Vogels

Geopelia cuneata

gb Diamond Dove  de Diamanttäubchen fr Géopélie diamant

Leefgebied

De diamantduif is een endemische vogelsoort uit in Australië, die vaak gehouden wordt als siervogel. Hij heeft een groot verspreidingsgebied in het binnenland van geheel Australië, maar ontbreekt in de kustgebieden in het oosten en het zuiden. Deze vogel is geïntroduceerd in Puerto Rico en komt daar ook in het wild voor. 

Diamantduiven komen voor in licht beboste, droge en halfdroge graslanden met in de omgeving een betrouwbare waterbron. Ze worden vaak gezien langs wegen.

Uiterlijk

De diamantduif dankt zijn naam aan zijn uiterlijk. De grijs-blauwe vleugels zitten vol met op diamanten lijkende spikkeltjes. De vleugels zijn voorzien van donkere randen. De totale lengte van kop tot staartpunt is 19 tot 21 centimeter. Het gewicht bedraagt 28 tot 43 gram.

Het mannetje en vrouwtje zijn nauwelijks van elkaar te onderscheiden, alleen tijdens de balts is te zien dat het mannetje de staart uitspreidt en het vrouwtje niet. De kop, de hals en de borst van het mannetje zijn licht blauwgrijs. De staart is wat donkerder. Rond het oranje oog heeft hij een rode ring. De snavel is donkergrijs. De buik is roomkleurig terwijl de rug en staart bruin-grijs zijn. De poten en de tenen zijn roze. De oogring van het mannetje is donkerder en dikker dan van het vrouwtje. Het vrouwtjes is ook iets bruiner van kleur.

Voortbeweging

De diamantduif beweegt zich vaak met een waggelende loop over de grond. De sterke en directe vlucht is soms golvend. De vleugels kunnen tijdens het vliegen geluid maken ("frrr").

Wetenswaardigheden

  • De diamantduif is de op één na kleinste duif. Alleen de musduif (Colombina passerina) is iets kleiner.
  • In de siervogelhouderij komen ook kleurmutaties voor, zoals de zilveren diamantduif.
  • Het zijn echte zonaanbidders.

Voedsel in de natuur

Diamantduiven eten bijna alleen maar granen, hoewel ze ook wel kleine hoeveelheden bladeren en insecten eten. Ze voeden zich meestal met kleine zaden, met name van grassen en peulvruchten. 

Gedrag

Ze foerageren uitsluitend op de grond, meestal in koppels van 20 tot 30 vogels en leggen vaak grote afstanden af op zoek naar voedsel en water. Ze maken een verscheidenheid aan geluiden.

Voortplanting in de natuur

Diamantduiven broeden in Zuid-Australië, van mei tot augustus, na de regenperiode. In deze periode krijgen ze meerdere legsels. De nesten worden meestal in lage struiken en bomen gemaakt van een vlechtwerk van grassen of takjes, en zijn kwetsbaar. Er worden meestal twee witte eieren gelegd die in 13 tot en 14 dagen worden uitgebroed. De kuikens groeien snel en ze zijn meestal na twee weken volledig bevederd waarna ze uitvliegen. Ze worden dan nog wel enige tijd door de ouders gevoerd.

Diamantduiven worden gemiddeld 10 jaar oud.

Bedreiging

De diamantduif heeft een groot verspreidingsgebied en daardoor alleen al is de kans op uitsterven uiterst gering. De grootte van de populatie is niet gekwantificeerd; het is een algemeen voorkomende vogel. Om deze redenen staat deze duif als niet bedreigd op de Rode Lijst van de IUCN

Bronnen:

Creative Commons-Licentie
Dit werk valt onder eenCreative Commons Naamsvermelding-GelijkDelen 3.0 Unported-licentie.

Paspoort

Naam Diamantduif
Klasse Aves (vogels)
Orde Columbiformes (Duifachtigen)
Familie Columbidae (Duiven)
Geslacht Geopelia
Soort Geopelia cuneata
Kop-staartlengte  19-21 cm
Staartlengte 10 cm
Spanwijdte  
Gewicht 28-43 gram
Broedinterval Jaarlijks 
Broedperiode Mei-augustus 
Nest Gemaakt van grassen en twijgjes in lage struiken en bomen
Aantal eieren 2 eieren
Broedtijd 13-14 dagen
Uitvliegen 2 weken 
Geslachtsrijp  
Levensduur 10 jaar 
Voeding in de natuur Hoofdzakelijk granen
Leefgebied Australië
Groep/solitair Koppels en groepjes
Fokprogramma
CITES
IUCN Niet bedreigd (LC)
Follow Us