Zoogdieren

Caracal caracal

gb Caracal  de Karakal  fr Caracal, Lynx du désert, Lynx de Perse
nl Woestijnlynx

Leefgebied

Caracals leven in een groot deel van Afrika, Centraal-Azië en Zuidwest-Azië. De Noord-Afrikaanse populaties nemen af, maar ze komen nog steeds in overvloed voor in andere Afrikaanse regio's. De leefgebieden zijn de Sahara woestijn en de equatoriale bossen van West- en Centraal-Afrika. In Zuid-Afrika en Namibië komen caracals zo talrijk voor dat ze actief bejaagd worden vanwege de hinder die ze veroorzaken. Aziatische populaties zijn minder dicht dan de Afrikaanse populaties.

Het historische leefgebied van caracals komt overeen met dat van cheeta's en valt samen met de verspreiding van verschillende kleine soorten gazellen die in de woestijn leven.

Er is weinig tot geen overlap met de leefgebieden van Afrikaanse goudkatten. Het leefgebied van een andere soortgenoot, de serval, komt echter voor een opmerkelijk deel wel overeen met dat van de caracals. Ook de leefgebieden van de Aziatische steppenkat (Felis silvestris ornata) en Afrikaanse wilde kat (Felis silvestris lybica) overlappen voor een groot deel met de leefgebieden van caracals.

Caracals hebben verschillende habitats. Ze zijn meestal te vinden in bossen, struikgewas en kreupelhoutbossen, vlaktes en rotsachtige heuvels. Ze geven de voorkeur aan habitats in de overgangsgebieden van bossen en graslanden. In de bergen van Ethiopië leven ze tot op een hoogte van meer dan 3000 meter.

Ze hebben een voorkeur voor een droog klimaat met minimale bladbedekking. In vergelijking met servals, kunnen caracals veel drogere omstandigheden verdragen. Ze bewonen echter zelden woestijnen of tropische omgevingen. In Azië worden caracals soms aangetroffen in bossen, wat ongebruikelijk is in Afrikaanse populaties.

Uiterlijk

Caracals hebben een bruine tot rode vacht, waarbij de kleur varieert van dier tot dier. De onderkant is wit en heeft, net als Afrikaanse goudkatten, veel kleine vlekken. De kop is voorzien van zwarte markeringen rond de snorharen, rond en boven de ogen en wat vager op het midden van de kop en de neus. De kleur van de ogen varieert van goud- of koperkleurig tot groen of grijs. 

Er zijn melanistische dieren gespot, maar deze zijn uiterst zeldzaam. De jongen hebben kortere oorpluimen en blauwe ogen. Ondersoorten zijn mogelijk niet te onderscheiden door fenotype.

Vrouwtjes zijn kleiner en lichter dan mannetjes en wegen meestal minder 13 kg, terwijl mannetjes tot 20 kg kunnen wegen. Het is echter mogelijk dat een groot vrouwtje meer weegt dan een klein mannetje. Hoewel de staart kort is, maakt deze nog steeds een aanzienlijk deel van de totale lichaamslengte uit. De lengte van de staart varieert van 18 tot 34 cm. De kop-romplengte wordt gemeten van de neus tot de basis van de staart en varieert van 62 tot 91 cm. Zelfs de kleinste volwassen caracal is groter dan de meeste huiskatten.

Voortbeweging

Hoewel het op de grond levende dieren zijn kunnen ze ook goed klimmen.

Wetenswaardigheden

  • De grootste impact van caracals op ecosystemen is het in evenwicht houden van populaties van prooidieren. Opportunistische eters zoals caracals eten wat het meest beschikbaar is en wat de minste hoeveelheid energie vereist om te vangen en te doden. Deze manier van jagen speelt een rol bij het voorkomen dat prooidieren onder- of overbevolkt raken. In sommige regio's zijn caracals één van de weinige soorten die bepaalde soorten prooien kunnen doden.
  • In India en Perzië werden caracals ooit getraind om jachtvogels en herten te vangen. Hiermee zorgden caracals voor eten en amusement.
  • In West- en Centraal-Afrika zorgen bushmeat en pelzen voor voedsel en een kleine winst voor de lokale bevolking. Gelukkig voor caracals is er weinig vraag naar hun vacht.
  • Omdat caracals op kleinvee jagen worden er jaarlijks duizenden caracals gedood. Dit is vooral het geval in Zuid-Afrika en Namibië, waar programma's voor roofdierbestrijding zijn opgezet. Ondanks verschillende van deze programma's, herbevolken caracals weer snel de landbouwgebieden. 

Voedsel in de natuur

Net als alle andere katachtigen, zijn caracals strikte carnivoren. Het grootste deel van het dieet bestaat uit klipdassen, hazen, knaagdieren, antilopen, kleine apen en vogels. Afhankelijk van het seizoen eten ze duiven en patrijzen. Specifieke voorbeelden van waarop caracals jagen zijn de bergrietbok, de dorcasgazelle, de koritrap, de berggazelle, de gerenoek en de Sharpes grijsbok. Caracals eten ook sommige reptielen, hoewel dit geen algemeen onderdeel van hun dieet is.

Het dieet varieert afhankelijk van de locatie. In Afrika worden bijvoorbeeld grotere dieren zoals hoefdieren gegeten, terwijl een Aziatische kat alleen kleine gewervelde dieren eet, zoals knaagdieren. Soms wordt er ook op vee gejaagd.

Hoewel caracals bekend staan om hun spectaculaire sprongen waarmee ze vogels vangen, maken zoogdieren in alle leefgebieden meer dan de helft van hun dieet uit.

Uniek voor katten van hun grootte is dat caracals prooien kunnen vangen die twee tot drie keer hun eigen gewicht hebben.

Kleine prooien zoals klipdasachtigen worden gedood met een beet in de nek, terwijl grote prooien, zoals gazellen worden gedood met een verstikkende keelbeet.

Prooien worden meestal eerst beslopen en vervolgens besprongen met behulp van de extra lange en gespierde achterpoten.

In tegenstelling tot luipaarden hangen caracals zelden hun dode prooien in bomen. In ongestoorde omgevingen bedekken caracals in plaats daarvan een nog niet volledig opgevreten karkas met aarde om regelmatig terug te keren om verder te eten.

Gedrag

Caracals leven solitair, behalve tijdens de paarperiode en het grootbrengen van de jongen. Beide geslachten zijn territoriaal. Eén caracal kan een roofdier van twee keer zijn eigen grootte verjagen.

Hoewel het voornamelijk nachtdieren zijn, worden ze ook wel overdag waargenomen, vooral in ongestoorde regio's. De jachttijd wordt meestal bepaald door de activiteit van prooien, maar ze jagen vooral 's nachts.

Territorium

Caracals kennen in verhouding tot hun relatief geringe afmeting een vrij groot territorium. Klimaat, regio en sexe hebben allemaal invloed op de grootte van dit gebied. Het territorium van een mannetje is meestal twee keer zo groot als dat van een vrouwtje.

De grootte van het territorium wordt ook beïnvloed door de beschikbaarheid van water. In regio's met een droog klimaat is het territorium veel groter. In delen van Afrika varieert het territorium van een mannetje van 31 tot 65 km². Bij vrouwtjes in dezelfde regio is dit 4 tot 31 km². In delen van Azië hebben mannetjes meestal een territorium van 200 km² tot meer dan 300 km².

Het territorium van een mannetje kan het leefgebied van verschillende andere mannetjes overlappen, terwijl een vrouwtje haar hele gebied verdedigt voor eigen gebruik.

Communicatie

Er is geen grondige studie gemaakt van de communicatie van caracals en de meeste informatie is dan ook afkomstig van dieren die in gevangenschap worden gehouden.

Net als andere katachtigen hebben caracals goed ontwikkelde zintuigen om te kunnen horen en te kunnen zien. Hoewel servals bekend staan om hun zeer goede gehoor, kunnen ook caracals alleen al met hun gehoor kleine prooien waarnemen. Zodra een prooi is waargenomen, wordt deze door zicht verder opgespoord.

De exacte functie van de oorpluimen is niet bekend. Er wordt echter gespeculeerd dat deze worden gebruikt bij de communicatie tussen soortgenoten.

Van in gevangenschap levende caracals weet men dat ze raspende geluiden maken. Deze katten communiceren met grommen, spugen, sissen en miauwen. Tijdens het paarseizoen is waargenomen dat ze communiceren door lichaamscontact zoals het elkaar aanraken en tegen elkaar aan kruipen.

Een potentiële partner wordt aangetrokken door chemische signalen. Een hormonale veranderingen bij een vrouwtje resulteert in een verandering van de urinesamenstelling. Wanneer het vrouwtje bereid is om te paren, zet ze haar geur op verschillende locaties af om mannetjes te lokken. De mannetjes kunnen dan haar geur waarnemen met het orgaan van Jacobson.

Predatie

Hoewel caracals zowel roofdieren als prooidieren zijn, wordt er door bekende roofdieren zoals leeuwen en hyena's niet regelmatig op hen gejaagd.

Camouflage is de primaire verdediging tegen roofdieren. Wanneer ze worden bedreigd in hun favoriete, open leefomgeving, gaan caracals plat liggen en fungeert hun bruine vacht als camouflage. Door hun behendige manier van klimmen kunnen caracals ook ontsnappen aan grotere roofdieren zoals leeuwen en hyena's.

Voortplanting in de natuur

Voordat het paren begint, laten chemische signalen in de urine van het vrouwtje weten dat ze bereid is om te paren waardoor een mannetje wordt aangetrokken. Ook door een op hoesten lijkende roep trek ze mannetjes aan.

Er zijn verschillende vormen van paringen waargenomen. Wanneer een vrouwtje het hof wordt gemaakt door meerdere mannetjes, kunnen deze gaan vechten om met haar te kunnen paren of het vrouwtje kiest zelf haar partner, waarbij ze oudere en grotere mannetjes verkiest boven jongere en kleinere mannetjes. In één week kunnen er meerdere paringen plaatsvinden met meerdere mannetjes. Wanneer het vrouwtje zelf een partner kiest, blijft het paar maximaal vier dagen bij elkaar, waarbij meerdere keren gepaard wordt.

Het vrouwtje neemt een positie met een holle rug aan waarbij de copulatie gemiddeld minder dan vijf minuten duurt. Vrouwtjes copuleren bijna altijd met meer dan één mannetje. Infanticide door mannetjes is waargenomen. Dit gebeurt om zo een ovulatie op te wekken bij het vrouwtje.

Hoewel zowel de mannetjes als de vrouwtjes na 7 tot 10 maanden geslachtsrijp zijn, vindt de eerste succesvolle paring plaats rond de leeftijd van 14 tot 15 maanden. Sommige biologen vermoeden dat caracals bij het bereiken van een lichaamsgewicht van 7 tot 9 kg geslachtsrijp worden. Vrouwtjes vertonen gedurende 3 tot 6 dagen bronstig gedrag, maar de cyclus duurt eigenlijk twee keer zo lang.

Een vrouwtje kan op elk moment van het jaar bronstig worden. Deze opportunistische strategie wordt bepaald door de voeding van het vrouwtje. Wanneer een vrouwtje heel goed voedsel tot haar beschikking heeft (wat per leefgebied kan variëren), zal ze bronstig worden. Dit verklaart in sommige regio's de piek tussen oktober en februari.

Een vrouwtje kan niet meer dan één nest jongen per jaar krijgen vanwege de investering in de ouderlijke zorg en omdat ze na de geboorte van de jongen niet onmiddellijk weer bronstig kan worden.

De dracht duurt 68 en 81 dagen en het vrouwtje krijgt 1 tot 6 kittens. In het wild worden over het algemeen niet meer dan 3 jongen geboren, terwijl in gevangenschap het aantal waarschijnlijk groter is, tot 6 jongen.

Als de jongen eenmaal verwekt zijn, spelen mannetjes geen rol meer in in directe of indirecte zorg. Vrouwtjes steken veel tijd en energie in hun jongen. Vaak wordt voor het werpen en de eerste vier weken daarna een boomholte, grot of verlaten hol gebruikt. Na de eerste maand verplaatst een moeder haar jongen regelmatig. Rond deze tijd beginnen kittens te spelen en vlees te eten. Het zogen gaat door totdat de kittens ongeveer 15 weken oud zijn, maar ze zijn pas echt onafhankelijk na nog eens 5 tot 6 maanden.

Er zijn geen betrouwbare gegevens over de levensduur van wilde caracals. Net als bij andere katachtigen, kunnen in gevangenschap levende dieren, als ze goed worden verzorgd, aanzienlijk ouder worden dan in het wild levende dieren. Ze kunnen dan ongeveer 20 jaar oud worden. De maximale gerapporteerde levensduur in gevangenschap was 20,3 jaar voor een in het wild geboren vrouwtje dat in gevangenschap was grootgebracht.

Bedreiging

De voornaamste bedreiging voor caracals vormt het verlies van habitats in Noord-, Midden- en West-Afrika en Azië.

Het Verdrag inzake de internationale handel in bedreigde soorten (CITES) heeft de Aziatische populaties in Bijlage I opgenomen en alle andere populaties in Bijlage II. Dit betekent dat Aziatische populaties om commerciële redenen niet mogen worden verhandeld, maar handel voor wetenschappelijk onderzoek wel is toegestaan. Bijlage II schrijft voor dat de handel in deze dieren moet worden gecontroleerd door middel van het goedkeuren van vergunningen voor gevallen dat de soort geen schade wordt toegebracht.

De IUCN heeft caracals geclassificeerd als 'niet-bedreigd'.

Bronnen

Creative Commons License
Dit werk valt onder een Creative Commons Naamsvermelding-GelijkDelen 3.0 Unported-licentie.

Paspoort

Naam Caracal
Klasse Mammalia (Zoogdieren)
Orde Carnivora (Roofdieren)
Familie Felidae (Katachtigen)
Geslacht Caracal
Soort Caracal caracal
Kop-romplengte 62 - 91 cm 
Staartlengte 18 - 34 cm
Gewicht  8 - 20 kg
Paartijd Het hele jaar door, piek augustus-december
Paringsinterval Jaarlijks 
Draagtijd 68-81 dagen 
Nest Boomholte, grot of verlaten hol 
Geboorte Het hele jaar door, piek in de zomer
Geboortegewicht 165 gram 
Aantal jongen 1 - 6 jongen, gemiddeld 3 
Spenen 4 - 6 maanden 
Geslachtsrijp  7 - 10 maanden 
Levensduur 12 jaar in het wild, 20 jaar in gevangenschap 
Voeding in de natuur Klipdassen, hazen, knaagdieren, antilopen, kleine apen en vogels 
Leefgebied Afrika, Centraal-Azië en Zuidwest-Azië 
Groep/solitair Solitair
Fokprogramma  -
CITES Appendix I: Only the population of Asia (28/06/1979) 
Appendix II: Except the Asian population, which is included in Appendix I (28/06/1979) 
EU Listing Annex A: Population of Asia (04/02/2017)
Annex B: All populations, except that of Asia (04/02/2017)
IUCN Niet bedreigd (LC) (2016) 

 

Follow Us