Vogels

Cygnus buccinator

gb Trumpeter Swan  de Trompeterschwan fr Cygne trompette

Leefgebied

Trompetzwanen komen voor in Alaska, Canada en het noorden van Noord-Amerika. Ze leven voornamelijk op het land maar wel altijd dicht in de buurt van water. In Alaska leven ze in Prince William Sound (een deel van de golf van Alaska) en de Copper rivier delta. Ze zijn zelfs in het Yellowstone park neergestreken.

Hun leefgebied bestaat uit waterrijke gebieden waaronder gebieden met veel rivieren en beken. De gebieden kunnen zowel zoet, zout- of brakwater bevatten. Ze leven zowel in een gematigd- als in een poolklimaat. De keuze voor deze leefgebieden heeft te maken met hun dieet en broedgewoontes.

Uiterlijk

Trompetzwanen zijn de grootste soort zwanen die in Noord-Amerika voorkomen en wegen 9,5 tot 13,5 kg en zijn 1,4 tot 1,6 meter lang. De spanwijdte bedraagt 2,0 tot 2,4 meter. Ze hebben witte veren en een zwarte snavel en zwarte poten. De bek is paars tot rood wat als een rode streep tussen de boven- en de ondersnavel te zien is.

De jongen zijn grijs met grijs-gele poten. Hun snavel kan paars zijn maar aan de basis is die altijd zwart. Na twee jaar zijn ze helemaal wit met uitzondering van een paar veren aan de bovenkant van het lichaam. Wanneer ze de volwassen leeftijd hebben bereikt zijn de snavel en de poten helemaal zwart.

Voortbeweging

Trompetzwanen vliegen in V-formaties. 

Wetenswaardigheden

De naam danken de trompetzwanen aan het lage geluid wat ze produceren en wat aan het geluid van een trompet doet denken.

Trompetzwanen hebben een ongebruikelijk broedmethode: ze houden de eieren warm met hun poten (de zwemvliezen)!

Voedsel in de natuur

Trompetzwanen leven van plantaardig voedsel, dat ze met hun lange nek en platte snavel van de bodem van ondiep water opslobberen. Dit dieet bestaat voornamelijk uit knollen wortels, stengels, bladeren en af en toe insecten. 's Winters eten ze ook gras en graan. De kuikens eten de eerste vijf weken insecten en ander klein dierlijk voedsel, maar daarna verandert het dieet in plantaardig voedsel. 

Gedrag

Trompetzwanen leven in kleine familiegroepjes. Hun dagelijkse bezigheden variëren per seizoen. 's Winters rusten ze meer en eten ze minder, terwijl ze in het voorjaar juist heel veel eten en de hele dag actief zijn. In het voorjaar zijn de groepen ook half zo klein als in de herfst omdat de jongen dan al uitgevlogen zijn en het broedseizoen begint.

In het zuidelijke gedeelte van het verspreidingsgebied blijven de vogels het hele jaar aanwezig. In noordelijker gelegen gebieden trekken de vogels vanaf half oktober tot november naar het zuiden. De eerste stop is meestal in het Yellowstone park maar ook in andere delen van Noord-Dakota. Wanneer het water daar dichtvriest trekken ze verder naar gebieden in Utah en Arizona waar het in de winter veel warmer is. Veel trompetzwanen overwinteren echter op de westkust van Canada, Alaska en Washington.

Trompetzwanen zijn monogaam en vormen paartjes voor het leven. In het paarseizoen wordt de paartjes weer herenigd en gaan ze baltsen ter bevestiging hiervan. Tijdens het baltsen spreiden ze de vleugels en tillen ze deze wat op terwijl ze ermee trillen. Verder maken ze bewegingen met de kop en laten ze een luid getrompetter horen.

Tijdens het paarseizoen zijn ze erg territoriaal. Ze kunnen bijzonder agressief zijn tegenover concurrenten en andere dieren die hun territorium betreden en die als een bedreiging gezien worden.

Predatie

Hoewel de nesten fel verdedigd worden door de ouders, vormen ze toch een makkelijk doelwit voor landroofdieren. Bekende predatoren zijn mensen, beren, wolven, coyotes, veelvraten, vossen, gewone wasberen, rode lynxen, raven en steenarenden. Maar de belangrijkste predator is de mens. Mensen hebben meer trompetzwanen gedood dan enig ander roofdier.

Voortplanting in de natuur

Als ze 4 tot 7 jaar oud zijn gaan ze paren. De broedperiode loopt van maart tot mei. De ouders bouwen samen een nest bestaande uit verschillende waterplanten, grassen en zegge. Het is gewoonlijk omgeven door water. Het bouwen kan 2 tot 5 weken in beslag nemen. Uiteindelijk heeft het nest een doorsnede van 1,5 tot 3,6 meter.

In het nest worden 4 tot 6 eieren gelegd die in 32 to 37 dagen, bijna alleen door het vrouwtje met de poten worden uitgebroed. De jongen zijn nestvlieders die na 24 uur het nest al verlaten om te zwemmen. Na 91 tot 119 dagen vliegen ze uit en na een jaar zijn ze onafhankelijk van de ouders.

In het wild worden trompetzwanen ongeveer 24 jaar.

Bedreiging

Trompetzwanen kwamen vroeger in bijna heel Noord-Amerika voor, maar als gevolg van intensieve jacht vanwege de eieren, veren en het vlees stierf de soort in het begin van de 20e eeuw bijna uit. Inmiddels is de populatie weer gegroeid en wordt de soort niet meer met uitsterven bedreigd. Tegenwoordig vormt de vernietiging van leefgebied de belangrijkste bedreiging voor deze soort. Wel is de soort nog beschermd. De IUCN heeft trompetzwanen geclassificeerd als "Niet bedreigd"

Bronnen: 

Creative Commons-Licentie
Dit werk valt onder een Creative Commons Naamsvermelding-GelijkDelen 3.0 Unported-licentie.

Paspoort

Naam Trompetzwaan
Klasse Aves (vogels)
Orde Anseriformes (Eendvogels)
Familie Anatidae (Eenden, ganzen en zwanen)
Geslacht Cygnus
Soort Cygnus buccinator
Grootte 1,4-1,6 m
Spanwijdte  2,0-2,4 m
Gewicht  9,5-13,5 kg
Broedinterval Jaarlijks 
Broedperiode Maart-mei 
Nest Groot nest omgeven door water 
Aantal eieren 4-6 eieren 
Gewicht eieren  
Broedtijd 32-37 dagen 
Uitvliegen 91-119 dagen
Geslachtsrijp 4-7 jaar 
Levensduur 24 jaar in het wild 
Voeding in de natuur Knollen wortels, stengels, bladeren en af en toe insecten
Leefgebied Alaska, Canada het noorden van Noord-Amerika 
Groep/solitair Kleine familiegroepjes 
Fokprogramma -
CITES -
IUCN Niet bedreigd (LC)
Follow Us