Gewone koraalduivelAuthor: Ilse Reijs and Jan-Noud Hutten
License: CC BY 2.0
  Gewone koraalduivelAuthor: Albert Kok License:
Public Domain

Pterois volitans

gb Red lionfish  de Pazifischer Rotfeuerfisch  fr Rascasse volante

Leefgebied

Gewone koraalduivels zijn inheems in de westelijke Stille Oceaan, in een gebied dat begrensd wordt door Zuid-Japan, Zuid-Korea, Indonesië, Micronesië en Frans-Polynesië, het Lord Howe-eiland, de oostkust van Australië en de Kermadeceilanden in Nieuw-Zeeland. In het zuiden van de Grote Oceaan komen ze voor van West-Australië tot de Marquesaseilanden en Oeno van de Pitcairneilanden.

In delen van hun verspreidingsgebied worden ze als een invasieve soort beschouwd. Ze leven nu namelijk ook in de wateren voor de oostkust van de Verenigde Staten, van Florida tot New York. Ze worden tevens aangetroffen in de wateren rond de Bahama's en zuidelijk tot de Turks- en Caicoseilanden in het Caribisch gebied. Er zijn ook onbevestigde meldingen van gewone koraalduivels elders in de Caribische Zee.

Ze leven tot op een diepte van 50 meter, in lagunes, troebele kustgebieden en koraal- of rotsachtige riffen. Ze zijn echter ook waargenomen in baaien, estuaria en havens. Overdag schuilen ze op donkere plekken, zoals onder richels of in grotten en spleten.

Uiterlijk

Gewone koraalduivels hebben een prachtig gestreepte kop en romp met roodachtige of goudbruine banden op een gele achtergrond. De dorsale en aarsvinnen hebben donkere rijen vlekken op een heldere achtergrond. Langs de zijlijn zit meestal een rij witte vlekken.

Ze verschillen van andere schorpioenvissen door 13 in plaats van 12 giftige rugstekels en 14 lange, vederachtige borstvinnen. De aarsvin heeft 3 doornen en 6 tot 7 stralen. De talrijke stekels op de kop variëren in vorm en grootte, maar zijn meestal lang op jonge dieren en enigszins bladachtig bij volwassen exemplaren.

Enkele andere opvallende kenmerken zijn de benige rand over de wang en de flappen die gedeeltelijk zowel de ogen als de neus bedekken. Ze hebben ook een "tentakel" boven beide ogen.

De larven hebben een grote kop met een relatief lange, driehoekige snuit, evenals lange, gekartelde kopstekels. De jongen hebben erg weinig opvallende kleuren en lijken voornamelijk doorschijnend, met slechts een lichte rood-witte kleur op de borstvinnen .

Gewone koraalduivels kunnen 38 cm lang worden.

Voortbeweging

Gewone koraalduivels bewegen zich voort door met de zachte rug- en aarsvinnen langzame golvende bewegingen te maken.

Wetenswaardigheden

  • De pijn die wordt veroorzaakt door een steek van een gewone koraalduivel kan bij mensen dagen lang duren en lijden tot zweten en ademhalingsmoeilijkheden.
  • Hoewel het gestreepte kleurrijke patroon van de koraalduivel in een aquarium duidelijk en gemakkelijk te zien is, gaan ze door dit kleurrijke patroon in koraalriffen op in de achtergrond.

Voedsel in de natuur

Op veel plaatsen met koraalriffen staan de gewone koraalduivels aan de top van de voedselketen. Ze eten voornamelijk kreeftachtigen (evenals andere ongewervelde dieren) en kleine vissen, waaronder jonge exemplaren van hun eigen soort. Ze eten gemiddeld 8,2 keer hun lichaamsgewicht per jaar. Per dag eten juvenielen 5,5 tot 13,5 gram en volwassen exemplaren 14,6 gram.

Gewone koraalduivels beginnen met zonsondergang te eten, omdat dan de bedrijvigheid in het koraalrif het hoogst is. Rond zonsondergang gaan namelijk de dagactieve vissen en de ongewervelde dieren op zoek naar een rustplek voor de nacht en komen alle nachtactieve vissen te voorschijn om met eten te beginnen. Hierdoor kost het de koraalduivel niet veel moeite om eten te vinden. Ze laten zich eenvoudigweg omhoog drijven langs rotsen en koraal en besluipen hun prooien zo van onderaf. Terwijl ze zich langzaam naar een kleine vis toe bewegen, schermen ze door hun uitgespreide borstvinnen de beweging van de staartvin af. Door deze afscherming en door de schutkleuren wordt voorkomen dat een prooi wordt gealarmeerd.

Gewone koraalduivels vallen met één snelle slingerende beweging aan op prooien die ze vervolgens opzuigen. Deze aanval is zo snel en soepel dat als het slachtoffer zich in een school vissen bevindt, de andere vissen niet eens opmerken wat er is gebeurd. De gewone koraalduivels kunnen dan doorgaan met de jacht op de andere vissen in de school.

In de buurt van het wateroppervlak in open wateren jagen ze met een andere techniek. Hier wachten ze 20 tot 30 cm onder het wateroppervlak op kleine scholen vissen die uit het water springen in een poging om aan andere roofdieren te ontsnappen. Wanneer ze terugduiken in het water vallen de koraalduivels hen aan.

Naast vissen eten gewone koraalduivels ook ongewervelde dieren zoals vlokreeften, pissebedden en andere kreeftachtigen. Gewone koraalduivels glijden over rotsen of zand en vibreren met hun vinnen om voedsel uit hun schuilplaatsen te jagen. Over het algemeen blijven koraalduivels op dezelfde plek en eten ze, wanneer er veel vis voorhanden is, zoveel als ze maar kunnen en vasten ze wanneer het voedsel schaars is.

Wanneer ze jong zijn, gebruiken ze het grootste deel van hun energie om te groeien. Hierdoor kunnen ze op vrij jonge leeftijd al groot worden, zodat ze beter bestand zijn tegen aanvallen van roofdieren en hun kansen om te paren groter worden.

Als een mannetje tijdens het jagen een ander mannetje tegenkomt, zal het meest agressieve mannetje donkerder van kleur worden en laat deze zijn giftige, stekelige rugvinnen naar de ander wijzen die dan gewoonlijk zijn borstvinnen dichtvouwt en wegzwemt.

Gedrag

Gewone koraalduivels zijn 's nachts actief en bewegen zich in de duisternis voort door met de zachte rug- en aarsvinnen langzame golvende bewegingen te maken.

Hoewel ze voornamelijk tijdens de eerste nachtelijke uren eten, blijven ze rondzwemmen tot het weer dag wordt. Wanneer de zon opkomt, trekken ze zich terug in hun schimmige onderkomens tussen het koraal en de rotsen.

Als juvenielen en tijdens het paren leven ze in kleine groepjes. Als volwassen vissen leven ze echter het grootste deel van hun leven solitair en verdedigen ze met behulp van hun giftige rugstekels hun territorium fel tegen andere vissen van dezelfde of een andere soort.

Mannetjes zijn agressiever dan vrouwtjes. Tijdens het paaien zijn de mannetjes bijzonder agressief. Wanneer een mannetje het territorium van een paaiend mannetje binnendringt, zal het opgewonden mannetje de indringer met wijd gespreide vinnen benaderen. Hij zal dan voor de indringer heen en weer zwemmen terwijl hij met zijn giftige rugstekels naar voren wijst. Vervolgens zal het paaiende mannetje oog in oog met de indringer komen te staan waarbij hij stekels laat trillen. Het opgewonden mannetje zal dan met zijn kop schudden alvorens hij de indringer aanvalt in een poging om in de kop van de indringer te bijten. Dit gewelddadige bijten kan ertoe leiden dat van de indringer delen van zijn bek afscheuren. Het kan er echter ook toe leiden dat de agressor op de rugstekels van de indringer wordt gespietst. Niettemin schudt hij zichzelf los en blijft hij de indringer aanvallen totdat deze zich terugtrekt.

Voortplanting in de natuur

Alleen in de paaitijd leven gewone koraalduivels niet solitair. In deze periode zal één mannetje samenscholen met verschillende vrouwtjes. om groepjes te vormen van 3 tot 8 vissen.

Wanneer gewone koraalduivels gereed zijn om zich voort te planten, worden de fysieke verschillen tussen de geslachten duidelijker. Mannetjes worden donkerder en uniformer van kleur (hun strepen zijn niet zo duidelijk). De vrouwtjes worden bleker. Hun buik, faryngeale regio en mond worden zilverachtig wit. Dergelijke vrouwtjes zijn gemakkelijk in het donker te onderscheiden door de mannetjes.

Het paaien vindt net voor het donker wordt plaats en wordt altijd begonnen door het mannetje. Nadat het mannetje een vrouwtje heeft uitgezocht, rust hij naast haar op de bodem en kijkt hij naar het wateroppervlak terwijl hij zich opricht op zijn buikvinnen. Vervolgens gaat hij rond het vrouwtje cirkelen. Na dit een aantal keren gedaan te hebben gaat het mannetje naar het wateroppervlak gevolgd door het vrouwtje. Tijdens het naar boven zwemmen laat het vrouwtje haar borstvinnen trillen. Het paar zal meerdere keren naar onder en naar boven zwemmen voordat ze gaan paren. De laatste keer dat ze naar boven zwemmen zal het paartje net onder het wateroppervlak blijven rondzwemmen. Het vrouwtje zal dan haar eitjes af gaan geven. Het legsel bestaat uit twee holle geleibuisjes die net onder het wateroppervlak blijven drijven. Na ongeveer 15 minuten vullen deze buisjes zich met zeewater en worden ze omgevormd tot ovale balletjes met een diameter van 2 tot 5 cm. Binnen deze geleiballetjes liggen 1 tot 2 lagen met eitjes. Het aantal eitjes varieert van 4.000 tot 30.000. Als het vrouwtje de eitjes afgeeft, laat het mannetje zijn sperma vrij, wat de geleiballetjes binnendringt en de eitjes bevrucht.

Twaalf uur na de bevruchting begint het embryo zich te vormen. Slechts 18 uur na de bevruchting zijn de kop en de ogen al enigszins ontwikkeld. Uiteindelijk, worden de galei dunner door binnendringende microben en 36 uur na de bevruchting komen de larven uit. Vier dagen na de bevruchting kunnen de larven al goed zwemmen en kunnen ze zich voeden met kleine eencelligen.

Bedreiging

Gewone koraalduivels worden momenteel niet bedreigd. Er wordt echter verwacht dat door de toename van de vervuiling in koraalriffen veel van de vissen en schaaldieren, waarvan koraalduivels afhankelijk zijn, zullen sterven. Als ze zich niet aan deze veranderingen kunnen aanpassen door op andere voedselbronnen over te schakelen, wordt verwacht dat hun populaties ook zullen afnemen.

Bronnen

Creative Commons License
This work is licensed under a Creative Commons Attribution-NonCommercial-ShareAlike 3.0 Unported License.

Paspoort

Naam Gewone koraalduivel
Klasse Actinopterygii (Straalvinnigen)
Orde Scorpaeniformes (Schorpioenvisachtigen)
Familie Scorpaenidae (Schorpioenvissen)
Geslacht Pterois
Soort Pterois volitans
Grootte 38 cm
Gewicht 1 kg
Paaitijd Het hele jaar door
Paringsinterval Om de vier dagen
Afgeven eitjes Het hele jaar door
Aantal eitjes 4.000 - 30.000 eitjes per afgifte
Geslachtsrijp 1 jaar
Levensduur 10 jaar
Voeding in de natuur kreeftachtigen, kleine vissen, vlokreeften, pissebedden
Leefgebied Westelijke Stille Oceaan, het zuiden van de Grote Oceaan, de oostkust van de Verenigde Staten, de Bahama's en het Caribisch gebied.
Groep/solitair Solitair, behalve in paartijd
CITES -
IUCN Niet bedreigd (LC)
Follow Us

Deze website gebruikt cookies.

Voor meer informatie verwijzen we u naar onze privacy en cookies regels Lees meer

Deze melding verbergen