Rode vosAuthor: U.S. Fish and Wildlife Service
License: Public Domain
    Leefgebied rode vos wiki ZoologistAuthor: Zoologist
License: CC BY-SA 3.0
  Rode vosAuthor: United States Fish and Wildlife Service
License: Public domain

Zoogdieren

Vulpes vulpes

gb Red fox  de Rotfuchs fr Renard roux
nl Gewone vos

Leefgebied

De vos heeft tegenwoordig het grootste verspreidingsgebied van alle roofdieren (voorheen was dit de wolf). Hij komt voor over praktisch het gehele noordelijk halfrond, van de poolcirkel tot Noord-Afrika, Noord-Amerika en het Aziatische steppengebied. De soort ontbreekt alleen in te hete woestijnen, koude toendra's en op eilanden als IJsland. Hij is geïntroduceerd in Australië, de Falklandeilanden en op het eiland Man, waar hij waarschijnlijk weer is uitgestorven.

De vos kan zich goed aanpassen, en komt in bijna elke habitat voor: woestijnen, toendra's, moerassen, gebergten, duinen en landbouwgebieden. Onder andere in Engeland komt de vos ook voor in stedelijk gebied, voornamelijk in buitenwijken, waar huizen grote tuinen hebben, en in stadsparken. In Engeland wordt de vos op deze plekken illegaal bejaagd. De favoriete habitat is bos met open gebieden en struwelen.

Uiterlijk

De vossenvacht is over het algemeen roodbruin, maar kan ook beige tot helderrood zijn, of zilverkleurig tot zwart (vooral in de bergen). Ook albino's komen voor. De oren zijn aan de achterzijde zwart, evenals de "sokken", de onderbenen. Sommige dieren hebben een witte staartpunt; veel vossen hebben in ieder geval enkele witte haren rond het puntje van de staart. De bovenlip is wit, evenals de bef. Op de wangen zit bij veel vossen een zwarte of bruine "traandruppel". Sommige dieren hebben een staalgrijze keel en buik, met een witte ster op de borst. In de paartijd heeft het vrouwtje, de moervos, een roze glans over de vacht aan de onderzijde.

De vos heeft een slanke snuit en puntige rechtopstaande oren. De staart is lang, dik en ruig. Hij heeft een schouderhoogte van 35 tot 40 centimeter en staat hoog op de poten. Hij heeft een kop-romplengte van 58 tot 90 centimeter met een staart van 32 tot 48 centimeter. Hij weegt zes tot tien, soms vijftien kilogram. Mannetjes zijn over het algemeen groter dan vrouwtjes. 

Voortbeweging

Hij kan hard rennen, tot zestig kilometer per uur, alhoewel zes tot dertien kilometer per uur de normale snelheid is.

Voedsel in de natuur

Vossen jagen solitair, meestal 's nachts en in de schemering, maar in onverstoorde gebieden jaagt hij liever overdag. De vos is een opportunist: hij eet bijna alles. 

Zijn prooien zijn meestal kleine en middelgrote prooidieren, zoals grote kevers, muizen en andere knaagdieren, konijnen, hazen, vogels en eieren, regenwormen en egels. Ook vruchten en bessen (vooral bramen) worden gegeten, evenals aas, placenta's en afval. De vos is dus een omnivoor maar ook een opportunist: in de Nederlandse Oostvaardersplassen leeft hij bijvoorbeeld in het voorjaar vooral van ganzenkuikens. De vos negeert kikkers en padden en vindt mollen en spitsmuizen niet lekker.

Dagelijks moet een vos ongeveer vijfhonderd gram aan voedsel binnenkrijgen. Een vos doodt soms meer dan hij nodig heeft. Vooral op plaatsen waar meerdere prooidieren op elkaar zitten en niet kunnen ontsnappen, kan hij een ware slachtpartij aanrichten, bijvoorbeeld in kippenhokken of kolonies van grondbroedende vogels als kokmeeuwen. Voedselresten worden begraven en later weer opgezocht, maar de vos legt geen voedselvoorraden aan. Een vos is meestal zeer succesvol in het terugvinden van begraven voedsel. 

Gedrag

De vos leeft meestal in een groep van zo'n zes dieren. Een dominant mannetje (rekel) en een dominant vrouwtje (moervos) worden begeleid door meerdere vrouwtjes, waarschijnlijk uit vorige worpen. Meestal zijn alle vrouwtjes in een groep aan elkaar verwant. Mannetjes worden, zodra ze volwassen zijn, uit de groep verjaagd. De ondergeschikte vrouwtjes zijn helpers, die helpen met de opvoeding van de jongen. Soms planten in een groep meerdere vrouwtjes zich voort. De worpen worden dan vaak samengevoegd tot één groep welpen, die bij alle moervossen mogen zogen.

Het territorium kan tot 12 km² bedragen, al naar gelang van voedselaanbod, veilige nestplaatsen en dergelijke. Het biotoop wordt afgebakend met geursporen, voornamelijk urine en uitwerpselen, die worden geplaatst op duidelijk zichtbare en ruikbare plaatsen, maar vooral op vaak gebruikte plaatsen. Over het algemeen bakenen alleen de dominante moervossen het territorium af met urine.

De vos kan ten minste 28 verschillende geluiden voortbrengen, en hij kent ook een groot aantal houdingen om mee te communiceren. Onderdanige vossen houden bijvoorbeeld de oren naar achter, de mond lichtelijk open met opgetrokken lippen, en kwispelen bochtig met hun staart. Agressieve vossen plaatsen de oren zijdelings en houden de mond wagenwijd open. 

Vossen leven in een hol. Het hol is zelf gegraven of van een konijn of een das. De doorsnee van de pijp (gang naar het hol) is ongeveer 20 cm. Het komt voor dat vossen zelfs hun hol delen met konijnen en dassen. Een zelfgegraven hol bevindt zich meestal in een zandbank, onder een omgevallen boom, tussen boomwortels of onder rotsen, en heeft vaak twee tot vier ingangen. Een groot hol, met meerdere ingangen, wordt een burcht genoemd. Meestal gebruiken alleen drachtige vrouwtjes het hol. Buiten het voortplantingsseizoen verblijft de vos overdag meestal op beschutte plaatsen.

Predatie

Predatoren doden voornamelijk de pups. Natuurlijke vijanden zijn: havikachtigen, coyotes, beren, wolven, poema's en mensen. 

Voortplanting

Vossen zijn vaak monogaam. De paartijd vindt plaats in de winter, wanneer de vrouwtjes gedurende slechts een tot zes dagen vruchtbaar zijn en mannetjes op hun vruchtbaarst zijn. De jongen worden na een draagtijd van 51 tot 56 dagen in de lente (tussen maart en mei) geboren. Het hol wordt soms gedeeld door drachtige vrouwtjes.

Een worp telt meestal 4 tot 6 welpen. Worpen van 5 tot 8 jongen komen ook voor, bij uitzondering zelfs 10. Dit aantal is afhankelijk van het voedselaanbod. In gebieden met veel vossen zijn de worpen kleiner. Bij de geboorte zijn de jongen blind en doof en wegen ongeveer 100 gram. Ze hebben bij de geboorte een donkere fluwelen vacht, stompe snuitjes en kleine oortjes. De eerste twee tot drie weken zijn de jongen volledig afhankelijk van hun moeder. De vader en de helpers brengen de eerste dagen voedsel voor de moeder; nadat de jongen gespeend zijn, helpt ook de moeder mee.

Na elf tot veertien dagen gaan de ogen open. De eerste maand zijn de ogen blauw van kleur, maar later wordt ze bruin. Als de pups vier weken oud zijn, groeien de neus en oren snel, en komt er een rossige glans over de vacht. Ze eten rond deze tijd hun eerste vaste voedsel. Na zes weken worden de welpen gespeend en na zeven tot acht weken hebben ze het volledige melkgebit.

Na zes maanden zijn jonge vossen op het oog niet meer te onderscheiden van volwassen dieren. Tegen de herfst zijn de jongen volwassen en gaan ze een eigen territorium zoeken. Na tien maanden zijn ze geslachtsrijp. In het wild wordt de vos zo'n tien jaar oud. De meeste vossen worden echter niet ouder dan 3 jaar.

Bedreiging

Jacht is de voornaamste doodsoorzaak. Ook worden veel vossen verkeersslachtoffer. Belangrijke ziektes waaraan vossen lijden zijn schurft en hondsdolheid. Verder zijn ze ook drager van vlooien, teken, een serie parasieten waaronder de vossenlintworm de belangrijkste is (tot 4 verschillende soorten per vos). De vos ondervindt geen schade van de lintworm. De rode vos is door de IUCN geclassificeerd als niet bedreigd.

Bronnen:

Creative Commons-Licentie
Dit werk valt onder een Creative Commons Naamsvermelding-GelijkDelen 3.0 Unported-licentie.

Paspoort

Naam Rode vos
Klasse Mammalia (Zoogdieren)
Orde Carnivora (Roofdieren)
Familie Canidae (Hondachtigen)
Geslacht Vulpes
Soort Vulpes vulpes
Kop-romplengte 58-90 cm
Schouderhoogte 35-40 cm
Staartlengte 32-48 cm 
Gewicht man 10-15 kg
Gewicht vrouw  
Paartijd Winter 
Paringsinterval Jaarlijks 
Draagtijd 51-56 dagen
Nest Hol 
Geboorte Maart-mei 
Geboortegewicht 100 gram
Aantal jongen 5-8 jongen 
Spenen 6 weken 
Geslachtsrijp man 10 maanden 
Geslachtsrijp vrouw 10 maanden 
Levensduur 10 jaar in het wild 
Voeding in de natuur Kleine en middelgrote prooidieren, zoals grote kevers, muizen en andere knaagdieren, konijnen, hazen, vogels en eieren, regenwormen en egels. Ook vruchten en bessen (vooral bramen) worden gegeten, evenals aas, placenta's en afval.
Leefgebied Praktisch het gehele noordelijk halfrond,behalve in te hete woestijnen, koude toendra's en op eilanden als IJsland
Groep/solitair Leeft in kleine groep tot zes dieren
Fokprogramma
CITES Appendix III
IUCN Niet bedreigd (LC)
   

Follow Us