ResusaapAuthor: Davidvraju
License: CC BY-SA 4.0


   Leefgebied resusaap Timmins, R.J., Richardson, M., Chhangani, A. & Yongcheng,L. 2008. Macaca mulatta.
The IUCN Red List of Threatened Species 2008.
Accessed on 18 October 2016.
   ResusaapAuthor: Geoff Gallice
License: CC BY 2.0


Zoogdieren

Leefgebied

Resusapen komen voor in Azië, van het westen van Afghanistan en het noorden van India tot het noorden van Thailand. In het verleden kwamen ze ook in groten getale voor in Zuid-China en Tibet maar door toedoen van de mens zijn de populaties hier de laatste zestig jaar dramatisch gedaald. Omdat resusapen vaak voor onderzoek worden gebruikt houdt men ze tegenwoordig over de hele wereld in gevangenschap.

Ze leven in een breed scala van habitats. Sommige populaties leven in vlakke savannes of graslanden, terwijl andere in bossen leven en tot op 3000 m hoogte in het Himalaya gebergte in het noorden van India en Pakistan.

Deze primaten zijn in staat om zich aan te passen aan een grote verscheidenheid van extreme klimaatomstandigheden, van hete temperaturen in droge woestijnen, tot koude winterse temperaturen die tot ver onder het vriespunt dalen.

Sommige populaties zijn gewend om in de nabijheid van mensen te leven. Af en toe worden kleine groepen resusapen in dichtbevolkte stedelijke gebieden in het noorden van India aangetroffen. Deze groepen zijn zo gewend aan het leven in door mensen bewoonde gebieden dat wanneer men ze probeert weg te houden uit deze gebieden, ze opnieuw op zoek gaan naar andere door mensen bewoonde streken.

Resusapen zijn in de jaren dertig ingevoerd in Florida, langs de Silver River, als een attractie voor toeristen. Uit deze halfwilde apengroepen zijn verscheidene populaties ontstaan, waarvan enkele vandaag de dag nog bestaan.

Op Cayo Santiago, een eiland voor de kust van Puerto Rico, leeft ook een halfwilde groep resusapen. Deze groep wordt door de wetenschap bestudeerd. De meeste informatie die we over het gedrag van deze soort hebben, komt van de studies naar deze groep. 

Uiterlijk

Resusapen hebben een lange, grijsbruine tot rossig gele vacht. De buik is iets lichter van kleur. Op de kop is het haar korter. Het gezicht en het achterwerk van volwassen dieren zijn rood. Ze hebben grote wangzakken die gebruikt worden om voedsel op te slaan.

Ze worden tot 45 tot 64 centimeter lang, met een staart van 19 tot 32 centimeter. Mannetjes worden groter dan vrouwtjes en wegen 6,5 tot 12 kilogram. Vrouwtjes wegen meestal slechts 5,5 kg.

Voortbeweging

De resusaap kan goed klimmen, maar ook zwemmen. De dieren zijn waarschijnlijk dol op een bad en regelmatig is een groep resusapen waargenomen die gezamenlijk in een beek zwom.

Wetenswaardigheden

  • Doordat de resusaap vrij makkelijk in gevangenschap te houden is, wordt deze vaak gebruikt voor medisch en biologisch onderzoek.
  • De resusfactor, één van de elementen van een bloedgroep, is ontdekt bij deze apensoort.
  • In de jaren vijftig en zestig werden ook resusapen gebruikt voor de ruimtevaart. De resusaap Albert II was in 1949 de eerste primaat in de ruimte.
  • Resusapen zijn vernoemd naar de Griekse koning van Thracië, Rhesus,

Voedsel in de natuur

De voedingsgewoonten van resusapen verschillen afhankelijk van het leefgebied. Het zijn omnivoren en ze zoeken op de grond naar plantaardig voedsel. Vaak eten ze wortels, kruiden, vruchten en gewassen. Ook ongewervelde dieren en zelfs kleine gewervelden worden soms gegeten. Resusapen hebben wangzakken, waar ze tijdelijk voedsel in opslaan.

Afhankelijk van het seizoen kan het voedingspatroon variëren. Resusapen die bijvoorbeeld in bossen in de bergen van het noorden van Pakistan leven eten 's zomers vooral klaver, maar in de winter wanneer de grond bedekt is met sneeuw zijn ze gedwongen om over te schakelen naar voedingsmiddelen met een lagere voedingswaarde en een hoger vezelgehalte zoals dennennaalden en eikenblad. Hoewel ze dan veel lichaamsgewicht verliezen neemt het sterftecijfer niet toe.

Gedrag

Resusapen zijn dagdieren die zowel op de grond als hoog in de bomen leven. Ze zijn zeer luidruchtig en erg actief. Ze genieten van water en het zijn dan ook goede zwemmers. Ze leven in groepen van elf tot zeventig dieren. Soms komen zelfs groepen van rond de 200 dieren voor, maar gemiddeld niet meer dan twintig. Wanneer de grootte van de groep 80 tot 100 dieren wordt, kan een subgroep van vrouwtjes zich afsplitsen om een nieuwe groep te vormen. Een groep bestaat meestal uit een aantal onverwante mannetjes en veel nauw verwante vrouwtjes. Soms worden er kleine groepen gevormd die alleen uit mannetjes bestaan. Nadat mannetjes geslachtsrijp zijn geworden verlaten ze gewoonlijk de geboortegroep.

Zowel bij de mannetjes als bij de vrouwtjes komen hiërarchieën in dominantie voor. Bij mannetjes is dat duidelijker merkbaar vanwege de strijd om een partner om mee te paren, maar de hiërarchie is hier minder stabiel.  De vrouwtjes leven meestal in volledige harmonie en hebben zelden gewelddadige interacties.

De groep wordt geleid door een dominant vrouwtje. De hiërarchie wordt bepaald door afstamming. De vrouwelijke nakomelingen van het dominante vrouwtje staan hoger in de hiërarchie dan andere vrouwtjes. De nummer twee in de groep is de jongste dochter van het dominante vrouwtje. Deze jongste dochter staat dus hoger in de hiërarchie dan haar oudere zussen. Dit komt waarschijnlijk omdat de jongste vrouwtjes het meest gezond en vruchtbaar zijn. Uiteindelijk zal de nummer twee het dominante vrouwtje worden.

Er leven meer vrouwtjes dan mannetjes in een groep, over het algemeen in een verhouding van 4:1. De gehele groep voedt de jongen op en bewaakt het territorium. Hoewel resusapen in groepen leven zijn ze niet erg territoriaal. Iedere groep heeft meestal zijn eigen slaapruimte, maar het grondgebied van naburige groepen kan elkaar aanzienlijk overlappen. Confrontaties tussen groepen zijn zeldzaam want wanneer twee groepen elkaar tegenkomen zal de zwakkere groep de sterkere proberen te ontwijken. Confrontatie ontstaan meestal uit onzekerheid over sterkte en dominantie.

Resusapen kennen een grote reeks aan geluiden. Vooral mannetjes kunnen luidruchtig zijn. Er zijn blaffende en krijsende alarmgeluiden, een gil als het dier wordt aangevallen en een grom bij agressief gedrag. Ook zijn er specifieke roepen als een dier voedsel heeft gevonden. Jonge en ondergeschikte resusapen zouden zich soms stilhouden wanneer ze voedsel hebben gevonden, om zo hun ontdekking verborgen te houden voor andere apen.

Predatie

Primaten zijn vaak op hun hoede voor potentiële roofdieren. Het is waarschijnlijk dat er op resusapen wordt gejaagd door grote carnivoren, roofvogels, slangen.

Voortplanting in de natuur

Hoewel resusapen een voorkeur lijken te hebben voor een bepaalde partner, hebben ze over het algemeen wisselende seksuele relaties. Aangezien ze in groepen met zowel meerdere mannetjes als meerdere vrouwtjes leven hebben ze voldoende mogelijkheden om met meerdere partners te paren.

De vrouwtjes hebben een cyclus van 29 dagen en zijn tussen de achtste en de elfde dag vruchtbaar. Een vrouwtje laat zien dat ze wil paren door haar achterwerk te tonen aan mannetjes. Wanneer het vrouwtje vruchtbaar is, wordt het gebied tussen de vulva en de anus (perineum) roder en onder invloed van bepaalde alifatische zuren worden chemische signalen afgegeven om haar vruchtbaarheid kenbaar te maken. Er is slechts een geringe zwelling rond het genitale gebied zichtbaar.

Mannetjes trekken vrouwtjes aan door hetzij een hoge dominantie status binnen de sociale groep of soms door zich vriendelijk te gedragen tegenover vrouwtjes, zoals het dragen van de jongen en het verzorgen van de vacht.

Het paarseizoen verschilt erg tussen de verschillende populaties. Resusapen die in gebieden leven waar de winters koud zijn, paren in het najaar zodat de jongen in het voorjaar geboren worden. In gebieden waar de seizoensverschillen minder groot zijn is er minder sprake van een bepaald paarseizoen.

Bij populaties waarbij wel sprake is van een paarseizoen, worden de testes van de mannetjes tijdens het paarseizoen tot bijna twee keer zo groot. De onevenredig grote testikels en de toename van de grootte hiervan in het paarseizoen is waarschijnlijk gerelateerd aan het aantal maal dat een mannetje in korte tijd kan paren.

Ieder jaar wordt er na een draagtijd van 135 tot 194 dagen één jong geboren. Bij de geboorte weegt het jong 400 tot 500 gram. Het wordt de eerste paar weken door de moeder op de buik gedragen, maar als het zichzelf overeind kan houden klimt het op de rug. Na 9 tot 12 maanden wordt het jong gespeend.

Zoals bij de meeste primaten, wordt het jong voornamelijk door de moeder verzorgd. Vanaf de geboorte tot het moment waarop het zelfstandig is heeft de moeder de taak om het jong te beschermen, te voeden, te verzorgen en om het sociale vaardigheden bij te brengen.

De rol van de mannetje wat betreft de ouderlijke zorg is enigszins verwarrend. Omdat in de sociale groepen meerdere mannetjes en vrouwtjes leven en de vrouwtjes met meerdere mannetjes paren, is niet duidelijk wie de vader is en dus weten de mannetjes ook niet wie hun jongen zijn.

Vrouwtjes zijn na 2½ tot 3 jaar geslachtsrijp en krijgen meestal rond hun vierde of vijfde jaar hun eerste jong. Mannetjes zijn na 4½ tot 7 jaar geslachtsrijp. Resusapen worden in het wild ongeveer 30 jaar oud, maar in gevangenschap kunnen ze 35 jaar oud worden.

Bedreiging

De IUCN heeft deze soort geclassificeerd als "Niet bedreigd".

Bronnen

Creative Commons-Licentie
Dit werk valt onder een Creative Commons Naamsvermelding-GelijkDelen 3.0 Unported-licentie.

Paspoort

Naam Resusaap
Klasse Mammalia (zoogdieren)
Orde Primates (Primaten)
Familie Cercopithecidae
Geslacht Macaca (Makaken)
Soort Macaca mulatta
Kop-romplengte 45 - 64 cm
Staartlengte 19 - 32 cm
Gewicht man 6,5 - 12 kg
Gewicht vrouw 5,5 kg
Paartijd Afhankelijk van leefgebied
Paringsinterval Jaarlijks
Draagtijd 135 - 194 dagen, gem. 165
Nest Moeder draagt jong op buik
Geboorte Afhankelijk van leefgebied
Geboortegewicht 400 - 500 gram, gem. 464
Aantal jongen 1 jong
Spenen 9 - 12 maanden, gem. 9,7 maand
Geslachtsrijp man 4½ - 7 jaar, gem. 5½ jaar
Geslachtsrijp vrouw 2½ - 3 jaar, gem. 3,3 jaar
Levensduur in het wild In het wild 30 jaar
Levensduur in gevangenschap In gevangenschap 35 jaar
Voeding in de natuur Wortels, kruiden, vruchten, gewassen, ongewervelde en kleine gewervelde dieren
Leefgebied West-Afghanistan en Noord-India tot Noord-Thailand. 
Groep/solitair Groep
Fokprogramma -
CITES Appendix II, 04/02/1977
IUCN Niet bedreigd (LC)
Follow Us