Vogels

Tragopan temminckii

gb Temminck's Tragopan  de Temmincktragopan  fr Tragopan de Temminck

Leefgebied

De Temmincks saterhoen of Temmincks tragopan komt voor in de hoogst gelegen gordels van de regenwouden boven de 3100 m in het oostelijke Himalaya gebergte in noordoost India, Myanmar en noordwest Vietnam, verder in Tibet en de noordelijke provincies van China. In de winter migreren ze naar lager gelegen gebieden. Wanneer in het voorjaar de temperatuur begint te stijgen trekken ze weer naar hoger gelegen gebieden.,

Uiterlijk

Deze kleurrijke vogel wordt door velen als de mooiste fazant ter wereld beschouwd. Mannetjes zijn fel oranje-rood met grijze stippen aan de onderkant en zwartomrande parel-witte stippen aan de bovenkant. Wellicht nog opvallender is de kleurige lichtblauwe huid van het gezicht rond de ogen en een blauwe keelzak welke voorzien is van een patroon van donkerde blauw-violette markeringen in het midden en opvallende scharlaken markeringen aan elke zijde. De kroon en de hals zijn meestal zwart. Boven de ogen zitten twee donkerblauwe hoornachtige uitsteeksels. De zwarte snavel is zeer kort en de poten zijn roze. 

De hennen hebben minder opvallende kleuren. Ze zijn zwart, bruin en grijs gestippeld en rond het oog hebben ze een blauwgekleurde naakte huid. De kleuren van het vrouwtje zorgen voor een goede camouflage in het bosgebied waarin ze leven.

Zowel mannetjes als vrouwtjes hebben korte staarten. Ze kunnen 63 cm lang worden en ze wegen 900 tot 1600 gram. De vrouwtjes zijn wat kleiner dan de mannetjes en wegen ook minder.

Voedsel in de natuur

Het voedsel bestaat uit planten, zoals bloemen, bladeren, gras-stengels, varens, mossen, bessen, zaden en jonge scheuten, maar ook insecten.

Gedrag

Temmincks saterhoenen zijn schuwe vogels die solitair of in paren leven. Het grootste deel van de dag brengen ze op de grond door op zoek naar voedsel.

Voortplanting in de natuur

De paartijd begint in maart en duurt ongeveer een maand. Het mannetje probeert een vrouwtjes te verleiden door de fel gekleurde blauwe keelzak op te blazen en de twee lange vlezige hoorns boven de ogen naar voren te richten waarbij ze hun staart spreiden en een indrukwekkende balts uitvoeren.

In tegenstelling tot de meeste andere soorten fazanten bouwen Temmincks tragopans hun nest enkele meters boven de grond in een lage boom of struik. Soms worden ook verlaten nesten van andere vogels gebruikt. Het vrouwtje bekleed het nest met bladeren, twijgjes en veren.

Begin mei worden 3 tot 5 eieren gelegd die gedurende 26 tot 28 dagen door het vrouwtje worden uitgebroed. De kuikens worden alleen door het vrouwtje grootgebracht. Ze ontwikkelen zich snel en enkele dagen nadat ze uit het ei zijn gekropen zijn ze al in staat om te vliegen. Het vrouwtje blijft de kuikens ongeveer een 4 tot 6 weken verzorgen totdat zij in staat zijn om zelf voedsel te vinden en totdat ze voor hun eigen veiligheid in bomen kunnen klimmen.

Bedreiging

Omdat deze saterhoen voorkomt in een groot gebied, is de kans op de status kwetsbaar (voor uitsterven) van de soort zeer klein. De totale populatie wordt geschat op meer dan 100.000 individuen, maar dit aantal loopt terug. Echter, het tempo van afname ligt onder de 30% in tien jaar (minder dan 3,5% per jaar). Om deze redenen staat Temmincks saterhoen als niet bedreigd op de IUCN-lijst.

Bronnen: 

Creative Commons License
Dit werk valt onder een Creative Commons Naamsvermelding-GelijkDelen 3.0 Unported-licentie.

Paspoort

Naam Temmincks saterhoen 
Klasse Aves (vogels)
Orde Galliformes (hoendervogels)
Familie Phasianidae (fazantachtigen)
Geslacht Tragopan (Saterhoenders)
Soort Tragopan temminckii
Grootte man 64 cm
Grootte vrouw 58 cm 
Vleugellengte 202 - 265 cm
Gewicht man 980 - 1600 gram 
Gewicht vrouw 970 - 1100 gram
Paartijd Maart -april
Broedinterval Jaarlijks
Broedtijd 26 - 28 dagen
Nest In lage boom of struik
Geboorte Begin mei
Gewicht eieren 50 gram 
Aantal eieren 3 - 5 eieren 
Uitvliegen 4 - 6 weken 
Geslachtsrijp man 2 jaar
Geslachtsrijp vrouw 2 jaar 
Levensduur 15 jaar
Voeding Bloemen, bladeren, gras-stengels, varens, mossen, bessen, zaden en jonge scheuten, maar ook insecten.
Leefgebied Berggebieden van noordoost India, Myanmar en noordwest Vietnam, verder in Tibet en de noordelijke provincies van China
Groep/solitair Solitair of een paartjes
Fokprogramma -
CITES -
IUCN Niet bedreigd (LC)
   
Follow Us