Hits: 316

Leefgebied

Deze soort komt voor van oostelijk Paraguay tot zuidoostelijk Brazilië, Uruguay en noordoostelijk Argentinië. De habitat bestaan uit vochtige subtropische- en tropische laagland-regenwouden en moerassen 

Uiterlijk

De reuzenbosral is overwegend bruin met een olijfkleurige rug die in een keer overgaat in een grijze kop en borst. De flanken zijn zalmkleurig en de buik is grijs. De staart en de staartaanzet zijn zwart. De ogen en de poten zijn rood. De grote, enigszins omlaaggebogen snavel is mosterdgeel. Ze zijn 41 tot 45 cm groot en de spanwijdte bedraagt 170 cm. Ze wegen 765 gram.

Voortbeweging

Ze kunnen niet zo goed vliegen, maar sneller lopen dan een mens.

Wetenswaardigheden

Voedsel in de natuur

Reuzenbosrallen zijn omnivoren en eten schaaldieren, kleine zoogdieren, fruit en insecten.

Gedrag

Reuzenbosrallen komen 's avonds in groepen bijeen en laten dan een krijsend, schreeuwend en fluitend gezang horen. Paartjes zijn zo aan elkaar gehecht dat als één sterft de ander meestal ook dood gaat.

Voortplanting in de natuur

Het broedseizoen loopt van september tot en met februari. 

Het nest wordt van grassen en onkruidstengels gemaakt en is ongeveer 30 tot 55 cm in doorsnede en 13 tot 15 cm diep. Het wordt op de grond, in bomen of 1 meter boven het water in een struik gemaakt. In het nest wordt om de dag een ei gelegd. In totaal leggen ze 4 tot 7 eieren die om de beurt door het mannetje en het vrouwtje worden bebroed. De broedtijd bedraagt 24 dagen. Na 3 tot 4 dagen verlaten de jongen het nest maar ze worden nog 9 weken door de ouders verzorgd.

De reuzenbosral wordt 7 tot 10 jaar.

Bedreiging

De reuzenbosral is de door de IUCN geclassificeerd als "Niet bedreigd".

Bronnen:  

Creative Commons-Licentie
Dit werk valt onder een Creative Commons Naamsvermelding-GelijkDelen 3.0 Unported-licentie.