RendierAuthor: Alexandre Buisse (Nattfodd),
License: CC BY-SA 3.0

   Leefgebied rendierHenttonen, H. & Tikhonov, A. 2008. Rangifer tarandus. In: IUCN 2011. IUCN Red List of Threatened Species. Version 2011.2. Accessed on 26 April 2012.   

Zoogdieren

Rangifer tarandus

gb Reindeer  de Rentier  fr Renne

Leefgebied

Rendieren komen voor in de arctische toendra’s en subarctische bossen van Noord-Amerika, Noord-Europa en Azië.

Uiterlijk

Rendieren hebben een dubbele vacht; een wollige ondervacht en een beschermende bovenvacht bestaande uit rechte holle haren. De kleur van de vacht varieert van bijna wit tot donker grijsbruin. De onderkant van hun romp is lichter van kleur en de poten zijn over het algemeen donker net als de band die over de lage romp loopt. Op de keel zit een pluk met wat langer wit haar terwijl het gezicht meestal wat donkerder is.

De hoeven zijn heel groot en vormen een bijna cirkelvormige afdruk. Ze functioneren als een soort sneeuwschoen zodat de rendieren niet in de sneeuw wegzakken.

Zowel het mannetje als het vrouwtje hebben een gewei met lange takken en naar voren gerichte zijtakken, die samen op een soort schep lijken. Bij vrouwtjes kan het gewei 23 tot 50 cm worden en bij mannetjes kan het gewei wel een lengte tot 130 cm bereiken en daarbij ongeveer 15 kg wegen. Kalfjes krijgen hun gewei wanneer ze 2 maanden oud zijn.

Voortbeweging

Rendieren zijn harde lopers. Per dag kunnen ze makkelijk 55 km afleggen en kunnen ze wel een snelheid van 60 km per uur halen.

Ze kunnen goed zwemmen door de vacht. De vacht houdt namelijk veel lucht vast en fungeert dan als zwemband.

Wetenswaardigheden

De bevolking van Lapland consumeert het vlees van de rendieren, gebruikt de vacht voor kleding als schoenen en dekens. Daarbij gebruiken de mensen de melk van de rendierkoeien om kaas en boter van te maken en van de geweien worden messen en spullen voor in het huishouden gemaakt.

Voedsel in de natuur

Het dieet van de rendieren is in de zomer het meest variabel, wanneer ze bladeren van wilgen en berken kunnen eten. Verder eten ze ook wel korstmossen (rendiermos), kruiden, paddenstoelen, zeggen en knopen van dwergberken.

Voedsel in de dierentuin

De rendieren krijgen in de dierentuin ook een gevarieerd dieet. Ze krijgen onder andere hertenbrok, hooi, zemelen en takken en twijgen.

Gedrag

Rendieren zijn zwervers. Ze leven in kuddes van soms wel 1000 dieren. Vanwege het extreem koude klimaat in hun leefgebied trekken ze elke winter naar de lager gelegen gebieden. In hevige sneeuwstormen kunnen zij makkelijk overleven en de weg vinden. De trek van de rendieren is ook beroemd. In sommige streken maken ze in langgerekte kuddes twee keer per jaar een tocht van ruim 2000 km. De meeste groepen overwinteren in bossen, waar de sneeuwlaag niet zo hoog is als op de open vlaktes.

ln september, vlak voor de bronstijd, sluit een mannetje zich aan bij de vrouwtjes, en leven de dieren in haremverband (1 mannetje en meerdere vrouwtjes). In de lente sluiten de kuddes zich aan bij grotere kuddes.

In tegenstelling tot de mannetjes, werpen de vrouwtjes hun gewei niet af na de paartijd. Zij hebben het in de winter nog nodig om mannetjes te verjagen. In de winter, als er sneeuw ligt, eten de jongen namelijk van de grond die de moeder met de hoeven sneeuwvrij heeft gemaakt. De mannetjes willen hun dan wel graag verjagen en eten van de grond die zij heeft vrijgemaakt. Zonder het gewei zou het vrouwtje niets tegen de mannetjes kunnen beginnen en zou het jong omkomen van de honger.

Predatie

De natuurlijk vijand van het rendier is de wolf. Die grijpt vooral zwakke, zieke, oude of achtergebleven dieren. Kalveren en zieke dieren vallen daarnaast vaak ten prooi aan vossen, raven en arenden. Zij eten ook de kadaverresten op die de wolven achterlaten. De rendieren die in Europa leven hebben nauwelijks nog natuurlijke vijanden. De dode dieren die bij deze kuddes zijn, worden meestal opgegeten door vossen.

Voortplanting in de natuur

De meeste paringen vinden plaats in oktober. Na een draagtijd van ongeveer 228 dagen worden de jongen laat in mei of vroeg in juni geboren. Over het algemeen wordt er per vrouwtje één jong geboren. Heel soms worden er tweelingen geboren, maar dit is echt heel zeldzaam. Als er genoeg voedsel is te vinden werpen de rendieren elk jaar een jong, maar in gebieden met minder voedsel kunnen ze soms jaren overslaan.

Bedreiging

Ondanks dat in Alaska het aantal rendieren bijna het tweevoud is van het aantal inwoners, worden de rendieren in het aangrenzende Amerika wel beschouwd als bedreigd. Deze bedreiging wordt veroorzaakt door onder andere overmatige jacht op deze dieren en door verlies van leefgebieden.

Bronnen

  • Zodiac Animals
Creative Commons-Licentie
Dit werk valt onder een Creative Commons Naamsvermelding-GelijkDelen 3.0 Unported-licentie.

Paspoort

Naam Rendier
Klasse Mammalia (zoogdieren)
Orde Cetartiodactyla (Walvissen en evenhoevigen)
Familie Cervidae (Herten)
Geslacht Rangifer (Rendieren)
Soort Rangifer tarandus
Grootte man 150 - 230 cm
Grootte vrouw 150 - 230 cm
Schouderhoogte 120 cm
Gewicht man 110 - 315 kg
Gewicht vrouw 75 - 300 kg
Paartijd Oktober - november
Paringsinterval 1 keer per jaar
Draagtijd 228 dagen
Nest  
Geboorte Mei - juni
Geboortegewicht 3 - 12 kg; gem. 6.5 kg
Aantal jongen 1 jong
Spenen 120 dagen
Geslachtsrijp man Vanaf 17 maanden
Geslachtsrijp vrouw Gem. 28 maanden
Levensduur Tot 15 jaar in de natuur
Voeding in de natuur Rendiermos, een korstmos. In de lente wordt dit aangevuld door andere korstmossen, bladeren en paddenstoelen.
Voeding in de dierentuin Rendierenkorrel, browserbrok, hertenkorrel, bietenpulp, hooi, heidehooi, takken
Leefgebied Toendra's van Noord-Europa, Azië en Noord-Amerika
Groep/solitair In groepen
Fokprogramma ESB: HUNNEBOSTRAND, Leif Blomqvist, 2001 
CITES -
IUCN Niet bedreigd (LC)
Follow Us