Hits: 1383

Leefgebied

Bruinbehaarde gordeldieren komen voor in graslanden, bossen en savannes (waaronder de pampa's en de Gran Chaco) in het zuiden  van Zuid-Amerika, met name in Argentinië, Zuidoost-Bolivia en Paraguay. Tegenwoordig komen ze ook voor in agrarische gebieden. Ze leven tot op een hoogte van 1500 meter. Het is het meest voorkomende gordeldier in Argentinië.

Uiterlijk

Gordeldieren hebben over het grootste deel van de rug een dubbele laag van hoorn en been. Deze beschermende laag bestaat uit gordelbanden en platen die zijn omgeven door een flexibele huid. Een klein schild op de kop beschermt de oren en de nek. Tussen de ongeveer 18 gordelbanden steken lange stijve haren uit. Van de gordelbanden zijn er 7 of 8 banden scharnierend, zodat het dier zich als een bal kan oprollen en zijn weke, wit of bruinbehaarde buik kan beschermen. De gordelbanden bieden geen bescherming tegen kou.

Bruinbehaard gordeldier Author: David Blank.
License: CC BY-NC-SA 3.0

De huid is bruin tot rosachtig van kleur en het haar is grijsachtig bruin tot wit. De schedel is aan de boven en de onderzijde afgevlakt en ze hebben puntige tanden, die steeds doorgroeien. De krachtige klauwen aan de voorpoten worden gebruikt om te graven en om roofdieren weg te houden. De mannetjes hebben een penis die bij een erectie 35 mm lang kan worden. De lichaamslengte bedraagt 22 tot 40 cm, de staartlengte 9 tot 17 cm en het gewicht 1 tot 3 kg.

Bruinbehaard gordeldierAuthor:Cedricguppy Loury Cédric.
License: CC BY-SA 4.0

Voortbeweging

Het zijn uitstekende lopers, die zich relatief snel kunnen verplaatsen. Het zijn ook hele goede holengravers.

Wetenswaardigheden

Voedsel in de natuur

Bruinbehaarde gordeldieren zijn omnivoren. In de zomer is het dier overwegend 's nachts actief en voedt het zich met kleine levende kost zoals insecten en insectenlarven, ongewervelden, kleine gewervelde dieren zoals knaagdieren en hagedissen. In de winter daarentegen is het dier overdag actief en voedt het zich met plantenkost. 

Gedrag

Bruinbehaarde gordeldieren zijn goede holengravers die het grootste deel van de tijd onder de grond doorbrengen. Mede afhankelijk van de beschikbare hoeveelheid voedsel maken ze tijdelijke holen en holen die voor langere tijd worden gebruikt. De holen gebruiken ze om aan predatoren te ontsnappen, om voedsel te zoeken en om op hete dagen in de woestijn de lichaamstemperatuur te verlagen Ook bieden holen bescherming tegen de kou. Ze hebben in hun neus speciale membranen die hun in staat stellen om zuurstof uit de aarde te filteren zonder dat ze grond zelf binnenkrijgen. Vanwege de warmte zijn ze in de zomer meer 's nachts actief.

Predatie

Het zijn efficiënte holengravers, waardoor ze aan roofdieren kunnen ontsnappen. Ze worden meestal belaagd door hondachtigen, vogels en mensen. Wanneer ze bedreigd worden, en ze niet in een hol kunnen kruipen, trekken ze hun poten onder hun lichaam en gaan ze plat op de grond liggen, waardoor alleen hun schild zichtbaar is.

Voortplanting

De paring vindt plaats in september en de dracht duurt 60 tot 75 dagen. Er is vaak meer dan één nest per jaar. De periode tussen twee nesten bedraagt 72 tot 74 dagen. Meestal worden er twee eeneiige jongen per keer geboren. Meestal zijn dat één mannetje en één vrouwtje. Bij de geboorte wegen de jongen gemiddeld 155 gram. Ze worden geboren met een leerachtige huid die naarmate ze ouder worden verhardt. Na 16 tot 30 dagen gaan de oogjes open. Na 35 dagen verlaten ze voor het eerst het nest en beginnen ze vast voedsel te eten. Na 50 tot 80 dagen zijn ze gespeend.

Na 9 maanden zijn ze geslachtsrijp. In gevangenschap kunnen ze 20 tot 30 jaar worden.

Bedreiging

Hoewel deze dieren stelselmatig worden gedood voor het vlees en het pantser, of door boeren die er last van hebben, tonen ze een enorme veerkracht en blijven de populaties op peil. Momenteel zijn er geen beschermende maatregelen voor deze diersoort van kracht maar ze leven wel in een groot aantal beschermde gebieden.

Het is een gewild dier voor laboratorium onderzoek vanwege de geringe stressgevoeligheid, het vermogen om zich aan te passen aan het leven in laboratoria en doordat de jongen vaak eeneiig zijn.

De IUCN heeft deze diersoort geclassificeerd als "niet bedreigd".

Bronnen

Creative Commons-Licentie
Dit werk valt onder een Creative Commons Naamsvermelding-GelijkDelen 3.0 Unported-licentie.