CITES functioneert bepaalde controles uit te oefenen op de internationale handel in bepaalde dieren- en plantensoorten. Voor alle invoer, uitvoer en wederuitvoer van soorten die onder de conventie vallen moet geautoriseerd worden door middel van een vergunningenstelsel. Ieder lid van de conventie moet één of meer toezichtsorganen belasten met het beheer van dat vergunningenstelsel en zich door één of meer wetenschappelijke organen laten adviseren over de gevolgen van de handel voor de status van een soort.

De soorten die onder CITES vallen worden vermeld in drie bijlagen al naar gelang de bescherming die zij nodig hebben.

Bijlage I en II

  • Bijlage I omvat soorten die met uitsterven bedreigd worden. Handel in specimens van deze soorten is alleen toegestaan in uitzonderlijke omstandigheden.

  • Bijlage II bevat soorten die niet direct met uitsterven worden bedreigd, maar waarin de handel moet worden gecontroleerd om te vermijden dat die handel een gevaar gaat opleveren voor het voortbestaan van de soort.

De Conference of Parties (CoP), het hoogste besluitvormend orgaan van de Conventie die alle lidstaten omvat, is overeengekomen om op basis van een reeks biologische- en handelscriteria te bepalen of een soort moet worden opgenomen in bijlage I of II. In elke vergadering van de CoP, doen partijen op basis van deze criteria voorstellen voor het aanpassen van de twee bijlagen. Deze wijzigingsvoorstellen worden besproken en vervolgens wordt er over gestemd. Er is ook een schriftelijke procedure mogelijk tussen de bijeenkomsten door, maar daar wordt zelden gebruik van gemaakt.

Bijlage III

Deze bijlage bevat soorten die beschermd zijn in ten minste één land, dat andere CITES-leden om bijstand heeft gevraagd inzake controle op de handel. Wijzigingen van bijlage III volgen een andere procedure dan een wijziging van bijlagen I en II, zo heeft elk lid het recht om eenzijdig wijzigingen aan te brengen.

Bron: CITES Secretariat

Follow Us