LelkraanvogelAuthor: Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.
License: CC BY-NC-SA 3.0

    Leefgebied lelkraanvogelBirdLife International. 2013. Bugeranus carunculatus.
The IUCN Red List of Threatened Species 2013,
Accessed on 29 November 2016.
  LelkraanvogelAuthor: Ltshears
License: CC BY-SA 3.0

Vogels

Bugeranus carunculatus (Grus carunculata)

gb Wattled Crane  de Klunkerkranich  fr Grue caronculée

Leefgebied

Lelkraanvogels leven in Afrika. Er zijn drie verschillende populaties. De kleinste populatie is te vinden in de hooglanden van Ethiopië, waar ze geïsoleerd leven van de grootste populatie die in Zuid-Centraal-Afrika leeft. Nog een andere populatie leeft verder naar het zuiden, tussen Swaziland en Lesotho.

De meeste lelkraanvogels leven in Zuid-Zambia, Mozambique en Botswana. De grootste populatie leeft echter in de Kafue-vlakte, het gebied rond de rivier de Kafue die door Zambia stroomt. Deze populatie bestaat in het hoogseizoen uit ongeveer 300 broedparen en 3.000 individuele vogels.

Ze kwamen ooit in een groter gebied in het zuiden van Afrika voor, van het zuiden van Tanzania tot het zuidwesten van de Zuid-Afrikaanse provincie Westkaap. De afname van de verspreiding van voor de kolonisatie door Europeanen is te wijten aan het houden van vee en van na de Europese kolonisatie door vernietiging van leefgebied door mensen. De huidige daling is toe te schrijven aan landbouwpraktijken, (her)bebossing en het droogleggen en afdammen van draslanden. In Swaziland zijn lelkraanvogels helemaal uitgeroeid.

Lelkraanvogels leven in waterrijke gebieden, bij voorkeur in draslanden met riet en gras, langs uiterwaarden van rivieren en moerassen. Draslanden vormen ongeveer 76% van de habitats en graslanden ongeveer 10%. Deze gebieden zijn de voornaamste voedings- en broedplaatsen van deze kraanvogels. Enkele belangrijke draslanden voor het behoud van de populaties zijn onder meer de Kafue-vlakte, het Lukanga-moeras, de Sioma-Ngwezi-vlakte, het bovenste Chambeshi-bekken, de Luangwa-vallei en de Okavango-delta.

In Ethiopië leven ze op een hoogte van 2.100 tot 3.900 m. Deze populaties zijn, met uitzondering van het broedseizoen, minder afhankelijk van draslanden. Ze leven daar in bergachtige graslanden, natte weiden, savannes, rivieren en moerassen en oevergebieden van rivieren. Buiten het broedseizoen migreren ze naar omgeploegde akkers of gebieden op lagere hoogte en naar drogere klimaten.

Uiterlijk

Lelkraanvogels zijn de grootste kraanvogels van Afrika met een stahoogte van 175 cm en een spanwijdte van 230 tot 260 cm. Van alle kraanvogels is alleen de Saruskraanvogel groter. De culmen, ofwel het bovenste deel van de snavel, is bij mannetjes 15,0 tot 18,5 cm en bij vrouwtjes 12,4 tot 18,3 cm. De poten van mannetjes zijn 30 tot 34 cm lang en die van vrouwtjes 23 tot 33 cm. Een volwassen mannetje weegt gemiddeld 8,9 kg en een volwassen vrouwtje 8,3 kg.

De kop van de lelkraanvogel is overwegend wit, met uitzondering van donkergrijze veren boven de ogen en op de kroon. De huid vlak voor de ogen tot aan de snavel is rood. Op deze huid zitten een soort wratachtige bobbels. De snavel is lichtrood tot bruin en de irissen zijn donkeroranje.

De algemene naam "lelkraanvogel" is afgeleid van de twee bijna volledig gevederde witte lellen die onderaan het bovenste deel van de keel hangen. Lelkraanvogels hebben een erg opvallende lange witte nek. Het grootste deel van de buik heeft zwarte tinten, net als de mantel, de handpennen, de armpennen, de staartdekveren en de staart. De rug en de vleugels zijn grijs, terwijl de borst wit is. De poten en de tenen zijn donkergrijs tot zwart. De binnenste armpennen rijken voorbij de staart tot bijna bij de grond.

Volwassen mannetjes en vrouwtjes zien er hetzelfde uit, behalve dat bij mannetjes de naakte huid op de kop donkerder is dan bij vrouwtjes. Kuikens hebben een volledig witte kop en een lichter gekleurd verenkleed. Juvenielen hebben geen kale huid op de kop en hun lellen zijn minder opvallend. Het verenkleed van jonge vogels heeft een saaie gele kleur. Onvolwassen lelkraanvogel lijken op volwassen vogels, maar de zwarte tint op de rug en de buik is lichter van kleur en ze hebben geen zwarte kruin.

Wetenswaardigheden

  •  Lelkraanvogels zijn de grootste kraanvogels van Afrika.
  • Ze foerageren vaak in de buurt van Litschiewaterbokken.

Voedsel in de natuur

Lelkraanvogels eten voornamelijk vegetatie en insecten. Ze eten af en toe echter ook kikkers en slangen. De belangrijkste bron van voedsel bestaat uit waterlelies en zegge. Een groot deel van de tijd wordt foeragerend op de natte ondergrond doorgebracht. Bij het vinden van voedsel, zoals insecten of knollen, steken ze hun snavel in de grond om te graven. Ze maken hierbij heen en weer gaande bewegingen waarbij ze hun grote lichaam gebruiken voor meer kracht. Ze graven meestal alleen zo diep als hun snavel lang is, maar er zijn ook waarnemingen gedaan waarbij ze hun hele kop en nek in diep water onderdompelen. 

Zachte grond in ondiep water is een uitstekende plek om naar voedsel te graven. Het grootste deel van hun foerageergedrag bestaat uit dit gegraaf, maar er is ook waargenomen dat ze met hun snavel slakken oppakken en gras strippen. Om gras te strippen, klemmen ze stengels tussen hun snavel en strippen ze de zaden eraf door de snavel snel naar boven te bewegen.

Lelkraanvogels kunnen ook in de buurt Litschiewaterbokken waargenomen worden, een antilopesoort die hetzelfde soort plantaardig voedsel eet.

Gedrag

Lelkraanvogels brengen het grootste deel van de dag etend door. Tijdens het nestelen zijn ze erg territoriaal waarbij ze een gebied van een vierkante kilometer grootte verdedigen. Hierom gedijen deze kraanvogels niet goed in gebieden met menselijke verstoring. Afgezien van het broedseizoen, waarin lelkraanvogel erg territoriaal zijn, kunnen ze behoorlijk sociaal zijn en met andere lelkraanvogels zwermen tot wel 90 vogels vormen.

Juvenielen tonen onderdanig gedrag ten opzichte van de territoriale volwassen vogels. Nadat ze de ouders verlaten hebben, komen de juvenielen bij elkaar om samen te leven, te slapen en te eten. Aangezien de volwassen vogels erg territoriaal zijn, zullen de jongeren nieuwe plekken moeten vinden weg van de volwassen vogels.

Het zijn geen typische trekvogels, maar af en toe verplaatsen ze zich als gevolg van een wisselende beschikbaarheid aan water. Het trekken komt vooral voor in seizoensafhankelijke draslanden in tegenstelling tot draslanden die permanent onder water staan. Van populaties die in de Kafue-vlakte wonen wordt verondersteld dat ze in periodes van hevige regenval naar Botswana verhuizen. Wanneer de waterstand in de draslanden in het Zambezi-bekken erg hoog is trekken ze naar Mozambique, als het water zich daar terugtrekt.

De lelkraanvogels in Ethiopië zijn wel echte trekvogels. Wanneer het waterpeil daar daalt, trekken ze weg uit Bale Mountain, waar ze in november en december broeden, om in mei en juni terug te keren wanneer de draslanden weer onderlopen.

Predatie

Er is erg weinig bekend over predatoren van lelkraanvogels. Door hun grote lichaam hebben ze waarschijnlijk maar weinig natuurlijke vijanden.  Jakhalzen vormen een bedreiging voor de kuikens, terwijl mensen verantwoordelijk zijn voor de sterfte van jonge vogels door het bewerken van het land. Er is waargenomen dat volwassen lelkraanvogels hun jonge kuikens voor roofdieren in het gras verstoppen om zelf elders te kunnen foerageren. Dit gebeurt meestal in de periode totdat de jongen kunnen vliegen. Vaak zijn de kuikens dan stil, maar ze laten een tsjilpend geluid horen zodat de ouders hun terug kunnen vinden.

Voortplanting in de natuur

Lelkraanvogels zijn monogame vogels die paartjes vormen voor het leven. Het bouwen van het nest is onderdeel van het baltsritueel, net als het springen en het dansen. Ze bouwen een nest op een grote hoop vegetatie die ze omringen met een gracht. Dit biedt bescherming tegen roofdieren. Hoewel ze tijdens alle maanden van het jaar broeden is er een piek in de voortplanting van mei tot augustus.

Met een gemiddelde grootte van slechts één ei per per legsel, is de mate van voortplanting van lelkraanvogel lager dan iedere andere kraanvogelsoort. Ze kunnen wel twee eieren leggen, maar meestal wordt er maar één jong grootgebracht. De eieren zijn gemiddeld 10 cm bij 6,5 cm groot en wegen ongeveer 240 gram.

Het uitbroeden duurt ook langer dan bij andere kraanvogelsoorten, namelijk 33 tot 36 dagen. De jongen vliegen na 90 tot 130 dagen uit, wat eveneens later is dan bij andere kraanvogelsoorten. De jongen worden door beide ouders verzorgd. Na ongeveer vijf maanden zijn ze onafhankelijk maar ze blijven een heel jaar bij de ouders totdat deze weer een nest gaan bouwen.

Het weer en het landschap zijn belangrijke factoren voor het broeden van lelkraanvogels. De uiterwaarden in Zambia, Botswana en Mozambique vormen een broedgebied wat door de meeste lelkraanvogels wordt gebruikt wanneer er pieken in de overstromingen voorkomen. Deze pieken variëren per drasland als gevolg van omgevingsfactoren. Gemiddeld komen de meeste pieken voor in augustus en september.

In kleinere en meer wijdverspreid voorkomende draslanden zijn de drogere en koelere maanden juli en augustus de voornaamste broedmaanden. Tijdens het regenseizoen, van november tot februari, vliegen de kuikens uit. Populaties Ethiopische lelkraanvogels broeden in mei of juni wanneer het natte seizoen daar begint. Fotoperiodiciteit, het reageren op de jaarlijkse verschillen in daglengte, kan ook van invloed zijn op de broedpatronen van lelkraanvogels.

Sommige bronnen geven aan dat lelkraanvogel geslachtsrijp zijn na 3 tot 5 jaar, terwijl anderen het op 7 tot 8 jaar houden. Wanneer ze geslachtsrijp zijn geworden, zullen de kraanvogels een partner zoeken om meestal een paartje voor het leven te vormen.

Er is weinig bekend over de levensduur van lelkraanvogels.

Bedreiging

Van de zes kraanvogelsoorten die in Afrika voorkomen is de lelkraanvogel de zeldzaamste. Lelkraanvogels zijn veel minder succesvol bij de voortplanting dan andere soorten kraanvogels. De geschatte leeftijd waarop deze kraanvogels voor het eerst broeden is ongeveer zeven tot acht jaar. Dit heeft aanzienlijke gevolgen voor de toekomst van de populatie. 

In 1988 werden lelkraanvogels als bedreigd geclassificeerd door de International Union for Conservation of Nature and Natural Resources (IUCN). Vanaf 1994 tot heden staan ze geregistreerd als kwetsbaar als gevolg van een snelle daling van de populatie en toenemende bedreigingen. De gegevens zijn in 2012 voor het laatst geëvalueerd. De populatie wordt geschat op minder dan 8.000 exemplaren.

Lelkraanvogels zijn sterk afhankelijk van draslanden voor zowel de voortplanting als om te overleven. De draslanden worden echter geëxploiteerd voor landbouwontwikkeling, irrigatieprojecten, waterkrachtbronnen, mijngebieden enzovoort. Met het verloren gaan van deze habitats, raken lelkraanvogels ernstig bedreigd. Vooral kleine draslanden zijn van vitaal belang als leefgebied en zijn veel gevoeliger voor schade door drainage, indamming, bebossing en menselijke bewoning. Aangezien de broedplaatsen van deze kraanvogels dun verspreid zijn over een groot gebied, kan fragmentatie een significante invloed hebben op de populatiecijfers.

De voortplanting en het nestelen van deze kraanvogels hebben een directe relatie met de overstromingscycli van de draslanden. Door de toenemende belangstelling voor waterkrachtenergie veranderen deze cycli, wat van invloed is op het voortplantingspercentage van deze kraanvogels. De energieopwekking door middel van waterkracht heeft geleid tot een beperking van de totale hoeveel habitats, foerageergebieden en nestelgebieden.

Gras-draslanden worden ook  veranderd in exotische houtplantages en gebruikt voor de landbouw. Wanneer mensen gebieden in gebruik nemen voor agrarische doeleinden, worden populaties wilde dieren, waaronder lelkraanvogels, vervangen door de vee. Een significant verlies aan eieren en kuikens kan worden toegeschreven aan het beheer van waterrijke habitats door middel van het vuur. Branden ten behoeve van landbouwgronden worden vaak aangestoken tijdens de voor deze kraanvogels vitale winterbroedmaanden. Andere vormen van bedreigingen voor de populaties lelkraanvogels zijn het tegen hoogspanningsleidingen aanvliegen van onervaren vogels en het rapen van eieren voor de internationale vogelhandel.

Bronnen:

Creative Commons License
Dit werk valt onder een Creative Commons Naamsvermelding-GelijkDelen 3.0 Unported-licentie.

Paspoort

Naam Lelkraanvogel
Klasse Aves (vogels)
Orde Gruiformes (Kraanvogelachtigen)
Familie Gruidae (Kraanvogels)
Geslacht Bugeranus (Grus)
Soort Bugeranus carunculatus
(Grus carunculata)
Sta-hoogte 175 cm
Spanwijdte 230 - 260 cm
Gewicht mannetjes 8,9 kg
Gewicht vrouwtje 8,3 kg
Paartijd Hele jaar, piek in mei-augustus
Broedinterval Jaarlijks
Broedtijd 33 - 36 dagen
Nest Op grote hoop vegetatie omringd door een 'gracht'
Aantal eieren 1 - 2 eieren, gemiddeld 1
Grootte eieren 10 x 6,5 cm
Gewicht eieren 240 gram
Uitvliegen 90 - 130 dagen
Geslachtsrijp 3 - 8 jaar
Levensduur 20 - 30 jaar
Voeding Vegetatie (waterlelies en zegge), insecten, kikkers en slangen
Leefgebied In Afrika in de hooglanden van Ethiopië, Zuid-Centraal-Afrika en tussen Swaziland en Lesotho
Groep/solitair Koppels en kleine groepen
EAZA Fokprogramma ESB: KOLN, Bernd Marcordes 
CITES Appendix II (01/08/1985)
EU Listing Annex B (26/11/2016)
IUCN Kwetsbaar (VU)
Follow Us