodillen.

Voortplanting in de natuur

Deze soort leeft over het algemeen solitair, behalve in het broedseizoen. Vrouwtjes maken in de buurt van water nestheuvels van rottende vegetatie. De bouw hiervan begint al vroeg in het natte seizoen, in de maanden mei en juni. Ze leggen ongeveer 10 eieren met een harde schaal, die 85 tot 105 dagen nodig hebben om uit te komen. In uitzondelijke gevallen worden maximaal 20 eieren gelegd. De eieren worden uitgebroed door de warmte die vrijkomt bij het rotten van het plantmateriaal waarmee het nest gebouwd is. Vrouwtjes bewaken het nest en de jongen, die 28 cm lang zijn wanneer ze uit het ei komen. Onmiddellijk nadat ze zijn uitgekomen, maken ze geluiden waardoor het vrouwtje gestimuleerd wordt om ze te helpen het nest te verlaten. Typerend voor krokodilachtigen is dat de vrouwtjes normaal gesproken bij een kleinere afmeting volwassen worden dan mannetjes. 

Bedreiging

De voornaamste bedreigingen waarmee deze soort te kampen heeft zijn vernietiging van leefgebied en de jacht voor lokale consumptie. Gegevens uit Congo tonen aan dat op de lokale markt jaarlijks tienduizenden exemplaren worden verkocht als voedsel. Het kleine formaat en de niet-agressieve aard van deze krokodillen maakt het vangen en transport ervan relatief gemakkelijk, en daarom is het de meest opgejaagde krokodil in dat gebied. Ze worden ofwel vastgebonden en levend naar markten vervoerd of gedood en opgeslagen in ijs. De huid van deze soort is van een relatief slechte kwaliteit en daarom is commerciële jacht geen serieus probleem.

In sommige landen, waaronder Gambia en Liberia, zijn de aantallen van deze krokodil ernstig verminderd en zullen ze daar binnenkort uitgestorven zijn. Op dit moment is er echter een gebrek aan betrouwbare onderzoeksgegevens waardoor de algehele status van deze soort onduidelijk is.

Breedvoorhoofdkrokodillen zijn door de IUCN geclassificeerd als "kwetsbaar". Door de CITES zijn ze opgenomen in Appendix I.

Bronnen:

Creative Commons-Licentie
Dit werk valt onder een Creative Commons Naamsvermelding-GelijkDelen 3.0 Unported-licentie.

Paspoort

Naam Breedvoorhoofdkrokodil
Klasse Reptilia (Reptielen) 
Orde Crocodilia (Krokodilachtigen) 
Familie Crocodylidae (Echte krokodillen)
Geslacht Osteolaemus 
Soort Osteolaemus tetraspis 
Kop-romplengte 1,60 m, maximaal 1,90 m
Staartlengte  
Gewicht ♂ 18-32 kg, maximaal 80 kg
Gewicht ♀ 18-32 kg, maximaal 40 kg
Broedinterval Jaarlijks
Leggen eieren Mei - juni
Aantal legsels 1
Aantal eieren 10 (maximaal 20)
Incubatietijd 85 - 105 dagen
Geslachtsrijp 4 - 5 jaar
Levensduur 40 - 69 jaar in gevangenschap
Voeding in de natuur Vissen, schaaldieren, amfibieën en sommige terrestrische prooisoorten
Leefgebied West en Midden Afrika,
Groep/solitair Solitair, behalve in het broedseizoen
Fokprogramma ESB: LEIPZIG, Fabian Schmidt
CITES Appendix I (11/06/1992)
EU Listing Annex A (04/02/2017)
IUCN Kwetsbaar (VU)
Follow Us