DolksteekduifAuthor: Adrian Pingstone
License: Public domain

  Leefgebied DolksteekduifBirdLife International. 2016. Gallicolumba luzonica.
The IUCN Red List of Threatened Species 2016.
Accessed on 26 January 2018.
  Dolksteekduif Author: Kao-Tai
License: public domain

Vogels

Gallicolumba luzonica

gb Luzon bleeding-heart  de Luzon-Dolchstichtaube  fr Gallicolombe poignardée  it Colomba pugnalata di Luzon

Leefgebied

De dolksteekduif is endemisch voor drie eilanden in het noorden van de Filipijnen, waaronder Luzon, waar veel geïsoleerde populaties voorkomen, en Polillo, waar onlangs een zeer kleine populatie is herontdekt. Ze zijn ook waargenomen op Catanduanes. Luzon is dichtbevolkt en heeft een bergachtig gebied in het noorden. Het klimaat varieert sterk met een nat seizoen dat loopt van juni tot oktober en een droog seizoen dat loopt van november tot mei.

De habitat van deze op de grond levende dolksteekduif bestaat uit laaglandbos tot 1400 meter hoogte. Deze soort wordt ook aangetroffen in selectief gekapte bossen en op plantages

Ondersoorten

Er bestaan drie ondersoorten van de dolksteekduif:

  • Gallicolumba luzonica griseolateralis (Noord-Luzon)
  • Gallicolumba luzonica luzonica (Centraal- en Zuid-Luzon en Polillo)
  • Gallicolumba luzonica rubiventris (Catanduanes)

Uiterlijk

De dolksteekduif is een schuwe vogel met een, op een bloedende wond lijkende, dieprode vlek op de borst. Hij is grotendeels grijs van kleur, met een witte kin, keel en onderkant en drie donkergrijze banden op de vleugels. Het voorhoofd en de kroon zijn iets lichter grijs dan de rug en vleugels, die een paarse en groene glans hebben. Hij heeft een zwarte snavel en de poten en tenen zijn roodachtig. Ze hebben een korte staart en lange poten.

Mannetjes en vrouwtjes lijken qua uiterlijk erg op elkaar. Het vrouwtje is echter over het algemeen doffer van kleur, met een kleinere en lichtere rode vlek op de borst. Er zijn drie ondersoorten, die enigszins variëren in kleur en geografisch verspreiding. Mannetjes zijn 27.3 - 28.8 cm groot en vrouwtjes 25.2 - 26 cm. Ze wegen gemiddeld 133 gram. De spanwijdte bedraagt 38 cm.

De geslachtsnaam van de dolksteekduif, Gallicolumba, is afgeleid van 'Galli', wat kip betekent, wat verwijst naar de gewoonte van deze vogel om op de grond naar voedsel te zoeken en 'columba' wat duif betekent. De soortnaam, luzonica, is afgeleid van Luzon, het eiland in de Filippijnen waarop hij het meest voorkomt.

Voortbeweging

Dolksteekduiven zijn voornamelijk op de bosbodem te vinden. Wanneer deze vogels benaderd worden vliegen ze slechts over een korte afstand om verder lopend te ontsnappen.

Wetenswaardigheden

  •  De dolksteekduif is een schuwe duif die genoemd is naar de rode vlek op de borst, die lijkt op een bloedende wond.
  •  Zoals de soortnaam al doet vermoeden, leeft de dolksteekduif op het eiland Luzon en twee naburige eilanden op de Filipijnen
  •  De dolksteekduif zoekt voedsel op de grond en eet een verscheidenheid aan zaden, vruchten en ongewervelde dieren.
  •  Net als andere duivensoorten voert de dolksteekduif zijn jongen met voedzame duivenmelk.

Voedsel in de natuur

Het dieet van dolksteekduif bestaat uit zaden, gevallen fruit en ongewervelde dieren, waaronder slakken, teken en insecten, welke hij tussen de bladeren op de grond vindt. De snavel is niet aangepast om op voedsel te kauwen of van doppen te ontdoen. In plaats daarvan wordt het voedsel heel doorgeslikt.

Gedrag

De dolksteekduif wordt meestal alleen of in paren gezien en rust 's nachts in lage bomen en struiken. Hij laat elke drie tot vier seconden een zacht 'aa-oooot' horen. Deze roep duurt ongeveer een seconde en stijgt aan het eind in toonhoogte. Ze laten ook een lage, treurige 'cooooo' of 'coo oo' horen.

Predatie

Predatoren zijn inheemse zoogdieren, reptielen en roofvogels. Ze maken gebruik van het dichte struikgewas om te ontsnappen aan roofdieren.

Voortplanting in de natuur

De dolksteekduif is monogaam en vormt een band voor het leven. De balts begint met het op de grond achterna zitten van het vrouwtje door het mannelijke. Wanneer het vrouwtje stopt, begint het mannetje aan zijn baltsrituelen waarbij hij zijn borst opblaast om de rode vlek te benadrukken, en een snelle, treurige 'croo-cu-cu-cu-cu' en een zachte 'co-co-cooooo' roep laten horen.

De dolksteekduif bouwt een nest van takjes, wortels en grassen in een lage struik of boom. Deze duif nestelt ongeveer half mei en legt slechts twee blauwachtig witte eieren, die zowel door het mannetje als het vrouwtje gedurende een periode van 17 tot 18 dagen worden uitgebroed. Het mannetje zit overdag op de eieren en het vrouwtje 's nachts. In gevangenschap kan de dolksteekduif het hele jaar door nestelen.

Net als bij andere duiven scheiden zowel het mannetje als het vrouwtje energierijke, voedzame 'duivenmelk' af met een vergelijkbare samenstelling als de melk die door zoogdieren wordt geproduceerd. De kuikens eten de eerste dagen van hun leven uitsluitend deze duivenmelk maar krijgen langzamerhand steeds meer vast voedsel binnen wat door de ouders wordt uitgebraakt. Door de duivenmelk groeien de jongen zeer snel en als ze vier weken oud zijn beginnen ze zelf eten te zoeken.

Na 12 tot 16 dagen verlaten de jongen het nest en na 2 tot 3 maanden krijgen ze het verenkleed van volwassen vogels. Na 18 maanden ruien ze voor de tweede keer en zijn ze geslachtsrijp.

In het wild kan deze duif 15 jaar worden en in gevangenschap 20 jaar

Bedreiging

De populatie van de dolksteekduif daalt matig als gevolg van verlies en fragmentatie van leefgebied, wat wordt veroorzaakt door ontbossing en de uitbreiding van de landbouw. Bovendien wordt er op deze soort gejaagd en worden ze, omdat het populaire kooivogels zijn, gevangen voor de handel in huisdieren,

De dolksteekduif is door de IUCN geclassificeerd als "bijna bedreigd" en is door CITES opgenomen in Appendix II.

Bronnen:

Creative Commons-Licentie
Dit werk valt onder een Creative Commons Naamsvermelding-GelijkDelen 3.0 Unported-licentie.

Paspoort

Naam Dolksteekduif
Klasse Aves (vogels)
Orde Columbiformes (Duifachtigen)
Familie Columbidae (Duiven)
Geslacht Gallicolumba
Soort Gallicolumba luzonica
Grootte ♂ 27.3 - 28.8 cm. ♀ 25.2 - 26 cm
Spanwijdte 38 cm
Gewicht 133 gram
Broedinterval Jaarlijks
Broedperiode Hal mei
Nest Nest van takjes, wortels en grassen in een lage struik of boom 
Aantal eieren 2 eieren
Broedtijd 17 - 18 dagen
Uitvliegen 12 - 16 dagen
Geslachtsrijp 18 maanden
Levensduur 15 jaar in het wild, 20 jaar in gevangenschap
Voeding in de natuur Zaden, gevallen fruit en ongewervelde dieren, waaronder slakken, teken en insecten
Leefgebied Drie eilanden in het noorden van de Filipijnen: Luzon, Polillo en Catanduanes. 
Groep/solitair  Alleen of in paren
Fokprogramma ESB: BRISTOL, Richard Switzer 
CITES Appendix II (01/07/1975)
EU Listing Annex B (04/02/2017)
IUCN Bijna bedreigd (NT)
Follow Us