Javaanse langoerAuthor: Tim Strater
License: CC BY-SA 2.0

   Leefgebied Javaanse langoerNijman, V. & Supriatna, J. 2008. Trachypithecus auratus.
The IUCN Red List of Threatened Species 2008.
Accessed on 15 August 2018.
   Javaanse langoerAuthor: Belgianchoclate
License: CC BY 2.0

Zoogdieren

Trachypithecus auratus

gb Javan Lutung, Javan Langur, Ebony Leaf Monkey, East Javan Langur  de Schwarze Haubenlangur  fr Langur de Java  it Presbite di Giava, Presbite color ebano, Budeng 

Leefgebied

Javaanse langoeren leven in Indonesië op het eiland Java en de kleinere eilanden Bali en Lombok. Er zijn twee ondersoorten:

  • de westelijke Javaanse langoer (Trachypithecus auratus mauritius)
  • de oostelijke Javaanse langoer (Trachypithecus auratus auratus)

De oostelijke Javaanse langoer leeft in Oost-Java, Bali, Lombok, Palau Sempu en Nusa Barung. Deze ondersoort heeft twee verschijningsvormen, waarvan één, de rode vorm, een beperkte verspreiding heeft tussen Blitar, Ijen en Pugeran. De andere verschijningsvorm komt vaker voor en leeft in Oost-Java, ten westen van Gunung Ujungtebu.

De westelijke Javaanse langoer komt beperkt voor van West-Java tot Jakarta, evenals in het binnenland in Bogor, Cisalak, Jasinga en Ujung Kulon en vervolgens langs de zuidkust naar Cikaso en Ciwangi.

Ze leven zowel in als langs de randen van primaire en secundaire bossen, in mangrove-, strand-, zoetwatermoeras-, laagland-, loof- en bergbossen tot op 3500 meter.

Uiterlijk

Javaanse langoeren wegen ongeveer 7 kg. De kop-romplengte bedraagt 44 tot 65 cm en de staartlengte 61 tot 87 cm.

De oostelijke Javaanse langoer kent twee verschillende kleurnuances: de meest voorkomende is glanzend zwart met een lichtbruine tint aan de zijkanten van het lichaam, de 'bakkebaarden' en de poten. Het gezicht, de handpalmen en de voetzolen zijn zwart. De zeldzamere vorm van deze ondersoort heeft een diep oranje kleur met een gele tint op de zijkant van het lichaam, ledematen en haar rond de oren en een zwarte tint op de rug. Deze zeldzamere vorm komt slechts in een beperkt deel van het verspreidingsgebied van de oostelijke Javaanse langoeren voor.

De tweede ondersoort, de westelijke Javaanse langoer, is glanzend zwart met een lichte, bruinachtige tint aan de zijkanten van het lichaam, bakkebaarden en poten.

Vrouwtjes zijn van mannetjes te onderscheiden door de bleke, geelachtig witte plek rond de schaamstreek. De jongen worden geboren met een oranje vacht. Deze wordt donkerder naarmate ze ouder worden.

Voortbeweging

Javaanse langoeren lopen op vier poten en brengen het grootste deel van de dag in bomen door.

Wetenswaardigheden

  • De naam 'langur' betekent in het Hindi 'lange staart'.
  • Javaanse langoeren hebben vergrote speekselklieren en een gespecialiseerde maag die is verdeeld in 3 secties (sacculated) om plantenmateriaal efficiënter te kunnen verteren.
  • Javaanse langoeren nemen geen eten van toeristen aan.

Voedsel in de natuur

Ze eten voornamelijk bladeren, rijp en onrijp fruit, bloemen, bloemknoppen en insectenlarven en hebben een gespecialiseerde maag om het plantenmateriaal efficiënter te kunnen verteren. Ze hebben ook vergrote speekselklieren om het voedsel te helpen afbreken. Het dieet bestaat voor 15 tot 27% uit onrijp fruit en voor 10 tot 12% uit rijp fruit. Ze eten het fruit voornamelijk om bij de zaden te komen. Javaanse langoeren geven de voorkeur aan bladeren die rijk zijn aan eiwitten en weinig vezels bevatten.

Verschillende groepen eten van dezelfde voedselbron zonder significante agressie. Volwassen mannen eten niet zo vaak als andere groepsleden zoals de vrouwtjes en de jongeren.

Gedrag

Javaanse langoeren zijn overdag actief en brengen het grootste deel van de dag in bomen door.

Ze leven in sociale groepen van ongeveer zeven dieren, waaronder één of twee volwassen mannetjes en vijf tot zes vrouwtjes. Er komen echter groepen voor bestaande uit maximaal 21 dieren, met nog steeds maar 1 tot 2 mannetjes. De groepsgrootte varieert afhankelijk van de klimatologische omstandigheden. Groepen die in leefgebieden met een langer droog seizoen leven, zijn meestal groter dan andere groepen. Vrouwtjes vormen de meerderheid van de groep vanwege de mannelijke competitie en het polygame paringssysteem. Ze gaan vaak om de beurt eten en rusten of rondtrekken.

Het dominante mannetje onderhoudt een nauwe relatie met alle vrouwtjes in de groep. Jonge mannetjes verlaten voor ze volwassen zijn hun geboortegroep en trekken alleen rond, of vormen samen met andere vrijgezelle mannetjes aparte groepjes. Vrouwtjes blijven in de geboortegroep.

Naast het verzorgen van hun eigen jongen, helpen moeders ook met het verzorgen van de jongen van andere moeders uit de eigen groep. Men vermoedt dat de jongen felgekleurd zijn om ervoor te zorgen dat ze door vrouwtjes opgemerkt en beschermd worden. Volwassen vrouwtjes zijn agressief tegenover vrouwtjes uit andere groepen. 

Javaanse langoeren communiceren met geluiden. Ze gebruiken alarmoproepen die klinken als "ghek-ghok-ghek-ghok." Ze communiceren ook met zicht en door lichamelijk contact.

Allogrooming is een belangrijke manier om sociale banden te versterken. Agressie wordt gecommuniceerd door middel van fysieke interacties, het maken van geluiden en visuele aanwijzingen, wat allemaal de sociale rangorde bepaalt.

De grootte van het leefgebied wordt geschat op 20 tot 30 ha. Op Java en op de andere Indonesische eilanden kan dit nog groter zijn.

Predatie

De enige bekende vijanden van Javaanse langoeren zijn Javaanse panters en mensen. Mensen jagen illegaal op hen voor het vlees en de huisdierenhandel. Javaanse langoeren laten een schelle alarmkreet horen wanneer ze mensen zien. Een andere natuurlijke vijand, de Javaanse tijger, is helaas uitgestorven.

Voortplanting in de natuur

In elke groep zitten 1 tot 2 mannetjes, wat een groot effect heeft op het paargedrag van de groep. Er is vrijwel geen onderlinge competitie tussen deze mannetjes waardoor de paring succesvol is. Alleen de mannetjes in de groep zijn de vaders van alle jongen. Vrouwtjes in sociale groepen werken samen om voor alle jongen in de groep te zorgen.

De paringen vinden het hele jaar door plaats en vrouwtjes krijgen na een draagtijd van 170 dagen één jong. De jongen wegen bij de geboorte 300 tot 400 gram en ontwikkelen zich snel. Na 12 tot 15 maanden worden ze gespeend en rond hun eerste levensjaar zijn ze al onafhankelijk.

Net als veel andere soorten apen uit de familie van "de apen van de oude wereld", ligt de levensduur rond de 20 jaar. In gevangenschap kunnen ze 31 jaar worden.

Bedreiging

De Javaanse langoer staat als kwetsbaar (VU) op de rode lijst van het IUCN. Deze primaten wordt bedreigd door vernietiging van leefgebied voor hout en cultivatie. In Indonesië hebben zich incidenten voorgedaan waarbij de lokale bevolking opzettelijk het bos in brand stak om het te vernietigen ten behoeve van de landbouw, wat verwoestende gevolgen heeft gehad voor de boom bewonende Javaanse langoeren. Jagen vormt ook een grote bedreiging en de toegenomen beschikbaarheid van vuurwapens heeft het probleem alleen maar erger gemaakt.

Deze soort leeft momenteel in drie beschermde gebieden:

  • Het Nationaal park Gunung Halimun,
  • Het Nationaal park Pangandaran en
  • Het Nationaal park Ujung Kulon.

Naast het beschermen van het resterende leefgebied, is het essentieel dat er meer wordt gedaan om de jacht en de handel in bushmeat in dit deel van de wereld te stoppen. Zonder menselijk ingrijpen en bescherming zal de kwetsbare Javaanse langoer in de toekomst met uitsterven worden bedreigd.

Bronnen:

Creative Commons License
Dit werk is valt onder een Creative Commons Naamsvermelding-GelijkDelen 3.0 Unported-licentie.

Paspoort

Naam Javaanse langoer
Klasse Mammalia (Zoogdieren)
Orde Primates (Primaten)
Familie Cercopithecidae (Apen van de Oude Wereld)
Geslacht Trachypithecus (halflangoeren)
Soort Trachypithecus auratus
Kop-romplengte 44 - 65 cm
Staartlengte 61 - 87 cm
Gewicht Gemiddeld 7 kg
Paartijd Het hele jaar door
Paringsinterval Jaarlijks
Draagtijd 170 dagen
Geboorte Het hele jaar door 
Geboortegewicht 300 - 400 gram
Aantal jongen 1 jong
Spenen 12 - 15 maanden
Geslachtsrijp  3 - 4 jaar
Levensduur  In de natuur 20 jaar, in gevangenschap 31 jaar
Voeding Bladeren, fruit, bloemen, bloemknoppen en insectenlarven 
Leefgebied Indonesië op het eiland Java en de kleinere eilanden Bali en Lombok
Groep/solitair Groep
Fokprogramma EEP: APELDOORN, Warner Jens 
CITES Appendix II (04/02/1977)
EU Listing Annex A (04/02/2017)
IUCN Kwetsbaar (VU) (2008)
Follow Us