Hits: 703

Leefgebied

De Sumatraanse tijger is een ondersoort van de tijger die alleen voorkomt op Sumatra. Vroeger kwam dit dier voor op heel Sumatra, maar tegenwoordig zijn er nog maar 500 exemplaren over, waarvan 350 in het wild.

Ze komen in verschillenden leefgebieden voor, variërend van de bossen in de laaggelegen kustgebieden in het Bukit Barisan Selatan National Park op zeespiegelniveau tot het zuidoostelijke puntje van de provincie Lampung tot 3.200 m in de bergbossen van het Gunung Leuser National Park in de provincie Atjeh.

In de natuurlijke bosgebieden geven ze de voorkeur aan gebieden die op grotere hoogte liggen, met een lagere jaarlijkse neerslag. Ze vermijden gebieden waar menselijke invloed merkbaar is.

Uiterlijk

De Sumatraanse tijger verschilt onder andere van andere tijgers in de afmetingen van enkele delen van de schedel. In sommige kenmerken staat deze vorm tussen de Javaanse tijger aan de ene kant en de Indo-Chinese tijger aan de andere kant in; mogelijk is deze ondersoort het resultaat van een kruising tussen de andere twee vormen. Sommige onderzoekers beschouwen de verschillen met andere ondersoorten als groot genoeg om de Sumatraanse tijger als een aparte soort te zien, maar dat is niet algemeen geaccepteerd.

De Sumatraanse tijger is een van de kleinste ondersoorten. Mannetjes wegen 100-140 kg en zijn 220-255 cm lang. Vrouwtjes wegen 75-110 kg en zijn 215-230 cm lang.

De vacht van de Sumatraanse tijger is kort (10-15 mm) en de kleur varieert van donker oranje tot donker oker-roodachtig. De nekharen zijn 110-130 mm en de vacht op de borst is relatief langer dan die van de rest van het lichaam. De snorharen worden 80 tot 120 mm. De mannetjes hebben vaak manen. De donkere kleur van de vacht wordt versterkt door de brede zwarte strepen. Op de buik en aan de binnenkant van de poten is kleur roomwit. Ze ruien twee keer per jaar.

Voortbeweging

Ze kunnen goed zwemmen. In tegenstelling tot de cheeta, kan een tijger zijn prooi niet door snelheid overmeesteren.

Wetenswaardigheden

Sumatraanse tijgers zijn niet bang voor water en zijn zeer goede zwemmers. Deze ondersoort heeft een soort zwemvliezen tussen de tenen.

Door een reflecterend laagje in het oog zijn tijgers ook 's nachts in staat om goed te zien.

Voedsel in de natuur

De prooien van de Sumatraanse tijgers zijn zoogdieren (hoefdieren), watervogels en reptielen. Ze zijn het meest 's nachts actief wanneer ook de hoefdieren actief zijn. Ongeveer één op de tien tot twintig pogingen om een prooi vangen levert succes op. In tegenstelling tot de cheeta, kan een tijger zijn prooi niet door snelheid overmeesteren. In plaats daarvan maakt hij gebruik van het verrassingselement door zich te verstoppen in het hoge gras. Ze vallen hun prooi met een grote sprong van achteren aan.

Gedrag

Sumatraanse tijgers leven, behalve in de paartijd, solitair. Het territorium van mannetjes overlapt dat van meerdere vrouwtjes. Ze zijn het meest 's nachts actief. Zoals de meeste katachtigen kunnen tijgers goed horen, zien en ruiken.

Predatie

De bedreiging wordt gevormd door de mens

Voortplanting in de natuur

Sumatraanse tijgers even solitair behalve in de paartijd. De draagtijd bedraagt 100 dagen en een nest bestaat uit 1-5 jongen. Het nest ligt op een beschutte plek. Gemiddeld worden echter 2 jongen geboren. De jongen worden blind en hulpeloos geboren. Na 6 tot 14 dagen gaan de ogen open en na 9 tot 11 dagen de oren. De jongen worden 90-100 dagen gezoogd. Na twee manden beginnen de jongen de moeder te volgen en beginnen ze vast voedsel te eten. Met een leeftijd van 5-6 maanden beginnen ze deel te nemen aan de jacht. De jongen worden alleen door de moeder grootgebracht. Sumatraanse tijgers worden in de natuur 15-20 jaar.

Bedreiging

Deze tijger heeft het nu al helemaal zwaar aangezien hij voornamelijk leefde in Atjeh, het noordelijkste puntje van Sumatra. Tijdens een tsunami is dit natuurreservaat voor een groot deel weggespoeld. Er zijn nu verschillende instanties bezig met de wederopbouw van dit natuurgebied zodat de Sumatraanse tijger weer zal overleven.

In 1978 werd, op basis van antwoorden op een vragenlijst, de populatie Sumatraanse tijgers op 1.000 individuen geschat. In 1985 werden er in 26 beschermde gebieden op Sumatra ongeveer 800 tijgers waargenomen. In 1992 werd geschat dat er nog slechts 400-500 tijgers leefden in vijf nationale parken en twee beschermde gebieden. In die tijd werd de grootste populatie gemeld uit het Gunung Leuser National Park, namelijk 110-180 dieren. Een meer recentere studie toont echter aan dat in het Kerinci Seblat National Park in het centrum van Sumatra de grootste groep tijgers van 165-190 dieren op het eiland voorkomt.

De belangrijkste bedreigingen vormen het verlies van leefgebied ten gevolge van de uitbreiding van palmolie- en acaciaplantages, het minder voorhanden zijn van prooien en de illegale handel voor vooral de binnenlandse markt.

Bronnen:

Creative Commons License
Dit werk valt onder een Creative Commons Naamsvermelding-GelijkDelen 3.0 Unported-licentie.