Noordelijke giraffeAuthor: Hein waschefort
License: CC BY-SA 3.0

  Leefgebied noordelijke giraffeFennessy, J. & Brown, D. 2010. Giraffa camelopardalis.
The IUCN Red List of Threatened Species 2010
Accessed on 14 October 2016.
   Noordelijke giraffeAuthor: Rexness
License: CC BY-SA 2.0

Zoogdieren

Giraffa camelopardalis

gb Northern giraffe  de Giraffe, Steppengiraffe  fr Girafe du Nord
nl Giraf

Leefgebied

Noordelijke giraffen leven van oorsprong in Afrika, ten zuiden van de Sahara. Vroeger kwamen giraffen veel noordelijker voor, tot aan het Atlasgebergte, maar hier zijn ze al zo'n zevenduizend jaar geleden uitgestorven, toen het gebied verdroogde en de Sahara ontstond.
Ook in het grootste deel van West-Afrika zijn ze verdwenen met uitzondering van een populatie in Niger. In Zuid-Afrika zijn ze in veel jachtreservaten geherintroduceerd. Noordelijke giraffen komen onder andere voor in de volgende Afrikaanse wildparken:

  • Nationaal park Waza (Kameroen)
  • Nairobi Nationaal Park (Kenia)
  • Nationaal park Kidepo  (Oeganda)
  • Nationaal park Murchison Falls (Oeganda)

Het leefgebied bestaat uit dor, droog land; met name gebieden waar Acacia's groeien. Noordelijke giraffen zijn te vinden in savannes, graslanden en open bossen. Omdat ze slechts af en toe hoeven te drinken, kunnen ze ook verder weg van waterbronnen worden aangetroffen. De mannetjes wagen zich dieper in beboste gebieden, op zoek naar meer gebladerte. Ze kunnen tot op 2000 meter hoogte worden aangetroffen, maar meestal begeven ze zich op vlak terrein.

Uiterlijk

Noordelijke giraffen zijn de hoogste zoogdieren ter wereld. Mannetjes (stieren) worden gemiddeld 5,3 m hoog worden met een schouderhoogte van 3,3 m en een neklengte van 2,4 m. Vrouwtjes (koeien) zijn 0,7 tot 1 m minder hoog dan mannetjes. De kop-romplengte van een volwassen mannetje bedraagt 3,5 tot 4,8 m. Stieren kunnen 1100 tot 1930 kg wegen, terwijl koeien 700 tot 1180 kg wegen.

Zowel mannetjes als vrouwtjes hebben een gevlekte vacht. Het vlekkenpatroon varieert per leefgebied en dient voor camouflage. De negen ondersoorten hebben dan ook verschillende patronen op hun vacht. De vlekken kennen verschillende groottes, scherpe of vage randen en variëren in kleur van geel tot zwart. Het vlekkenpatroon van één enkele giraffe blijft gedurende zijn hele leven gelijk. Maar met de wisseling van de seizoenen en afhankelijk van zijn gezondheid, kan de kleur van de vacht veranderen. Bovendien worden de vlekken donkerder naarmate een giraffe ouder wordt. De vlekken bij een vrouwtje zijn altijd iets lichter dan die van een mannetje.

Noordelijke giraffen hebben lange, stevige poten waarbij de voorpoten langer zijn dan de achterpoten waardoor de rug van de schouder naar achteren toe sterk afloopt. Aan het einde van de poten zitten brede, afgeronde hoeven. De hoeven hebben een diameter van 30 cm en zijn 15 cm hoog bij mannetjes en 10 cm hoog bij vrouwtjes.  Als giraffen met hun kop bij de grond willen komen, bijvoorbeeld om te drinken, moeten ze hun voorpoten spreiden.

Ze rusten vaak door met het lichaam op hun gevouwen poten te gaan liggen. Om te gaan liggen, knielen ze op hun voorpoten en verlagen ze vervolgens de rest van hun lichaam. Om weer terug op te staan, gaan ze eerst op hun knieën zitten en spreiden ze de achterpoten om het achterwerk omhoog te krijgen. Vervolgens zetten ze hun voorpoten recht. Met elke stap zwaaien ze met hun kop.

In de nek zitten, net als bij de meeste andere zoogdieren, en net als bij de mensen, 7 wervels. Deze wervels zijn echter veel langer en voorzien van een soort kogelgewrichten waardoor de nek erg wendbaar is. De nekwervels kunnen 28 cm lang worden. Langs de nek lopen manen van korte, rechtopstaande haren

De staart is dun en ongeveer 76-101 cm lang. De zwarte kwast aan het uiteinde van de staart dient om vliegen en andere insecten weg te jagen.

Op hun kop hebben ze twee hoorns. Deze bestaan uit met huid en vacht bedekte uitsteeksels van bot en kunnen 13 tot 25 cm lang worden. De hoorns van de vrouwtjes zijn dun en voorzien van plukjes haar. De hoorns van de mannetjes zijn dik, eindigen in een knobbel en zijn kaal door het vechten. Bij mannetjes kan een tweede paar hoorns achter het eerste paar gaan groeien. Ze worden gebruikt bij het vechten tussen mannetjes.

De ogen zijn zeer groot en voorzien van oogleden en zeer lange wimpers ter bescherming tegen de doorns van bomen en tegen stof.Ze kunnen de ogen onafhankelijk van elkaar sluiten.

Met hun 45 cm lange zwarte tong kunnen ze stekelig, plantaardig voedsel uit toppen van bomen plukken. Ze kunnen ook hun neusgaten sluiten.

Voortbeweging

Giraffen hebben slechts twee gangen van voortbeweging: wandelen en galopperen. Het zijn telgangers, wat betekent dat ze eerst de rechter poten tegelijk verplaatsen en daarna de linkerpoten. Bij het galopperen, bewegen de achterpoten voor de voorpoten uit en zal de staart opkrullen. Ze zijn afhankelijk van de voorwaartse en achterwaartse bewegingen van de kop en de nek voor het evenwicht. Ze  kunnen galopperen met een snelheid van 56 km/h en een snelheid van ongeveer 50 km/h vast houden voor enkele kilometers.

Giraffen kunnen nauwelijks springen. Het hoogste dat ooit is opgenomen was slechts 1 meter hoog. Ook zijn ze geen zwemmers. Met hun lange benen is het zeer omslachtig in het water, hoewel ze goed kunnen drijven.

Wetenswaardigheden

  • Giraffen kunnen ver en scherp zien en bovendien kleuren onderscheiden.
  • Door de dikke huid zijn ze in staat om door een doornstruik te rennen zonder enige verwondingen op te lopen.
  • De vacht zit vol zit met parasiet- en insectenwerende middelen die het dier een karakteristieke geur geven.
  • Dankzij zijn hoogte kan de giraffe bij bladeren die voor de meeste herbivoren onbereikbaar zijn.
  • Giraffen kwijlen tijdens het eten.
  • De helft tot driekwart van de pasgeboren sterft door toedoen van roofdieren.

Voedsel in de natuur

Giraffen zijn herkauwers en hebben een vier magen. Ze eten bladeren, bloemen, scheuten, vruchten en knoppen, met name van mimosa, Commiphora, Myrobalaanen en de stekelige acacia's, maar ook van andere struiken en bomen. In gebieden waar de bodem van de savanne zout is of vol met mineralen zit, eten ze ook aarde. Tijdens het trekken blijven ze herkauwen.

Noordelijke giraffen hebben een lange tong, een smalle snuit en een beweeglijke bovenlip wat meehelpt om bladeren van de hoge bomen te kunnen eten. Hun voornaamste voedsel bestaat dan ook uit de bladeren van Acacia bomen. Ze nemen een tak in hun bek en trekken dan de kop weg om zodoende de bladeren van de tak te trekken. Vanwege de ruwe, geharde tong hebben giraffen geen last van de scherpe acaciadoorns. Een volwassen mannetje eet tot 66 kg per dag. In gebieden met weinig voedsel kunnen giraffen overleven met slechts 7 kg voedsel per dag.

Mannetjes foerageren met hun kop en nek volledig gestrekt. Ze eten dan van de onderkant van de boomkruinen. Vrouwtjes eten op lichaams- en kniehoogte, waarbij ze van lagere bomen of struiken eten. De vrouwtjes zijn selectiever bij het eten. Zij eten gebladerte met de hoogste voedingswaarde.

De ontlasting van het dier komt in de vorm van kleine keutels.

Gedrag

Giraffen zijn sociale dieren, die in losse kuddes van 10 tot 20 dieren leven, hoewel ook kuddes van 70 dieren zijn waargenomen. Volwassen mannetjes dulden meestal geen andere volwassen mannetjes in hun vaste territorium. Vrouwtjes zijn socialer dan mannetjes en leven niet in een vast woongebied. De woongebieden tussen kuddes overlappen meestal. In de droge periodes, wanneer voedsel en water schaars zijn, leven ze in grotere groepen.

Individuele dieren sluiten zich bij de kudde aan en verlaten deze uit eigen vrije wil. Kuddes kunnen bestaan uit alleen vrouwtjes, alleen mannetjes, vrouwtjes met jonge kalfjes, of uit zowel mannetjes als vrouwtjes van alle leeftijden. In het wild komen ook alleen levende giraffen voor.

Mannetjes bepalen een hiërarchie door met hun nekken tegen elkaar aan te slaan. Ze staan dan schouder aan schouder tegenover elkaar, waarna ze met enkele krachtige slagen met de nek elkaar proberen te laten wankelen. Dit kan met veel letsel gepaard gaan: het komt voor dat een onderkaak of een nekwervel breekt in deze gevechten.

Giraffen slapen met tussenpozen ongeveer 4,6 uur per etmaal, meestal 's nachts. Bij voorkeur slapen ze liggend, maar er zijn ook staand slapende giraffen waargenomen, in het bijzonder oudere giraffen. Ze blijven de gehele dag actief en slapen kort, per keer zo'n 4 tot 6 minuten. In totaal slapen giraffen 1,5 tot 5 uur per dag. Dit gaat als volgt: ze gaan liggen, draaien de hals in een lus naar achter en laten de kop op de romp rusten.

Tijdens de hete middag herkauwen ze meestal. Het herkauwen kan overigens op ieder deel van de dag plaatsvinden.

Predatie

Leeuwen zijn de belangrijkste predatoren van giraffen. Maar ook luipaarden, Afrikaanse wilde honden en hyena's staan er om bekend dat ze op giraffen jagen. De meeste roofdieren hebben het voorzien op jonge, zieke of oude giraffen.

Volwassen giraffen zijn goed in staat om zichzelf te verdedigen. Ze blijven waakzaam en kunnen snel rennen en kunnen met de hoeven van hun voorpoten dodelijke trappen uitdelen.  Een enkele trap van een giraffe is soms voldoende om de schedel van een leeuw te verbrijzelen.

Giraffen zijn het meest kwetsbaar als ze drinken. Ze moeten dan hun voorpoten spreiden in een spagaat. Ze kunnen dan door krokodillen aangevallen worden. Omdat giraffen langer dan een maand zonder water kunnen hoeven ze zelden te drinken. Ze zullen echter iedere drie dagen drinken als er water in de buurt is, en in de droge tijd zullen ze zelden ver van een waterbron te vinden zijn.

Het vlekkenpatroon van de huid zorgt voor camouflage tijdens het foerageren in bossen met struikgewassen en de loeiende en snuivende geluiden van giraffen in gevaar is dan ook zelden te horen. Toch sterft de helft tot driekwart van de pasgeboren vroegtijdig door roofdieren.

Voortplanting in de natuur

De paring vindt plaats in het regenseizoen van maart tot april.  De jongen worden in de droge maanden van mei tot augustus geboren. Het mannetje paart met meerdere vrouwtjes.

In maart en april roepen de mannetjes met een soort geblaat. Dat is het begin van het paringsgedrag om een vrouwtje te vinden. Een bronstig vrouwtje trekt de aandacht van meerdere mannetjes. Een stier verdedigt met zorg een vruchtbaar vrouwtje tegen andere mannetjes.

Voor de paring benadert een mannetje een vrouwtje waarbij hij met opgetrokken lip aan haar urine ruikt, wat flemen wordt genoemd. Vervolgens zal het mannetje met zijn kop over de romp van het vrouwtje wrijven en deze vervolgens op haar rug leggen. Daarna likt hij aan de staart van het vrouwtje. Als ze ontvankelijk is zal het vrouwtje om het mannetje heen cirkelen, haar staart uitsteken en een paringshouding innemen waarna de paring begint waarbij het mannetje zijn voorpoten op de rug van het vrouwtje legt.

De draagtijd is 14 tot 15 maanden. Meestal wordt slechts één kalf geboren. Tweelingen zijn zeldzaam, maar komen wel voor. Een vrouwtje heeft een vaste plaats waar al haar jongen worden geboren. Ze zal hier naar blijven terugkeren om te kalven. De vrouwtjes bevallen staand ​​of lopend. De kalf maakt daardoor een val van twee meter. Ongeveer 15 minuten nadat ze geboren zijn gaan de jongen staan en beginnen ze te drinken. Pas geboren giraffen (kalveren) hebben al een schouderhoogte van 1,8 m en wegen 44 tot 70 kg.

De eerste week verbergt de moeder haar jong een groot deel van het etmaal. Ze blijft dan in buurt binnen een straal van 25 meter, waarbij ze haar jong bewaakt en voedt. 's Nachts blijft de moeder bij haar kalf. Na drie tot vier weken brengt de moeder haar kalf naar een crèche groep. Hierdoor kan de moeder verder weg gaan om te eten en te drinken. Ze zal echter niet verder weggaan dan 200 meter. De moeders waken om de beurt over de jongen in de crèche-groep. 's Nachts keren de moeders terug naar hun jong om het te laten drinken. Na drie tot vier maanden zal het jong de crèche verlaten om de moeder te vergezellen. Vrouwelijke kalfjes worden na 12 tot 16 maanden gespeend en mannetjes na 12 tot 14.

Jonge vrouwtjes blijven in het algemeen in de kudde maar jonge mannetjes verlaten de kudde en leven alleen totdat ze een eigen kudde krijgen en zich als dominant mannetje kunnen vestigen. Vrouwtjes zijn na 3 tot 4 jaar geslachtsrijp, maar krijgen daarna minstens een jaar nog geen jongen. Mannetjes zijn na 4 tot 5 jaar  geslachtsrijp. Ze beginnen echter pas te paren als ze 7 jaar of ouder zijn. Vrouwtjes krijgen elke 20 tot 30 maanden een jong.

In het verleden stelde men vast dat de ondersoorten redelijk gescheiden en raszuiver blijven. Onderlinge voortplanting komt heel zelden voor. Onderzoek in 2013 wijst aan dat het verschil in regenseizoen in de regio's waar ze voorkomen hiervoor de reden is. Daar de meeste kalfjes net voor het regenseizoen geboren worden (vers gebladerte), is ook hun voortplantingscyclus hieraan aangepast. 

Giraffen worden in het wild 20 tot 25 jaar maar in gevangenschap kunnen ze 35 jaar worden.

Bedreiging

Er wordt op giraffen gejaagd en gestroopt voor het vlees, de huid en de staart. Ook verlies van leefgebied heeft invloed op de populaties. Giraffen zijn voor een groot deel uitgeroeid in hun historische gebieden zoals Eritrea, Guinee, Mauritanië en Senegal. Ze zijn ook deels verdwenen in Angola, Mali en Nigeria, maar er zijn ook giraffen uitgezet in Rwanda en Swaziland.

De giraffen die wijdverspreid in heel Zuid- en Oost-Afrika voorkomen, met kleinere geïsoleerde subpopulaties in West- en Centraal-Afrika, worden nu geclassificeerd als kwetsbaar in plaatst van niet-bedreigd als gevolg van een dramatische daling van 36 tot 40% van ongeveer 151,702 tot 163,452 dieren in 1985 tot 97.562 in 2015. De groei van de menselijke bevolking heeft een negatieve invloed op veel subpopulaties. Illegale jacht, habitatverlies en veranderingen als gevolg van de uitbreiding van landbouw en mijnbouw, toenemende conflicten tussen mens en wild en menselijke verstoring zorgen allemaal voor een verschuiving in de richting van het uitsterven van deze soort. Van de negen ondersoorten van de giraffes, hebben drie een groeiende populatie, terwijl bij vijf de populatie vermindert en bij één de populatie stabiel is. Een resolutie die de IUCN World Conservation Congress in september 2016 heeft aangenomen roept op tot actie om de achteruitgang van de giraffe te keren.

Bronnen

Creative Commons Licentie
Dit werk is gelicenseerd onder een Creative Commons Naamsvermelding-GelijkDelen 3.0 Unported licentie

Paspoort

Naam Noordelijke giraffe
Klasse Mammalia (zoogdieren)
Orde Cetartiodactyla (walvisachtigen en evenhoevigen)
Familie Giraffidae (giraffen)
Geslacht Giraffa
Soort Giraffa camelopardalis
Kop-romp lengte 3,5 -4,8 m
Schouderhoogte mannetje 4,7 - 5,7 m, gem. 5,3 m
Schouderhoogte vrouwtje 4 - 5 m, gem. 4,3 m
Staartlengte 0,76 - 1,01 m
Neklengte 1,4 m
Lengte hoorns 13 - 25 cm
Gewicht mannetje 1100 - 1930 kg
Gewicht vrouwtje 700 - 1180 kg
Paartijd Maart - April
Paringsinterval  20 - 30 maanden
Draagtijd 400 - 468 dagen, gem. 457
Nest Vaste beschutte plaats
Geboorte Mei - augustus
Geboortegewicht 44 - 70 kg
Aantal jongen Meestal 1, soms 2
Spenen Vrouwtjes: 12 - 16 maanden, mannetjes: 12 - 14 maanden
Geslachtsrijp man 4 - 5 jaar
Geslachtsrijp vrouw 3 - 4 jaar
Levensduur In het wild 20 - 25 jaar, in gevangenschap 35 jaar
Voeding in de natuur bladeren, bloemen, scheuten, vruchten en knoppen
Leefgebied Afrika, ten zuiden van de Sahara 
Groep/solitair Kudde
Fokprogramma EEP: GELSENKIRCHEN, Jörg Jebram 
CITES -
IUCN Kwetsbaar (VU)
Follow Us