Vogels

Branta sandvicensis

gb Nene  de Hawaiigans fr Bernache néné

Leefgebied

De Hawaiigans of néne is een ganzensoort die endemisch is voor Hawaï en het naburige eiland Maui. De Hawaiigans kwam daar vroeger in grote aantallen voor maar was in 1950 bijna uitgestorven. De kleine populatie die uiteindelijk overbleef broedde op spaarzaam begroeide vulkaanhellingen. Het oorspronkelijke leefgebied bestond uit bossen, natuurlijke graslanden in de nabijheid van struikgewas. Hiervan is veel verloren gegaan door omzetting in agrarisch gebied.

Uiterlijk

Hawaiiganzen zijn overwegend grijsbruin van kleur. De kop is zwart en wangen zijn crèmekleurig. De hals is bruingeel met zwarte strepen. Het lichaam en de vleugels zijn grijsbruin maar de vleugeltoppen zijn wit. De onderkant van de staart is, net als de ogen, de snavel en de poten, zwart. Ze hebben langere poten en kortere zwemvliezen waardoor ze gemakkelijk op lavagesteente kunnen lopen. Mannetjes en vrouwtjes zien er hetzelfde uit. Ze zijn 53 tot 66 cm groot en wegen 1,8 tot 2,3 kg. De spanwijdte bedraagt 109 tot 119 cm.

Voortbeweging

Ze lopen veel vloeiender en sneller dan andere ganzen: ze waggelen niet. Door de lange poten en korte zwemvliezen kunnen ze heel snel over lavagesteente lopen. Maar de vleugels zijn wat korter dan andere ganzen, zoals de Canadese gans, waardoor ze niet zo goed kunnen vliegen. Ze kunnen wel van eiland naar eiland vliegen. Ze zwemmen in poelen en meertjes.

Wetenswaardigheden

Het is de meest zeldzame gans. Midden jaren 1950 was deze vogel bijna uitgestorven. 
Ze zijn belangrijke verspreiders van zaden en vormen een voedselbron voor veel roofdieren.

Voedsel in de natuur

Hawaiiganzen foerageren op het land. Ze eten bladeren, grassen, bloemen, bessen, bloemen en zaden.

Gedrag

Hawaiiganzen zijn dagdieren die met hun poten onder hun lichaam slapen. Ze leven in groepen van maximaal 30 vogels die allemaal min of meer aan elkaar verwant zijn. Grote groepen verwante vogels zijn dominant ten opzichte van kleine groepen. De mannetjes verdedigen de nestplaats tegen andere Hawaiiganzen.

Ze leven in tegenstelling tot andere ganzensoorten, grotendeels op het land. Ze zijn niet afhankelijk van de nabijheid van water. Ze maken net als andere watervogels hun veren waterafstotend door met hun snavel olie, die uit een klier komt, over hun veren te strijken.

Predatie

De mannetjes verdedigen het nest en de jongen. Hierbij nemen ze, met een gebogen hals richting aanvaller en een geopende snavel, een dreigende houding aan. De nekveren worden hierbij opgezet en ze schreeuwen luid. De jongen kruipen achter de ouders. Wanneer ze vanuit de lucht worden aangevallen schreeuwen ze luid en kruipen ze met gespreide vleugels bij elkaar of ze vliegen weg.

Natuurlijke vijanden zijn kerkuilen, Hawaiibuizerds, slechtvalken, Polynesische ratten, wilde zwijnen, Indische mangoesten, gedomesticeerde honden, wilde katten en zwarte ratten.

Voortplanting in de natuur

Hawaiiganzen vormen paartjes voor het leven. Het lange broedseizoen loopt van augustus tot april. Maar de eieren worden meestal tussen oktober en januari gelegd. Het vrouwtjes kiest de nestplaats uit wat meestal niet ver van haar eigen geboorteplek af ligt. Het nest wordt op de grond in een kuiltje gemaakt, onder een boom of een struik, en bekleed met dons en planten. De mannetjes helpen zelden mee met het bouwen van het nest. Nesten worden op een afstand van minimaal 45 meter van elkaar gebouwd.

Meestal worden er 1 tot 5 eieren gelegd die alleen door het vrouwtje in 29 to 31 dagen worden uitgebroed. Het mannetje houdt in die tijd de wacht. De jongen zijn nestvlieders die binnen een dag zelf al gaan eten. Ze blijven echter nog wel heel dicht in de buurt van de ouders. Na 3 maanden kunnen ze vliegen en na 1 jaar volgen de jongen de ouders niet langer. Na 2 tot 3 jaar zijn ze geslachtsrijp.

Bedreiging

Rond 1950 waren er mogelijk nog maar 30 individuen in het wild over. Naast inkrimping van het leefgebied had de populatie sterk te lijden door jacht en predatie van een ingevoerd roofdier, de Indische mangoeste. Bovendien bleken de ganzen gevoelig voor infecties van een parasiet die de ziekte toxoplasmose veroorzaakt. Toxoplasma is een eencellige die werd overgebracht door verwilderde katten. Daarnaast eist het autoverkeer een hoge tol; vooral volwassen dieren worden vaak aangereden.

In gevangenschap gefokte vogels zijn in de jaren zestig van de 20e eeuw in hun oorspronkelijke leefgebied op de eilanden Hawaï, Molokai, Maui en Kauai uitgezet en de soort is nu niet meer in gevaar. Volgens een schatting uit 2011 zijn er 2500 individuen in het wild. Er broedden waarschijnlijk maar hoogstens 500 paren met succes. BirdLife International schatte in 2012 het aantal volwassen dieren tussen de 250 en 1000. Het voorplantingsresultaat blijft onder de verwachtingen en daarom is aanvulling met ganzen die in gevangenschap gefokt zijn nog steeds noodzakelijk. Om deze redenen staat deze gans als "kwetsbaar" op de internationale Rode Lijst van de IUCN.

Bronnen:

Creative Commons-Licentie
Dit werk valt onder een Creative Commons Naamsvermelding-GelijkDelen 3.0 Unported-licentie.

Paspoort

Naam Hawaiigans
Klasse Aves (vogels)
Orde Anseriformes (Eendvogels)
Familie Anatidae (Eenden, ganzen en zwanen)
Geslacht Branta
Soort Branta sandvicensis
Grootte  53-66 cm
Gewicht  1,8-2,3 kg
Spanwijdte 109-119 cm
Broedinterval Jaarlijks
Broedperiode Augustus-april, meestal van oktober-maart
Nest Op de grond tussen dichte vegetatie 
Aantal eieren 1-5 eieren 
Gewicht eieren  
Broedtijd 29-31 dagen 
Uitvliegen 3 maanden
Geslachtsrijp 2-3 jaar 
Levensduur 2-28 jaar in het wild
Voeding Bladeren, grassen, bloemen, bessen, bloemen en zaden 
Leefgebied Hawaï en het naburige eiland Maui. 
Groep/solitair Groepen van maximaal 30 vogels
Fokprogramma
CITES Appendix I (1975)
IUCN Kwetsbaar (VU)
Follow Us