Gewone zeehondAuthor: Marcel Burkhard,
License: CC BY-SA 2.0
  Leefgebied gewone zeehondAuthor: SELF2, Original uploader was Jürgen at nl.wikipedia,
License: CC BY-SA 3.0
  

Zoogdieren

Phoca vitulina

gb Harbor seal  de Seehund  fr Phoque commun

Leefgebied

Gewone zeehonden leven langs beschutte kusten in de Noordelijke Atlantische en Grote Oceaan. In Europa komen ze voor langs de kusten van de Oostzee, Noordzee, Waddenzee, Noorwegen, Ierland en Groot-Brittannië (met uitzondering van het Kanaal) voor. Ze bevinden zich over het algemeen op zandbanken, waaronder rond riviermondingen en langs rotskusten.

Behalve in de Waddenzee komen de zeehonden ook voor in Zeeland, vooral in de Oosterschelde. Deze populatie is veel minder talrijk dan die uit de Waddenzee en staat op ongeveer 200 exemplaren.

Uiterlijk

De gewone zeehond heeft een korte, stugge vacht zonder een dikke ondervacht. De vachtkleur is voornamelijk bruingrijs met kleine vlekken, al verschilt de kleur en het vlekkenpatroon per gebied waar de zeehond voorkomt. Over het algemeen zijn de mannetjes donkerder dan de vrouwtjes. 

In het hoge noorden worden gewone zeehonden geboren met een witte bontachtige vacht, die ze warm houdt en tevens een goede camouflage biedt op de ijsschotsen. De gewone zeehonden die in de Waddenzee leven, verliezen deze witte vacht echter al in de baarmoeder. Zij worden geboren met een korte, stugge, grijze vacht die snel opdroogt en ze in staat stelt kort na de geboorte hun eerste zwemles te nemen.

De kop is afgerond en klein in verhouding tot het lichaam. De gesloten neusgaten lopen in een V-vorm. Door het ontbreken van de oorschelpen lijkt het net of een zeehond geen oren heeft. De zeehond heeft echter twee oorgaten en dus wel degelijk oren. 

De zeehond heeft hele grote ogen, waarmee hij onder water meer licht op kan vangen. Door deze (en andere) aanpassingen kan de zeehond onder water net zo goed zien als boven water. Hij kan echter geen kleuren zien.

Gewone zeehonden worden 120 tot 195 centimeter lang en 45 tot 130 kilogram zwaar. Vrouwtjes zijn meestal iets kleiner dan mannetjes. Vrouwtjes worden meestal 120 tot 155 centimeter lang, mannetjes 130 tot 195 centimeter.

Mannetjes hebben regelmatig vele littekens op de nek. Vrouwtjes kunnen littekens hebben op de hals. Deze littekens zijn veroorzaakt door mannetjes, die tijdens het paren in de hals van het vrouwtje bijt.

Voortbeweging

De zeehond heeft aan zijn voorflippers vijf krachtige nagels, waarmee hij zijn vacht verzorgd en waarmee hij zich gemakkelijker voort kan bewegen op het land. Tijdens het zwemmen drukt de zeehond zijn voorflippers plat tegen zijn lichaam. Wanneer de zeehond stil in het water ligt, worden de voorflippers gebruikt om het lichaam stabiel in het water te houden.

De achterflippers zijn ook voorzien van vijf nagels. In het water gebruikt hij zijn achterflippers en achterlijf om zich mee voort te bewegen. Op het land gebruikt hij zijn achterflippers niet of nauwelijks.

De zeehond is met zijn gestroomlijnde lichaam helemaal aangepast aan het leven in het water. Op het land ziet een zeehond er nogal onbeholpen uit. Door zijn achterlichaam onder zich te trekken en zijn lichaam vervolgens naar voren te duwen komt de zeehond op het land vooruit. Dit wordt ook wel 'bobberen' genoemd.

Wetenswaardigheden

De gewone zeehond heeft V-vormige neusgaten, die hij onder water dichtknijpt. De zeehond gebruikt zijn snorharen als een soort radar om vis mee op te sporen. Met zijn snorharen kan hij trillingen, die door vissen veroorzaakt worden, in het water waarnemen. Een zeehond kan uit de trillingen zelfs opmaken met wat voor een vis hij te maken heeft.

Zeehonden beschikken over een voortreffelijk gehoor. Zelfs onder water, waar ze hun oorgaten sluiten om te voorkomen dat water naar binnendringt, kunnen ze precies vaststellen waar geluid vandaan komt.

De gewone zeehond heeft een dikke laag vet, blubber genaamd, van wel zeven tot tien centimeter dik om zijn lijf. Deze speklaag houdt hem goed warm in het koude water, maar kan nadelig werken als warmte wél moet worden afgevoerd. Daarom kan de zeehond een extra bloedbaan inschakelen die langs de buitenkant van het lichaam loopt. Zo vindt er snel afkoeling van het lichaam plaats. Ook kan hij zijn flippers, waar nauwelijks vet op zit, wijd uitzetten om af te koelen.

Als een moeder haar pup uit het oog verliest, huilt de pup net zolang tot zijn moeder terugkomt. De pup wordt dan ook wel een huiler genoemd. Een moeder kan haar pup uit duizenden herkennen aan de geur en aan het gehuil

Voedsel in de natuur

Zeehonden staan boven aan de voedselketen en voeden zich voornamelijk met vis, maar ook met kreeftachtigen, inktvissen en wulken. Vooral haring en kabeljauwachtigen zijn belangrijke prooidieren. Een volwassen zeehond eet ongeveer 4,5 tot 8,2 kilo vis per dag.

In de Nederlandse wateren is bot de belangrijkste voedselbron. Grotere vissen eten ze aan het wateroppervlak, kleinere vissen worden tijdens het jagen onder water opgegeten. Jonge zeehonden eten op de bodem levende kreeftachtigen, tot op een leeftijd van 3 maanden. Zeehonden hebben de neiging om zich per seizoen op slechts één soort vis te richten.

Ze drinken geen zeewater. Met het voedsel krijgen ze het meeste vocht binnen.

Gedrag

Zeehonden lijken honkvast te zijn en keren meestal terug naar dezelfde rustplaats. Sommige dieren zijn echter zwervers, en kunnen voor een langere periode wegblijven. De activiteitsperiode wordt bepaald door de getijden: bij vloed wordt er gejaagd, bij eb, wanneer zandbanken en rotseilandjes droog komen te liggen, wordt er gerust. In gebieden waar rustgebieden ook bij vloed droog blijven, zijn zeehonden dagdieren, die 's nachts op de rustplaatsen verblijven. De zeehonden rusten vaak in grote gemengde groepen, die uit tot wel 1.000 dieren kunnen bestaan. In het water zijn ze vaak echter alleen.

Predatie

De belangrijkste natuurlijke vijanden zijn haaien en orka's. Vrouwtjes beschermen de jongen tegen vijanden. Bij groot gevaar duikt de moeder met het jong in de bek het water in, waarbij ze vaak ook onderduikt.

Voortplanting in de natuur

De paartijd valt in juli en begin augustus. De balts en de paring vinden plaats in het water. Door een verlengde draagtijd komt de embryo pas tot ontwikkeling in november of december, ongeveer anderhalf tot drie maanden na de paring. De eigenlijke draagtijd duurt 8 maanden.

In juni en juli wordt één pup, soms een tweeling, geboren. Pups worden geboren op zandbanken, rotsen en soms in het water. Binnen een paar uur na de geboorte kunnen de pups al zwemmen, zodat zij de eerstvolgende keer dat het tij opkomt met hun moeder mee kunnen zwemmen. Zeehonden zijn bij de geboorte tussen de 70 en de 95 centimeter lang en 9 tot 11 kilogram zwaar.

De moedermelk van de zeehond is heel vet, hierdoor kunnen de pups in korte tijd een flinke vetlaag opbouwen. In de eerste periode van hun leven moeten de pups gelijk leren vis te vangen. Na vier weken worden ze al verstoten en zijn ze op zichzelf aangewezen.

Het vrouwtje zoogt het jong iedere drie à vier uur. De zoogtijd duurt net zolang totdat het gewicht twee keer zoveel is als het geboortegewicht. Dit duurt meestal tussen de twee en de zes weken. Na de zoogtijd verlaat de moeder het jong, waarna het voor zichzelf moet zorgen.

Het mannetje is na 3 tot 5 jaar geslachtsrijp, het vrouwtje na 2 tot 4 jaar. Mannetjes worden maximaal 26 jaar oud, vrouwtjes 32 jaar.

Bedreiging

Vroeger waren zeehonden zo algemeen in de Waddenzee dat er op gejaagd werd. Aan het eind van de twintigste eeuw werden er echter slechts een duizendtal geteld. Een goede bescherming resulteerde in een toename en in 2001 telde men er weer ruim 3500. Waarschijnlijk is de teruggang te wijten aan watervervuiling of te veel zware metalen en/of chloorkoolwaterstoffen in hun dagelijks voedsel, de vis. Elke vis die een zeehond vangt, kan al duizenden vervuilde wormen en garnalen hebben gegeten. Een volwassen zeehond eet ongeveer 4,5 tot 8,2 kilo vis per dag, waardoor hij grote hoeveelheden gifstoffen binnenkrijgt, wat uiteindelijk zelfs fataal kan zijn.

Het is ook mogelijk dat de verstoring door teveel recreatie een rol heeft gespeeld. Een belangrijke doodsoorzaak was een epidemie van het Phocine distemper virus in 1988, waaraan ongeveer zestig procent van de totale populatie in Noordwest-Europa stierf. De toename doet vermoeden dat de maatregelen hun vruchten beginnen af te werpen.

Behalve in Nederland zijn de dieren ook volledig beschermd in het Verenigd Koninkrijk, Duitsland, Denemarken en Zweden.
Huilers, door hun moeder verlaten jonge zeehonden, worden in Nederland opgevangen in zeehondencrèches in Ecomare (Texel) en in Pieterburen (prov. Groningen).

Bronnen:

  • Wikipedia: nl.wikipedia.org/wiki/Phoca_vitulina
  • Zodiac Animals
Creative Commons Licentie
Dit werk is gelicenseerd onder een Creative Commons Naamsvermelding-GelijkDelen 3.0 Unported licentie

Paspoort

Naam Gewone zeehond
Klasse Mammalia (zoogdieren)
Orde Carnivora (Roofdieren)
Familie Phocidae (Zeehonden)
Geslacht Phoca (Zeehond)
Soort Phoca vitulina
Grootte man 120 - 195 cm
Grootte vrouw 120 - 155 cm
Gewicht man 50 - 150 kg
Gewicht vrouw 45 - 130 kg
Paartijd Eind juli tot begin september
Paringsinterval 1 keer per jaar
Draagtijd 9 – 11 maanden
Nest Drooggevallen zandbank
Geboorte Juni - juli
Geboortegewicht 11000 gr.
Aantal jongen 1
Spenen 30 dagen
Geslachtsrijp man Bij 75 kg (tussen de 3 en 7 jaar)
Geslachtsrijp vrouw Bij 50 kg (tussen de 2 en 6 jaar)
Levensduur 30 - 40 jaar
Voeding in de natuur Vis, kreeftachtigen, inktvissen en wulken
Voeding in de dierentuin Haringm makreel, Akwavit tabletten
Leefgebied Vooral op en rond zandbanken aan beschutte (wadden)kusten in de Noordelijke Atlantische en Grote Oceaan.
Groep/solitair Grote gemengde groepen
Fokprogramma  
CITES  
IUCN Niet bedreigd (LC)
Follow Us