LandkaartjeZomervorm
Author: Holger Gröschl
License: CC BY-SA 2.0 DE
  LandkaartjeOnderkant
Author: Jörg Hempel
License: CC BY-SA 3.0 DE
   LandkaartjeVoorjaarsvorm
Author: Alastair Rae
License: CC BY-SA 2.0

Araschnia levana

gb Map Butterfly, European Map  de Landkärtchen, Landkärtchenfalter  fr Carte géographique

Leefgebied

Het landkaartje komt voor van Frankrijk tot Japan en van Denemarken, Zweden en Finland tot Zuid-Frankrijk, Noord-Spanje en Zwitserland. In Nederland is het een algemene standvlinder die verspreid over het hele land voorkomt. In de tweede helft van de twintigste eeuw heeft deze soort zich vanuit het oosten en zuiden over het hele land uitgebreid, tot op de Waddeneilanden toe.

De habitat bestaat uit ruigten en graslanden in de buurt van vochtige bossen, heggen en houtwallen, open plekken in het bos en bosranden; ook tuinen en parken.

Het leefgebied van de voorjaars- en zomervorm verschilt enigszins. In het voorjaar is de vlinder vooral op halfopen plaatsen nabij het bos te vinden, bijvoorbeeld in de bosrand. ’s Zomers vliegen ze ook op meer schaduwrijke plaatsen, zoals in het bos. De rupsen leven op brandnetels op beschaduwde en zeer vochtige plaatsen, zoals langs beken of in donkere bosranden.

Waardplanten zijn de grote brandnetel en de kleine brandnetel.

Uiterlijk

Vlinders van de voorjaarsgeneratie en de zomergeneratie verschillen sterk van elkaar, maar de onderkant van de vleugels vertoont altijd een karakteristiek landkaartpatroon. De voorjaarsvorm is oranje met een zwarte tekening, de zomervorm zwart met een witte tekening. Dit wordt veroorzaakt door de daglengte. Als een rups bij een lange daglengte verpopt, krijgt de vlinder de tekening van een zomervorm, is de daglengte kort, dan ontstaat de voorjaarsvorm. In een laboratorium bleken bij constant lange dagen (als in de zomer) tot acht generaties van de zomervorm per jaar op te treden. Bij constant korte dagen (als in de winter) ontstonden slechts twee generaties van de voorjaarsvorm per jaar. Daarnaast was het mogelijk allerlei tussenvormen te creëren door te variëren met de daglengte. Deze tussenvormen worden ook wel eens in de natuur gevonden. Vooral in warme jaren kan een derde generatie voorkomen die qua kleur tussen de lente- en de zomervlinders in zit.

De voorvleugellengte van de voorjaarsgeneratie van het landkaartje bedraagt 16 tot 18 mm en die van de zomergeneratie 17 tot 21 mm. Bij vlinders van de voorjaarsgeneratie is de bovenkant van de vleugels oranjebruin met een zwart vlekkenpatroon, waardoor de vlinder enigszins doet denken aan een parelmoervlinder. De vlinders van de zomergeneratie hebben zwarte bovenvleugels met langs de achterrand een oranjerode gevlekte band en over het midden van de vleugel een witte band.

De rups heeft een lengte van maximaal 22 mm. Het lichaam is zwart, fijn wit gespikkeld, met gebroken geelachtig bruine lengtestrepen over de rug en de flanken. De doorns zijn zwart of oranjegeel met gezwollen een basis. De buikpoten zijn geelachtig bruin en de kop is zwart met twee fijngedoornde uitsteeksels.

Landkaartje rupsRups
Author: Guido Gerding
License: CC BY-SA 3.0BY-SA 3.0
   Landkaartje pop wiki Walter SchönPop
Author: Walter Schön License: CC BY-SA 3.0 DE
  Landkaartje eitjesEitjes
Author: Walter Schön License: CC BY-SA 3.0 DE

Voortbeweging

Het landkaartje is een zeer mobiele vlinder, wat onder andere blijkt uit de snelle kolonisatie van Flevoland en de Waddeneilanden.

Wetenswaardigheden

  • De uiterste vliegdata van de landkaartjes zijn 19 februari en 4 november.
  • De voorjaarsgeneratie en de zomergeneratie verschillen erg in kleur.
  • De verpopping vindt plaats op de waardplant waar de pop ook de winter kan doorstaan.
  • De ei-afzetting vindt plaats in de vorm van korte kettinkjes met tot 10 eitjes per streng.

Voedsel in de natuur

De vlinders zoeken vooral ´s ochtends en laat in de middag naar nectar. In het voorjaar voeden ze zich met nectar van bijvoorbeeld fluitenkruid, in de zomer zuigen ze nectar uit onder andere akkerdistel, berenklauw en koninginnenkruid.

Gedrag

Het landkaartje komt in twee generaties voor, van half april tot eind juni en van begin juli tot half september. De vlinders zoeken vooral 's morgens en laat in de middag naar nectar.

De dichtheid op de vliegplaatsen is doorgaans hoog, circa 10 tot 50 individuen per hectare. De hoogste dichtheden worden gevonden in bossen. Mannetjes verdedigen een territorium, maar ze kunnen ook patrouilleren. In het laatste geval vliegen ze langs een bosrand, vrij laag boven de vegetatie, twintig tot vijftig meter op en neer om een vrouwtje te vinden. De meeste mannetjes scholen ´s middags samen bij een opvallende struik. Ze rusten dan met gesloten vleugels of vallen vliegende insecten aan, zoals bijen en andere vlinders. Wanneer er een vrouwtje langs het groepje mannetjes vliegt, wordt ze door meerdere mannetjes achtervolgd: de vlinders vliegen dan soms in een spiraal tot wel tien meter hoogte.

Voortplanting

De ei-afzetting vindt plaats in de vorm van korte kettinkjes (tot 10 eitjes per streng) onder brandnetelbladeren. De vrouwtjes van de voorjaarsgeneratie zetten de eitjes bij voorkeur af op jonge planten, die van de zomergeneratie leggen ze vooral op jonge uitlopers van oudere planten. De eitjes worden in rijtjes aan de onderkant van een blad geplakt, zodat er staafjes van tien tot twintig eitjes hangen, vaak meerdere aan een blad.

Omdat de eitjes aan elkaar zijn geplakt, moet ieder rupsje het eitje aan de zijkant verlaten. De rupsen leven in groepen van tien of meer, aanvankelijk aan de onderzijde van het blad. Wanneer ze volgroeid zijn, leven ze solitair. Ze verpoppen zich hangend aan de waardplant of in de vegetatie daarbij in de buurt.

De rupsen komen voor van eind mei tot begin juli en van begin augustus tot half september. Jonge rupsen leven in grote groepen bijeen in rupsennesten, volwassen rupsen leven solitair. De soort overwintert als pop, hangend aan een stengel in de kruidlaag.

Bedreiging

Het landkaartje is een algemene standvlinder waarvoor op landelijk niveau geen speciale beschermingsmaatregelen nodig zijn, maar plaatselijke maatregelen kunnen de stand bevorderen.

Hoewel het onduidelijk is waardoor deze vlinder zich de afgelopen eeuw heeft kunnen uitbreiden, valt te verwachten dat hij voorlopig een algemene standvlinder zal blijven.

In Europa is het landkaartje niet bedreigd. Uit 10 van de 31 landen waar de soort voorkomt, wordt een vooruitgang gemeld, met name aan de noord- en westkant van het areaal.

Bronnen:

Creative Commons-Licentie
Dit werk valt onder een Creative Commons Naamsvermelding-GelijkDelen 3.0 Unported-licentie.

Paspoort

Naam Landkaartje
Klasse Insecta (Insecten)
Orde Lepidoptera (Vlinders)
Familie Nymphalidae (Vossen, parelmoervlinders
en weerschijnvlinders)
Geslacht Araschnia
Soort Araschnia levana
Voorjaarsvorm 16 - 18 mm
Zomervorm 17 - 21 mm
Rupsen Eind mei tot begin juli en begin augustus tot half september
Vliegperiode 19 februari en 4 november.
Voeding nectar van fluitenkruid, akkerdistel, berenklauw en koninginnenkruid
Waardplanten Grote brandnetel en kleine brandnetel
Leefgebied Van Frankrijk tot Japan en van Denemarken, Zweden en Finland tot Zuid-Frankrijk, Noord-Spanje en Zwitserland.
Follow Us