LamaAuthor: robderuiter
license: CC BY-SA 3.0


   Leefgebied lamaAuthor: Herr Kriss
License: Public Domain
Verspreiding in 1520 (rood)
en in 1999 (groen)
  LamaAuthor: Anakin
License: CC BY-SA 3.0


Zoogdieren

Lama glama

gb Llama  de Lama  fr Lama blanc

De lama (Lama glama), soms ook schaapkameel genoemd, is een gedomesticeerd Zuid-Amerikaans hoefdier uit de familie der kameelachtigen (Camelidae). Behalve de gedomesticeerde lama bestaan er nog drie soorten lama's, de vicuña (Vicugna vicugna), de alpaca (Vicugna pacos) en de guanaco (Lama guanicoe). De guanaco is de nauwst nog levende verwant van de lama, en mogelijk de wilde voorouder. Het is echter ook mogelijk dat de lama afstamt van een aan de guanaco verwante wilde lamasoort, die tegenwoordig in het wild is uitgestorven. Genetisch onderzoek heeft verder uitgewezen dat de alpaca afstamt van de vicuña.

Leefgebied

Wereldwijd leven er zo'n 3,7 miljoen lama's. In de Andes van Ecuador, Peru, Bolivia, Chili en Noordwest-Argentinië. Vooral in Bolivia komt hij nog veelvuldig voor: geschat wordt dat hier zo'n 70% van de totale populatie leeft. De lama wordt in Zuid-Amerika traditioneel gebruikt als lastdier en wolleverancier, maar hij wordt hier meer en meer vervangen door de moderne vervoermiddelen en door het schaap als leverancier van wol en vlees. In afgelegen gebieden wordt hij echter nog wel gebruikt. Ook buiten Zuid-Amerika, in de Verenigde Staten, Europa (voornamelijk Duitsland, Oostenrijk, Zwitserland en Italië), Australië en Nieuw-Zeeland, wordt de lama gehouden, voornamelijk als gezelschapsdier, maar ook voor de wol. Eind negentiende, begin twintigste eeuw werd het houden van exotische dieren een modeverschijnsel op de Europese landgoederen, waar lama's naast dieren als zebra's, struisvogels, antilopen, kangoeroes en zelfs roofdieren gehouden werden.

Uiterlijk

De lama heeft een schofthoogte van 109 tot 119 centimeter, een kop-romplengte van 120 tot 225 centimeter en een lichaamsgewicht van 130 tot 155 kilogram. De vacht bestaat uit dikke wol. Het gezicht is dunner behaard. De vachtkleur varieert van wit via roodbruin en grijs tot zwart, zowel effen als gevlekt. De vacht bestaat uit een ruwe buitenvacht en een ondervacht. Hij verhaart en valt daardoor elk jaar gedeeltelijk uit.
Lama's hebben net als andere kameelachtigen een lange nek en lange ledematen. De ondertanden van de lama blijven ook bij volwassen dieren steeds doorgroeien. In de bovenkaak zitten geen voortanden. Net als andere kameelachtigen heeft de lama een gespleten bovenlip.
Aan iedere poot heeft de lama twee tenen. Ze hebben geen echte hoeven maar wel een dikke eeltlaag onder hun poten.

Wetenswaardigheden

De lama werd tussen de 4000 en 5000 v.Chr. gedomesticeerd door de Inca's, die de dieren hielden als lastdier, maar ook voor de wol, het vlees en de mest. De lama is een ideaal lastdier in de bergen: hij kan overleven tot op 4000 meter hoogte en tot 95 kilogram dragen over een afstand van 15 tot 30 kilometer per dag, over ruw, bergachtig terrein. Door lama's als lastdier te gebruiken, konden de Inca's handel bedrijven over grotere afstanden. Karavanen lama's werden gebruikt om koopwaar, goud en zilver te vervoeren. Paarden waren in Amerika niet bekend en zijn pas in de 16e eeuw uit Europa ingevoerd.

Het bloed van lama's bevat een hoog gehalte aan hemoglobine en een hoge concentratie ovale rode bloedcellen waardoor het dier goed kan overleven op grote hoogte waar weinig zuurstof is.

Voedsel in de natuur

De lama voedt zich met allerlei planten en grassen die groeien in de bergen zoals bladeren, wortels, knollen, zaden, granen, noten, mossen en korstmossen. Hij leeft veelal in droge gebieden en haalt het meeste vocht uit het voedsel. Kameelachtigen consumeren per dag ongeveer 2 tot 3 liter water en 1,8% van hun lichaamsgewicht aan droog voedsel (gras, hooi). Lama's hebben drie magen en zijn herkauwers.

Gedrag

Een lama staat bekend om zijn typische reactie tegenover (vermeend) gevaar, namelijk spuwen in de richting van zijn belager. Het zure en stinkende uitgespuwde speeksel bestaat gedeeltelijk uit halfverteerd voedsel uit de maag. De lama gebruikt zijn stem om andere dieren te waarschuwen voor roofdieren. Door middel van uitwerpselen wordt het territorium van de kudde afgebakend.

Predatie

Predators van de lama's zijn kleine hondachtigen, met inbegrip van coyotes, poema's en ocelotten.

Voortplanting in de natuur

De mannetjes verzamelen een harem van ongeveer 6 vrouwtjes in een afgebakend territorium en verjagen andere geslachtsrijpe mannetjes. De meeste vrouwtjes planten zich voort als ze een jaar of twee zijn. De lama heeft geen vaste vruchtbaarheidscyclus, maar ze hebben de neiging om laat in de zomer of vroeg in de herfst te paren. Na de paring krijgen de vrouwtjes na 24 tot 36 uur een ovulatie. Na een draagtijd van 348 tot 368 dagen komt één jong ter wereld, dat bij de geboorte acht tot zestien kilo weegt. Na een uur kan het jong staan. Het jong wordt ongeveer vier maanden door de moeder verzorgd. Na één jaar zijn de vrouwtjes geslachtsrijp. De mannetjes zijn na drie jaar geslachtsrijp.
Alle lamasoorten zijn nauw verwant aan elkaar en de hybrides zijn vruchtbaar. De lama kan zelfs hybridiseren met de kameel. Een kruising tussen een lama en een kameel wordt cama genoemd.

Bedreiging

Lama's zijn niet bedreigd.
Cites: Geen speciale status

Bronnen:

Creative Commons License
Dit werk is valt onder een Creative Commons Naamsvermelding-GelijkDelen 3.0 Unported-licentie
  • EOL: Michаel Frаnkis, Valter Jacinto, Tanya Dewey, Robert Hole Jr, "Lama glama (Linnaeus, 1758)" Encyclopedia of Life, available from http://eol.org/pages/309018 Accessed 8 Nov. 2012
Creative Commons Licentie
Dit werk is gelicenseerd onder een Creative Commons Naamsvermelding-NietCommercieel-GelijkDelen 3.0 Unported licentie

Paspoort

Naam Lama
Klasse Mammalia (Zoogdieren)
Orde Cetartiodactyla (Walvissen en evenhoevigen)
Familie Camelidae (Kameelachtigen)
Geslacht Lama (Lama's)
Soort Lama glama
Schofthoogte 109 tot 119 cm
Kop-romplengte 120 tot 225 cm
Gewicht man 130 - 155 kg
Gewicht vrouw 130 - 155 kg
Paartijd Meestal eind zomer - begin herfst
Paringsinterval 1 jaar
Draagtijd 348 tot 368 dagen
Nest -
Geboorte Meestal eind zomer - begin herfst
Geboortegewicht 10 kg
Aantal jongen 1
Spenen 152 dagen
Geslachtsrijp man 800 dagen
Geslachtsrijp vrouw 800 dagen
Levensduur Tot 28 jaar in de natuur
Voeding Bladeren, wortels, knollen, zaden, granen, noten, mossen en korstmossen
Leefgebied In de Andes van Ecuador, Peru, Bolivia, Chili en Noordwest-Argentinië
Groep/solitair Familiegroep
CITES -
IUCN -
   
Follow Us